D oe het onderhoud geleidelijk. Snoei niet in één
jaar alle planten, en doe niet één keer per jaar alle onderhoud
tegelijk. De planten moeten zich herstellen van de ingreep. En het
natuurlijk evenwicht in het water moet zich opnieuw instellen.
Voorbeeld: Het verwijderen van alle waterpest tegelijk, is een grote
verandering in de biotoop. Wil je van de waterpest af, doe het dan in
een paar etappes.
Het verjongen van de moerasplanten, de dode middenkern van de
wortelkluit verwijderen, en de buitenkant verdelen en verpotten, geeft
de planten een klap waarvan ze moeten herstellen. Laat daartoe het
water en de helft van de moerasplanten onberoerd, zodat de gescheurde
planten in een goede, evenwichtige biotoop staan gedurende hun
herstelperiode. De waterkwaliteit kan je controleren met de testsets
die in de winkel te koop zijn. De gebruiksaanwijzing van het
testset geeft ook informatie over de producten waarmee je de
waardes kunt veranderen.Verander de waardes zo min mogelijk. Als de planten of vissen er niet
gezond en sterk uitzien, dan is het nodig om de extreem afwijkende
waterwaardes bij te stellen. Dit kan door het water te verversen,
bacteriën of planten toe te voegen, of door corrigerende stoffen aan
het water toe te voegen.
Vroege voorjaar.
- Verwijder zo veel mogelijk oude plantendelen.
- De planten die vorig jaar niet zijn gescheurd, dit jaar
scheuren. Bij planten die (bijna) bloeien, het verpotten tijdelijk
uitstellen. Neem de plant uit de mand, scheur de wortelkluit
doormidden, spoel de wortels eventueel af, plant elke kluit in een
nieuwe mand met nieuwe aarde en een extra schep (blauw)klei
(Verhouding 70-30).
- Wacht nooit langer dan drie jaar met het scheuren van de
planten. Het middelste deel van de wortelkluit sterft namelijk af.
- De wortels die buiten de manden groeien, kunnen flink
teruggesnoeid worden.
- Planten die niet in manden staan,hoeven alleen gescheurd of
gerooid te worden als ze de rest dreigen te overwoekeren.
- Van de planten die op de droge oever staan, de afgestorven
stengels en bladeren afknippen.
De waterwaardes meten en zo nodig bijstellen.
Zomer.
- Dotterbloemen die zijn uitgebloeid scheuren en verpotten. Als ze
voor een tweede keer bloeien, hoef je niet een tweede keer te
verpotten.
- Nieuwe planten slecht groeiende planten individueel bijmesten.
- Planten die last hebben van meeldauw kan je het beste na de
bloei geheel terugsnoeien.
Dode planten en plantendelen geregeld uit het water verwijderen.
Vroege najaar.
- Moerasplanten uitdunnen Indien nodig. Met grote regelmaat de
ingewaaide bladeren verwijderen. Je kunt ook tijdelijk een vangnet
spannen.
- Als het moeras volgroeid is en een stadium heeft bereikt dat je
in stand wilt houden, dan moet je in de vroege herfst je moeras
maaien. Hoe later je maait, hoe meer voedingsstoffen de planten in
hun wortels hebben opgeslagen, dus hoe eerder de verlanding
optreedt. Als je het moeras jaarlijks maait, moet het steeds in
dezelfde maand gebeuren, dit om te voorkomen dat je bepaalde
plantensoorten uitroeit.
- De waterwaardes meten en zo nodig bijstellen.
Late najaar.
- Voor oktober de niet winterharde planten verplaatsen. Je kunt ze
naar de bodem van een diepe vijver (>70cm) laten zakken, of je kunt
ze in een teil water in de schuur of kelder zetten. Desnoods
afdekken met noppenfolie of stro.
- Van de planten die in het water staan, de afgestorven stengels
en bladeren afknippen.
- De droge oeverplanten laten tot het voorjaar.
Winter.
- Een volgroeide moeras waarin je nog wel het verlandingsproces
wilt toelaten, kan je het beste in de winter maaien. Alle
voedingsstoffen voor de verdere groei in het voorjaar, zijn nu
opgeslagen in de wortels.
- Voor de rest de moeras planten laten rusten.
|