Ziekten en plagen bij koolgewassen

 

Beter voorkomen dan genezen
Algemene preventie

Voor we de belagers van de koolgewassen elk afzonderlijk de revue laten passeren, zetten we alle maatregelen die van belang zijn bij het voorkomen van ziekten en plagen nog eens op een rijtje.

  • Bodem:
    Kolen op zware grond geteeld, hebben duidelijk minder last van aantastingen.
    Vermijden van compacte, slecht luchtdoorlatende en te vochtige bodem.
    Zorg voor een voldoende hoge pH
     
  • Bemesting:
    Een evenwichtige bemesting toepassen. Dus niet alleen voldoende stikstof voorzien, maar in verhouding ook genoeg kalium (K), vooral op lichte gronden.
     
  • Standplaats:
    Goede vruchtwisseling toepassen: 1 op 4 op zware grond, 1 op 6 op zandgrond.
    Zoveel mogelijk winderige, open plaatsen uitkiezen.
     
  • Teeltmaatregelen:
    Niet planten op te koude grond; bij koud voorjaarsweer eventueel gaatjesplastiek gebruiken.
    Diep genoeg planten.
    Alleen gezond plantgoed uitplanten.
    Zoveel mogelijk groeiremming voorkomen, gieten in geval van droogte.
    Aanaarden.
    Inzaaien van (witte) klaver als onderbegroeiing zorgt voor een verwarring van de koolluis en schept een goed milieu voor natuurlijke vijanden zoals loopkevers en loopschildkevers
    Kruiden met sterke geuren in de buurt planten of aftreksels van deze kruiden versproeien om de doordringende koolgeuren te verdoezelen.
    De overblijvende plantedelen na de oogst van het land verwijderen.
Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina