|
Beter voorkomen dan genezen
Algemene
preventie
Voor we de belagers van de koolgewassen elk afzonderlijk de revue
laten passeren, zetten we alle maatregelen die van belang zijn bij
het voorkomen van ziekten en plagen nog eens op een rijtje.
- Bodem:
Kolen op zware grond geteeld, hebben duidelijk minder last van
aantastingen.
Vermijden van compacte, slecht luchtdoorlatende en te vochtige
bodem.
Zorg voor een voldoende hoge pH
- Bemesting:
Een evenwichtige bemesting toepassen. Dus niet alleen voldoende
stikstof voorzien, maar in verhouding ook genoeg kalium (K),
vooral op lichte gronden.
- Standplaats:
Goede vruchtwisseling toepassen: 1 op 4 op zware grond, 1 op 6
op zandgrond.
Zoveel mogelijk winderige, open plaatsen uitkiezen.
- Teeltmaatregelen:
Niet planten op te koude grond; bij koud voorjaarsweer
eventueel gaatjesplastiek gebruiken.
Diep genoeg planten.
Alleen gezond plantgoed uitplanten.
Zoveel mogelijk groeiremming voorkomen, gieten in geval van
droogte.
Aanaarden.
Inzaaien van (witte) klaver als onderbegroeiing zorgt voor een
verwarring van de koolluis en schept een goed milieu voor
natuurlijke vijanden zoals loopkevers en loopschildkevers
Kruiden met sterke geuren in de buurt planten of aftreksels van
deze kruiden versproeien om de doordringende koolgeuren te
verdoezelen.
De overblijvende plantedelen na de oogst van het land
verwijderen.
|