Zijn naam
‘buddleia’ is afgeleid van de Engelse botanicus Adam Buddle en
‘davidii’ van de Franse missionaris en natuurvorser Armand David.
Soorten:
Van de
meer dan 100 soorten noem ik enkele die beslist de moeite waard
zijn:
|

Buddleia davidii 'White Profusion'

Buddleia
’Fortune’

Buddleia
‘Summer Beauty’ |
Buddleia
alternifolia
bloeit violet
Buddleia
davidii ’Blacknight’ donkerpurper.
De aren van de
Buddleia davidii ‘White
Profusion ’zijn lang en wit, die van de Buddleia
‘Lochinch’ paarsblauw.
Buddleia
globosa
is groenblijvend met gele bolvormige, geurende bloemen.
Buddleia
officinalis Maxim,
een groenblijvende tot 2,5 m hoge struik, is een winterbloeier
voor een serre of koude kas.
Var. Buddleia
davidii Nanhoënsis bloeit met roze bloempluimen.
Buddleia
’Fortune’
kan 2 m hoog worden en bloeit met 40 cm lange roze aren.
Buddleia
davidii ‘Royal Red Variëgata’
heeft bont blad (geelgroen).
Vertakte paarse
bloeiaren heeft Buddleia davidii ‘Dartmoor’.
Buddleia
davidii ‘Pink Delight’
zal u verrassen met helder roze grote bloemen.
Buddleia
x weyeriana
heeft helderoranje of witte bloemtrossen.
Buddleia
‘Summer Beauty’ bloeit met purperrode, kleine
trossen.
Plantkundige kenmerken:
De vorm van de
vlinderstruik is opgaand met overhangende takken die bij uitgroei
van de struik veel ruimte kunnen innemen.
Behalve bij de
Buddleia globosa (bolvormige bloeiwijze) bloeien vlinderstruiken
met lange aren in de kleuren licht- en donkerpaars licht- en
donkerrood, roomwit tot oranje en witgeel.
De bladeren van
alle soorten zijn wollig behaard, smal en tot ca. 10 cm lang. De
bloemen zijn geurende aren of pluimen van ca. 8-30 cm lang. Ze
bloeien vanaf begin juli tot september.
Standplaats:
De vlinderstruik is een sterke plant die weinig eisen aan de bodem
stelt. Maar een warme standplaats in de volle zon zal de bloei
bevorderen. Van een vochtige bodem houdt hij niet.
Snoei:
De meeste vlinderstruiken bloeien op eenjarig hout.
Wanneer u de
uitgebloeide aren of pluimen wegknipt, zal dit de bloei verlengen
omdat de struik dan steeds weer nieuwe bloemen ontwikkelt.
In het voorjaar
kunt u na de vorstperiode ( april) de vlinderstruik
snoeien
tot 50
cm boven de grond. U hoeft niet bang te zijn dat de struik deze
rigoureuze snoei kwalijk zal nemen. Zodra het warmer wordt, zullen
er vanuit de bladknoppen nieuwe takken groeien die dan later in
het jaar bloemen zullen dragen. Deze verjongingssnoei bevordert de
conditie van de vlinderstruik en u kunt dit
ieder jaar opnieuw doen. De laatste bloemaren laat u in het najaar
aan de struik omdat zij hem tegen de vorst beschermen.
Wanneer u deze
verjongingssnoei niet toepast, zal de struik gauw verhouten en
weinig bloeien.
Een bijzondere
snoeimethode vraagt Buddleia alternifolia. Deze heester
bloeit namelijk op tweejarig hout. Alle uitgebloeide takken worden
direct weggeknipt. Alleen enkele takken met jonge scheuten houdt U
aan. Deze soort bloeit reeds in juni.
Vermeerderen:
Het vermeerderen van de vlinderstruik is heel gemakkelijk. U hoeft
alleen maar de toppen van de afgeknipte takken in het voorjaar (ca.
20 cm lang) in vochtige aarde te steken. U hebt kans dat de
gewortelde stek nog hetzelfde jaar stevige takken met bloemen
ontwikkelt. Stekpoeder bevordert de beworteling, maar is niet echt
nodig.