Tuinkers (Lepidium sativum)

 

Tuinkers wordt ook hofkers, bitterkers of sterrenkers genoemd en in 't Frans is het cresson. Dit snelgroeiend gewas is afkomstig uit Azië en Afrika en al bekend bij de oude Egyptenaren. Je kweekt het voor het kleine blad. Meestal worden enkel de kiemblaadjes gegeten, hoewel meerdere tuiniers ook het echte blad snijden. Vooral de tuinkers die je in de winter in bakjes op de vensterbank kunt kweken, komt goed van pas. Tuinkers heeft een wat scherpe smaak en wordt rauw bij vele gerechten, als beleg of als garnering gebruikt.

Teeltwijzen.

Tuinkers zaai je vanaf maart tot september in vollegrond. Best worden er om de 2 tot 3 weken kleine hoeveelheden gezaaid. Als je de kiemblaadjes oogst, groeit het plantje natuurlijk niet meer verder. Maar zelfs als je het volwassen blad oogst, zal het plantje toch vrij snel in zaad schieten zodat je bijtijds voor een vers perceel moet zorgen.
Tijdens de wintermaanden kun je ook gemakkelijk binnenhuis tuinkers zaaien in bakjes op de vensterbank. In een ondiep plastiek bakje doe je wat humeuze tuingrond. Het gaat ook op enkele vellen keukenpapier of op cellulose watten of op een flanellen doek. Deze vocht opslorpende materialen goed vochtig houden door regelmatig te gieten. Er zijn ook speciale kweeksetjes in de handel. Binnenhuis laat je de plantjes niet verder uitgroeien dan het kiemplantstadium.

Rassen.

Er zijn drie types tuinkers:

  • het gewone type met 3 slippen in de kiemblaadjes. Hiertoe behoren de rassen Gewone en Gekrulde.

  • het type met niet - ingesneden kiemblaadjes. Het belangrijkste ras is hierbij de Groot - of Breedbladige.

  • doorlevende tuinkers, een weinig voortkomende type dat door z'n bladvorm gelijkenis vertoont met waterkers en pas het tweede jaar na het zaaien doorschiet. Men eet het volledig uitgegroeide blad, dat scherper van smaak is. Doorlevende tuinkers wordt niet binnen gekweekt.


Standplaats.

Tuinkers doet het op alle bodemtypes en vraagt geen speciale bemesting. Het gewas wordt immers in jonge toestand geoogst.
Vermits het lid is van de kruisbloemenfamilie zou het op het kolenperceel moeten komen. Maar gezien de zeer korte teeltduur is er geen gevaar voor knolvoet en mag je 't zowat overal uitzaaien waar er een plekje vrij is


Teeltmaatregels:

Tuinkers wordt meestal breedwerpig gezaaid aan 7 tot 10 g per m²; soms ook op rijen op 7 tot 10 cm. Als je ook het volledig uitgegroeide blad wil oogsten, mag je dunner zaaien. In bakjes op de vensterbank wordt veel dikker gezaaid: in een bakje van 20 op 10 cm mag je gerust 3 tot 4 g zaad gebruiken. Het zaad altijd goed aandrukken.
Van 'buiten' gezaaide tuinkers kun je de kiemblaadjes oogsten na een tweetal weken en het echte blad na 3 à 4 weken. Tuinkers die in een verwarmde kamer gezaaid is, geeft na een zevental dagen al een oogstbaar product.

Voor de zaadteelt dun je de planten uit op 20 x 20 cm. Je oogst best zaad van planten die in april - mei gezaaid zijn. In juni - juli als de bloemstengels beginnen te vergelen, kan je oogsten.


Ziekten en plagen:

Die zijn er nauwelijks. Aardvlooien houden wel van het tuinkersblad maar de korte groeiduur van het gewas voorkomt ernstige schade. Bij de teelt binnenhuis kunnen schimmels vorkomen, o.a. kiemschimmels en Botrytis.

zie ook:


zaaikalender groenten 
 
vensterbank vol groenten

kiemzaden 
Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina