Onderhoud van het tuingereedschap.

 

Tuingereedschap moet goed onderhouden worden. Dat geldt vooral voor gesmeed gereedschap, als je wil dat het lang meegaat. Het meeste gereedschap komt in contact met vochtige grond of vochtige plantedelen, het kan dus makkelijk roesten. Daarom moet tuingereedschap op een droge plaats opgeborgen worden. Als het materiaal voor een lange tijd wordt weggezet (bv.'s winters), is het nodig al het gebruikte materiaal schoon te maken met een oud borsteltje, zodat alle grond en plantenresten verdwenen zijn. Daarna vet je het gereedschap best in met vet of motorolie. Je hoeft de schoongemaakte metalen delen maar heel lichtjes in te strijken met bijvoorbeeld een oude verfkwast. Een andere methode is een kist vullen met een mengsel van zand en gebruikte motorolie. Elke keer je het gereedschap gebruikt hebt, steek je het in de kist. Het zand reinigt het gereedschap en tezelfdertijd wordt het geolied.

'Een goede tuinier herken je aan zijn gereedschap' is wellicht een wat overtrokken uitspraak. Feit is wel dat het met slecht gereedschap een stuk moeilijker wordt om goed en gemakkelijk te werken. Op de hoogte zijn van de gereedschappen kan dus zeker geen kwaad - zeker als je beseft dat de traditionele kennis daarover verloren dreigt te gaan.
Het gamma aan materiaal is er kleiner op geworden. In de loop der eeuwen zijn in elke regio werktuigen ontwikkeld die aangepast waren aan de grond en streekgebonden teelten. De huidige tendens is er één van standaardisering. Veel gereedschap wordt in het buitenland gemaakt en is bestemd om in verschillende landen verkocht te worden. Toch zijn er nog voldoende gespecialiseerde producenten en verkopers van degelijk en aangepast gereedschap.

Gereedschap is er in nogal uiteenlopende kwaliteiten en prijzen. De gespecialiseerde kleinhandel biedt gewoonlijk een heel assortiment aan, gaande van betaalbaar tot peperduur. In supermarkten en tuincentra vind je doorgaans goedkoper gereedschap. Hoe groter je tuin en hoe vaker je een bepaald stuk gereedschap nodig hebt, hoe meer belang je aan de kwaliteit moet hechten en hoe meer geld je er normalerwijs zult aan uitgeven. Te goedkoop materiaal is dikwijls snel onbruikbaar.
Gesmeed gereedschap is veel duurder dan uit plaat vervaardigd materiaal.

Basisuitrusting.

Het valt voor een beginner niet meer uit maken wat basisgereedschap is en wat later als aanvulling aangekocht kan worden. In volgend lijstje vind je het minimum aan gereedschap dat nodig is om de belangrijkste werkzaamheden in de moestuin aan te kunnen.

  • Spade.
  • Spitvork.
  • Mestriek met 4 tanden.
  • Brede hak (18 - 20 cm)
  • Smalle hark (10 - 12 cm)
  • Tuinhark (10 - 14 tanden)
  • Tuinkoord.
  • Zakmes
  • Plantschopje.
  • Pootstok.
  • Krabber.
  • Gieter met fijne broes.
  • Kruiwagen.


Dit lijkt een hele waslijst, maar als we al deze gereedschappen eens van nabij bekijken, dan zal het nut van elk gereedschap onmiddellijk blijken en dit in een volgend artikel.

Een mestriek heeft meestal 4, soms 3 of 5 ronde tanden. Ze heeft meestal een huis met veren en is voorzien van een essenhouten T- of D-steel, gesmeed en zelfscherpend. In een biologische tuin wordt de mestriek gebruikt om organisch materiaal (gras, mest, hooi,...) te verplaatsen. Als je weet dat er heel wat met organisch materiaal gesjouwd wordt, is de aanschaf van aangepast gereedschap daartoe geen overbodige luxe.

 

Een grelinette of woelvork is een wat apart werktuig voor diepe grondbewerking zonder de grond om te keren. Het werktuig wordt bijna uitsluitend door biologische tuiniers gebruikt. Het is genoemd naar haar Franse ontwerper Grelin.
Een grelinette is ongeveer 50 cm breed en voorzien van 5 tanden die rond of plat kunnen zijn. Drie tanden staan meer naar voren, twee tanden staan meer naar achter en zijn iets korter. Ze kunnen recht of ietwat schuin staan t.o.v. de dubbele steel.
De grelinette wordt opgetild bij het handvat en in de grond geduwd. Dan wordt ze met het handvat naar voren en naar achteren bewogen, zodat de grond dooreen gewoeld wordt en de kluiten breken.

 

Een mesthaak (krauwel, klauw) lijkt op een riek, maar heeft 3 of 4 gebogen, ronde tanden. Hij werd vroeger gebruikt om kleine hoopjes mest van de mestkar te trekken, wat het gelijkmatig uitspreiden vergemakkelijkte. Het model met 3 of 4 platte tanden is ook bekend als aardappelhaak en dient om aardappelen te rooien.
Met dit werktuig kan je ook de grond bewerken zoals met een hak of een cultivator. Maar deze haak is vooral nuttig om een zaaibed klaar te maken. Hij werkt als een ijzersterke hark met stevige tanden die de grond goed maar niet al te fijn verkruimelen. Het model met ronde tanden is ook uitstekend geschikt om eens ondiep tussen de planten te 'ritselen'. Alle jonge kiemplantjes worden daardoor ontworteld en sterven af.

Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina