Trachycarpus
fortunei of de Chinese windmolen palm.
|
Trachycarpus fortunei genaamd naar Robert Fortune.

genus: (8 verscheidene vormen) fortunei, - latisectus, -martianus,
-nanus, -oriophilus, -princeps, -takil, -wagnerianus.
familie der Arecaceae of Palmae - palmachtigen.
Habitat: oorsprong bevindt zich in Azië - China in het hooggebergte. Ook deze
plant werd weer geïmporteerd in verscheidene
subtropische landen.
Plantvorm: palmfamilie.
Blad: lijkt op een halve maan (50 cm breedte), die opgedeeld is in verscheidene
lancetvormige bladeren, die op hun beurt op een lange steel zijn ingeplant. Het
blad is donkergroen bovenaan, en blauwgroen getint aan de onderkant.
Blad en stam heeft de neiging tot uitrafelen (vezels) en dient als bescherming
voor de plant (weersomstandigheden).
Vrucht: er zijn zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen, die afzonderlijk als
plant voorkomen.
Doch het schijnt dat vrouwelijke planten ook wel eens mannelijke bloemvormen
aanmaken om bevruchting te bewerkstelligen. De bloemen zijn over 't algemeen
geelachtig van kleur.
Na bevruchting komen de zwarte bessen in trossen naar onder te hangen.
Vermeerderen: de zwarte bessen worden gebruikt om zaden terug te winnen.
Het ontkiemen van zaden laat lang op zich wachten.
Bemesting: een organische bemesting (met goede verteerde mest) bij de
overpotting of aanplant.
Vermengen met klei-leem grond is van levensbelang, deze houdt water beter vast
en geeft langzaam de silicaten af aan de plant.
Standplaats: Kan het in volle zon goed vinden en verdraagt redelijk goed de
koude. Sommige soorten kunnen tot -18°C.
Let wel op dat de plant niet invriest, daar sneeuw het hart van de plant kan
beschadigen.
Planten worden in vele siertuinen aangeplant in Europa.
Zet de plant zoveel mogelijk uit de wind, om het schuren van de bladeren tegen
te gaan.
![]() Phoenix canariensis of dadelpalm |
![]() cycaspalm of valse samopalm |
![]() Yucca en Strelitzia |
![]() verzorging oleanders |
|