|
|
De
oorsprong bevindt zich in West-Azië en China waar deze al eeuwenlang geteeld werd.
In de loop van de 12de eeuw werd spinazie geïntroduceerd in Europa.
Kenmerkend zijn de lange penwortel en rozetopstelling van het blad. Hoogte van de plant is maximaal 40 cm. Rijk aan
oxaalzuur, deze kan worden onderdrukt door een kookproces of toevoeging van kalk tijdens de bereiding.
Oxaalzuur kan erg laxerend werken!
Soorten: Dolphin F1, Hector F1,Monnopa,Resistoflay securo, Winterreuzen, wilde spinazie (Turkse spinazie),.... Tip: gebruik ziekteresistente of hybridesoorten (geforceerde) zaden.
Rassen: Scherpzadige en rondzadige
rassen:
- Scherpzadige
rassen: gebruikt voor vroege teelten, kenmerkend zijn de spitsere blaadjes en stekelachtige zaden.
- Rondzadige rassen: gebruikt voor gewone zaaiperioden, kenmerkend hier zijn dan weer de afgeronde bladranden en ronde zaden.
Voorzorgen:
alvorens we overgaan tot zaaien moeten we ervan bewust zijn dat
deze groente een echt bladgewas is. Daarom passen we ook hier weer een wisselbouw toe van 1 op 4 jaar.
Maak de grond los minstens een dag op voorhand en giet hem al eens
goed nat. Trek vervolgens rijen of zaai met de losse hand. Tip: Voorzie een plek die niet pal in de zon staat, eerder halfschaduw is aan te raden. Een goeie bodem voor
spinazie vereist een zuurtegraad van pH: 6,5 minimaal. Een
goed gedraineerde bodem verrijkt met compost is ook een aanrader.
Teelt mogelijkheden:
Vroege teelt: meestal
vanaf januari
onder glas of in
een serre.
(oogst in april)
Deze oogst zal aanzienlijk minder zijn dan de normale teelt 2,5
kg/m²
Spinazie kan enige vorst verdragen.
Voorjaarsteelt: vanaf maart tot mei kan volop doorgezaaid
worden.(oogst in mei en juni).
Oogst brengt 3 tot 4 kilo per m²op.
Levert weinig problemen qua ziektegevoeligheid.
Zomerteelt: vanaf april tot augustus zaaien. (oogst in juli en
augustus).
Oogst brengt ongeveer 3,5 tot 4 kilo per m² op.
Tip: kies voor deze periode voor mindere schietgevoelige rassen!
Warmteperioden zorgen namelijk voor doorschieters.
Probeer voor deze perioden vervangers zoals:
warmoes, tuinmelde, Nieuw-Zeelandse spinazie,...
Herfstteelt: zaai vanaf einde juli tot 15 september. (oogst in
september en oktober).
Opbrengst is ongeveer 2 kilogram per m².
Levert weinig problemen qua ziektegevoeligheid.
Winterteelt: zaai vanaf oktober en later. (oogst vanaf december
tot april).
Onder glas of serre of plastieken tunnel.
Bemesting:
Spinazie behoeft geen massa meststoffen, vergeet niet
dat bladgroenten in het algemeen
nitraatrijke groenten zijn! Ze slaan makkelijk nitraten op, die nadelig
zijn voor onze gezondheid. (Na opwarming worden nitraten omgezet in nitrieten, die kunnen leiden tot
kankers).
Eerder zijn kalium en magnesium aan de orde en minder stikstof. Geef eerder ruim op voorhand een goed verteerde organische meststof, deze
geeft zijn nutriënten geleidelijk af.
Zaaien:
Zaaien gebeurd op een 1 a 2 cm diepte ongeveer. Gebruik gezeefde dekgrond en duw met een houten plaatje of zaaipalet de grond goed aan. We doen dit eerder uit noodzaak voor
vogelvraat die deze zaden erg op prijs stellen.
Tip: zaai in verscheidene perioden om een geleidelijke oogst te kunnen spreiden. De kieming voltrekt zich in een 4 tal dagen, waarna watergiften
van levensbelang zijn. Vervolgens zullen eerst 2 lobben verschijnen, en daarna de blaadjes. Dun eventueel uit (goed voor in de sla), en onderdruk onkruid met de hand. De plantjes zijn in het begin nog erg kwetsbaar.
Oogsten:
Het oogsten gebeurd volgens periode van aanplant. Je kan de bladeren met de hand plukken, of snijden. Doch bij
het snijden moet je wel opletten dat je het hart van de plant niet beschadigd, anders blijft een
tweede trek uit. Gebruik steeds een scherp mes! Verdroogde planten kunnen best gecomposteerd worden, tenzij het echt zaadstengels zijn.
Zaad winnen:
Zelf zaden winnen kan, doch weet steeds dat er makkelijk kruisingen kunnen voordoen met andere
gewassen zoals:
warmoes of snijbieten,
rode
biet
,... Hybride soorten of geforceerde planten leveren vaak niet dezelfde zaadkwaliteit op zoals voorheen, daarom houd je je hier beter aan oudere soorten.
Geef steeds warmtebaden (ontsmettingsbaden), vooraleer je gaat
zaaien. Er zijn zowel mannelijke als vrouwelijke planten, en wacht tot de planten volledig verdroogd zijn om de zaadoogst in te zetten. Met één handbeweging kan je dan de zaden eraf trekken, te beginnen van onderaan de stengel tot
boven toe. Vervolgens doe je de zaden in een enveloppe zodat er nog lucht doorheen kan, anders kunnen schimmels optreden.
Ziekten:
bietenvlieg,bladluizen, bladvlekkenziekte, bodemaaltjes (Tagetes
of afrikaantjes aanplanten tussen de rijen), hartrot, schimmels, vergelingsziekte, komkommermozaiëkvirus, witverkleuring,...
Goede regelgeving: Zaai steeds ver genoeg uitéén, en zorg voor
wisselteelt. Geef geen overbemesting, dit leidt tot slungelachtige planten met verzwakte vaatwanden, schimmels steken dan makkelijker de kop op.
Voedingswaarden: rijk aan
kalium, en vitamine C-E, ijzer, calium, natrium, fosfor. Minder rijk aan:
eiwit, koper, zink, vitamine B1, B2, B3, B6, caroteen.
Keukentoepassingen: Rauw in salades (nitraten krijgen geen kans om nitrieten te worden).
Gestoofd (kort) als groente bij aardappelen, kroketten, deegwaren,
enz... Spinazietaart, spinazie in roomsaus, spinaziesoep, .... Tip: probeer
om geen kookvocht
van spinazie
te
gebruiken! Warm spinaziegerechten geen 2 maal op. (Nitrieten!) Vis met spinazie zou zorgen voor nitrosamines, dus eigenlijk ook geen aanrader.
SPINAZIE: Spinacia
oleracea.
Familie: Chenopodiaceae ofwel Ganzenvoetfamilie. Klasse: Magnoliopsida ofwel tweezaadlobbigen. (Tweehuizig). Bedektzadigen.
|
|
|