|
De Lepelplant (Spathiphyllum)
gelijkt vrij goed op de Flamingoplant (Anthurium). Toch
kent de bloeiwijze van beide aronskelken belangrijke verschillen.
Door de stand van de bloeikelk krult het schutblad ervan bij
Anthurium naar beneden; hierdoor springt de lange, gele kolf
opvallend naar voor. De bladeren zijn breder en forser en hebben
duidelijk een andere vorm.
De bloeikolf van Spathiphyllum wordt door een witte
bloeischede omschulpt. De lang gesteelde bloemhoofden torenen
boven de talrijke, ranke bladeren uit.
De geelromige bloeikolf van Spathiphyllum is bezet met
ontelbare, mini-bloempjes. De mannelijke zitten op de bovenkant,
de vrouwelijke onderaan. De plant valt op door het blanke, licht
gebogen schutblad. Voor het ontvouwen rijst het schutblad uit het
groen.
Na de bloei de bloemstengel verwijderen, na vier tot zes weken
verschijnt er een nieuwe. Werd de plant behandeld met
groeihormoon, dan komt de nieuwe bloem pas na drie maanden.
De slanke Spathiphyllum wallissi en de rijk bloeiende
Spathiphyllum floribundum vormen de basis van twee
categorieën.
De laagblijvende soorten met vrij kleine en slanke bladeren dragen
rasnamen als Jungfrau, Petite, Daniel en Cupido.
De grotere planten met forsere bladeren kregen namen als
(Euro)-Gigant, Mozart, Sensation en Stephanie.
Alle hybriden dragen witte bloemen en groene bladeren. Ook geel of
wit gemarmerd blad is verkrijgbaar, maar vergroent bij het
verouderen.
Voor rijk bloeiende planten worden meerdere scheuten in een pot
geplant, die elke een eigen bloem vormen. De rijkere bloei gaat
ten koste van de bloeitijd, kleinere bloeiwijzen, dunnere stelen
en smaller blad.
Spathiphyllum verlangt een hoge luchtvochtigheid en
vochtige aarde. Zoniet verkleuren de bladranden en sterft het blad
geleidelijk af. Naast royaal benevelen helpt het de plant op een
eilandje te zetten in een waterschaal en weg te houden van de
verwarming.
De behoefte aan warmte is groot, nooit onder 18 C, ook niet `s
nachts.
Enkele praktische tips voor het gebruik:
Planttype
Bloeiende plant, diverse variëteiten. Bloeiwijze altijd wit.
30 – 40 cm hoog, 20 – 40 cm breed
Water
Wortelkluit goed vochtig houden door vaak gieten met lauw,
kalkvrij water. Regelmatig broezen. Hoge luchtvochtigheid (> 60
%). In de rustperiode, oktober tot januari, iets minder gevoelig
voor droge lucht.
Temperatuur
Niet winterhard. Warme en constante kamertemperatuur, bij voorkeur
meer dan 20 C.
Licht
Licht tot halfschaduw, buiten direct zonlicht.
Bodem
Zure, humusrijke, luchtige, brokkelige potgrond. Toevoegen van
waterhoudende turfmolm of veenmos. Gevoelig voor kunstmest, in de
groei tweewekelijks een weinig mest. Verpotten om de drie jaar, in
de nawinter of het voorjaar. Een gelegenheid ook tot scheuren.
Geen al te grote pot behoudt de vrij gedrongen vorm.
|