op rupsenjacht in de moestuin

 


Hartje zomer: kinderen kijken in de tuin verrukt naar al dan niet rondfladderende vlinders. De bijhorende rupsen krijgen ook nog vaak het etiket mooi, maar zijn al wat griezeliger. Als die rupsen plots de koolplanten in het eigen kindertuintje opeten, zakt het enthousiasme nogal snel onder het nulpunt. Ook al gunnen we ieder levend wezen het zijn, de vraag blijft: hoe is zoín aantasting te voorkomen of te bestrijden?

De meest voorkomende belagers zijn de kooluil en de koolwitjes. De kooluil is een nachtvlinder, die onopvallend bruin gekleurd is, maar wel grote vraatzuchtige rupsen heeft. De kooluil legt eitjes vanaf half mei tot half juni en voor een tweede maal in augustus en september. Dat betekent dat in juni en vervolgens weer vanaf half augustus de rupsen tevoorschijn komen. Deze zijn aanvankelijk groen met zwarte stippen en vreten dan oppervlakkig aan het blad, terwijl de bovenlaag van het blad blijft zitten. Dat noemen we venstervraat. In een later stadium zijn de rupsen donkerbruin van kleur en dan vreten ze vaak ook diepe gangen in de kool zelf.

Koolwitjes zijn de overbekende witte dagvlinders met zwarte uiteinden aan de voorvleugels. Het grote koolwitje is met een vleugelwijdte van zoín 6 cm enkele centimeters groter dan het klein koolwitje. Eerstgenoemde legt eieren in grote groepen bij elkaar aan de onderzijde van de bladeren. Het kleine koolwitje daarentegen legt meestal slechts een eitje per plant, maar dan wel continu vanaf begin mei. Het grote koolwitje kent dezelfde twee vluchtperioden als de kooluil. De rupsen van het kleine koolwitje zijn aanvankelijk gelig van kleur en worden in het volwassen stadium fluwelig groen met een gele rugstreep. Die van het grote koolwitje zijn gelig met zwarte punten of vlekken. De aantasting gaat van venstervraat tot gaten in de bladeren en bij het grote koolwitje tot op de nerf kaalgevreten bladeren, door de geconcentreerde hoeveelheid rupsen. Daar komt nog bij dat de uitwerpselen niet gemakkelijk uit broccoli of bloemkool te verwijderen zijn en dus de oogst wansmakelijk doen overkomen.

Beter voorkomen dan genezen.

Beter voorkomen dan genezen luidt het devies, maar hoe? Zorg voor gezonde, goed groeiende gewassen, liefst op kleigrond, waar de problemen met koolrupsen dan ook veel kleiner zijn. Verder houden de vlinders van luwe plekken om hun eitjes af te zetten. Een beschutte moestuin is wat dat betreft dus ongunstiger, dan een moestuin in het wijde, open landschap. Verhinder de eileg door de eitje van het grote koolwitjekoolgewassen af te dekken met gaas tegen de insecten. Dat voorkomt eveneens aantasting door de koolvlieg en de melige koolluis.

Bestrijding is in principe handmatig mogelijk. Bij een niet te grote oppervlakte kolen kunnen de eilegsels aan de onderzijde van het blad opgezocht en platgedrukt worden. In een later stadium kunnen we rupsen vangen. Vogels zoals mezen helpen daaraan mee. Koolrupsen kennen bovendien heel wat natuurlijke vijanden. Sluipwespen leggen hun eieren in de rupsen die dan verpoppen tot de sluipwesp in plaats van tot kooluil of koolwitje. Ook virussen en bacteriŽn tasten de rupsen aan. In de handel zijn zeker bacteriepreparaten te verkrijgen om de natuur een handje te helpen in het beheersen van rupsenpopulaties.

Zie ook:
koolwitjes: soorten, leefwijze en schadebeeld
 

Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina