Familie:
- kruisbloemigen
Soorten:
-
Langedijker (meest toegepaste), Roem van Enkhuizen, Minicole, Bartolo,...
Oorsprong:
Deze gaat terug tot 600 jaar voor Christus.
Middellands zeegebied en
Europa. Wilde kool word nog steeds aangetroffen op kalkrijke plaatsen
(rotsgebergte van Engeland).
Teelten:
- Weeuwenteelt en vrijsterteelt kent mindere toepassingen.
- Herfstteelt
word dan weer eerder aangewend om zuurkoolbereidingen.
- Soms ook
aangewend als dierenvoeding.
Als plant 2 jarig: Het eerste jaar verkrijgen we de eetbare kool, waarna hij het
jaar erop in zaad zal
schieten. Uiteraard wordt de plant bijna steeds als eenjarige
gekweekt.
Bemesting voor het zaaien of
planten:
Daar de planten zeer lang op
het veld blijven staan, behoeven zij veel meststof.
Een goede bemesting met
stalmest (liefst 2 jarige minstens) en of samengestelde korrel is hier zeker
op zijn plaats.
Goede NPK-waarden voor
korrelmest is N12,P10,K18. Vooral kalium is belangrijk, daar deze zorgt voor de goede smaak en
voor de
bewaring van de kool.
Voorzie tevens een goede
compostgift alvorens te beginnen planten. Geef per plant een
handvol zeewierkalk en vermeng het met de plantgrond. Een hoge
pH-waarde is dan ook een echte aanrader bij kolen.
Zaaien:
Kan vanaf maart onder glas of binnen:
Twee zaden per perspotje
planten en vervolgens de sterkste behouden.
Afharden eind april en begin mei uitplanten in volle rond.
vanaf midden maart ter plaatse
zaaien: 6
zaden de strekkende meter ----> uitdunnen ---> ter plaatse
laten uitgroeien.
Ofwel
uitzaaien met de losse hand op een zaaibed en nadien verspenen.---> Verspenen gebeurd dan eind mei.
Zaaidiepte = 1 cm diep. Op voorhand weken van de zaden,
versnelt de kieming met enkele dagen. ---> normale kiemduur = 8
dagen.
Zaad kan zelf genomen worden: doch let hier wel op kruisbestuivingen en hybriden. --->
je kan kruisbestuiving tegengaan door een stok aan te binden tegen
de stengel van de kool en vervolgens een
plastiek zak over de bloeiwijze te doen en onderaan dicht te
binden. Hybriden geven slecht of geen zaad.---> Dit zaad heeft
trouwens niet dezelfde kenmerken meer als de "moederplant".
Pas warmtebaden toe
voor zelfgewonnen zaad, ontsmetten dus ! (tegen schimmels).
Uitplanten:
Plantgat met schop maken en voorzien van de nodige nutriënten
zoals hierboven
beschreven. Vervolgens de plant er in zetten, en aangieten met een
overvloedige
waterbeurt.
Behoud een afstand tussen de
planten van 50 cm en tussen de rijen 60 cm.
Planten gedijen best op een zware klei en of leemgrond.
Oogsten:
Naargelang de grootte van de kool en of mogelijkheid van
scheuren.
Volgens
periode van aanplant.
Oogst zeker bij vorstperiode, anders
leid dit onherroepelijk tot rotting tijdens het bewaren. (Rode
kool).
Tips die van belang kunnen zijn
in de plantopvolging:
Zet koolplantjes zoveel
mogelijk op een Noord - Zuid richting ---> Dit geeft een veel
snellere opwarming van de bodem en een volledige lichtbenutting wat
van levensbelang is
voor de kool.
Pas een teeltwissel toe van 1
op 4.
Zodra de kool begint te vormen,
kan je best de stengel aanaarden. ---> Geeft betere steun en
bescherming, vooral voor kool die de winter doormoet en het werkt
tevens als
onderdrukker
van onkruid .
Ros of geel blad, kan een
gevolg zijn van meststof tekorten. ---> - Een goeie bemesting is
hier
dan zeer belangrijk. (N2).
Plantjes die achterblijven in
groei zouden mogelijk aangetast kunnen zijn door knolvoet. --->
Zo snel mogelijk verwijderen en niet composteren.---> Slijmzwam
blijft actief in de bodem. (wisselteelt toepassen).
Geef alleen water indien
vereist. ---> De wortels moeten zoveel
mogelijk diepgang maken en te veel watergiften leiden tot
een oppervlakkig wortelgestel.
Laat geen afgesneden
stengelresten nodeloos op het veld staan. ---> - Deze kunnen enkel voor
ziekten zorgen.
Belagers en ziekten:
- Aaltjes (Heterodera schachtii).
- Aardvlooien (Phyllotreta).
---> - Geringe schade aan jong blad meestal.
- Bacterieziekten in het
algemeen.
- Bladvlekkenziekte (Mycosphaerella
brassicola).
-
Knolvoet (Plasmodio phora
brassicae) ---> - Wisselteelt toepassen.
- Koolgalmug (Contarinia
nasturtii) ---> - Doek toepassen.
- Koolvlieg (Delia brassicae)
---> - Doek of koolkragen toepassen.
- Melige koolluis (Brevicoryne
brassicae) ---> - Spuiten is enige oplossing.
- Rupsen ---> - Toepassen
bio-gif tijdens vervellingsfase, doelgericht en onschadelijk voor
andere dieren.
- Slakken ---> -
Slakkenkorrels, omgedraaide lege appelsienen ---> - slakken komen
naar het zoet.
- Spikkelziekte: (Alternaria
brassicae) ---> - Bruine vlekken, met rode ringen ---> -
Spuiten.
- Stengelboorsnuitkever (Ceuthorrynchus
quadridens) ---> - bestrijden met zaadzaaibehandeling.
- Valse meeldauw (Peronospora
parasitica) ---> - Brengt weinig schade met zich mee hier.
- Witte roest: (Albugo candida)
---> - Koop resistente soorten
- andere.
Keukentoepassingen:
Witte kool kan op verscheidene
manieren bereid worden:
Zuurkool recept: Bladeren fijn snijden en met 1,5 % zout voorzien t.o.v.
de hoeveelheid kool.
Hiervoor worden speciale potten gebruikt over 't algemeen, daar
de zuurstof
moet kunnen verwijderd worden.---> Daarna gaan de
melkzuurbacteriën hun werk doen en de kool omzetten tot
de befaamde
zuurkool. Na 7 à 8 weken is de zuurkool op zijn best.
Weetje:
*
witte of rode rauwe kool in het algemeen zou naar het schijnt vele
chemische en carcinogene
stoffen bevatten. ---> Eet daarom eerder
gekookte witte of rode kool.
Bewaring van de
kool gebeurd best onder koele omstandigheden zoals in een kelder.
De typische
koolgeur tijdens het koken, wordt veroorzaakt door de aanwezigheid
van H2S of zwavelverbindingen.
Geneeskundig gezien:
-
heeft de kool een enorme grote hoeveelheid vitamine A, C (44 mg)
in zich.
-
Kool heeft vele mineralen zoals ijzer, fosfor (30mg), kalium
(200mg),
jodium, calcium (30
mg), koper in zich.(per 100gr. gerekend).
-
Zou goed inwerken op darmgestel, bloedzuiverend, en bloedspiegel.
-
Een goede
dieetgroente daar zij weinig calorieën bevat.
(± gemiddeld
15 Cal./100gr.)
-
Bevat vezels.
-
Sinds de oude tijd werden koolbladeren aangewend om wonden
makkelijker te
laten helen.
Kortom:
een groente boordevol mineralen en vitaminen, die niet veel
plaats inneemt in de tuin. Het is de
goedkopere typische wintergroente die niet mag ontbreken op ons
menu!