Rabarber telen in de moestuin (Rheum rhabarbarum)

rabarber
rabarber duizendknoopfamilie.

Teeltwijzen:
Rabarber is niet zaadvast. Het zaad geeft een grote verscheidenheid aan planten, en wordt bijna alleen aangewend om nieuwe rassen te selecteren. Daarom worden er in de regel stukken wortel ( wortelstekken ) geplant, die je bekomt door minstens 3 jaar oude plant te scheuren. Met een scherpe spade verdeel je de pol in stukken. Vier stukken per pol is een mooi gemiddelde. Oude, zeer grote pollen, steek je in een groter aantal stukken, waarbij de stukken van de buitenkant de jongste en dus de beste zijn. In ieder geval moet elk stuk minstens 1 en liever 2 knoppen of neuzen bezitten. Scheuren en planten gebeurt in november, ofwel in februari - maart. Planten voor de winter krijgt de voorkeur, omdat de wortelstekken dan voor de winter al vast staan en er een lichte oogst kan volgen.. Na de winter geplant vertrekken ze vaak moeilijker en kan er hetzelfde seizoen helemaal niet geoogst worden. Na het scheuren laat je de wortelstekken enkele dagen opdrogen om ze daarna te planten. De plantafstand is ongeveer 1 x 1 meter. De wortelstekken worden in ondiepe plantputten gelegd ( ongeveer 5 cm ) zodanig dat de knoppen ( of neuzen ) zich net op de scheiding grond - lucht bevinden. Dieper planten verhoogt de kans op stikken en slechte aanslag.
Een verzorgde aanplant gaat 10 tot 20 jaar mee, of soms nog langer. Op een bepaald moment loopt de opbrengst sterk achteruit en beginnen de pollen in het midden af te sterven of treden er ziekten op. Dan is het tijd om deze pollen te scheuren en op een nieuwe plek te planten.

Forceren:
Bij ons minder bekend en voor de ecologische tuinier weinig interessant is het forceren. Midden in de winter plant men pollen, waarvan in de zomer niet geoogst is, uit in een donkere, verwarmde ruimte ( 14 - 17°C ). De zachte, lichtrode stengels worden als primeurgroente verkocht..

Rassen:
Er bestaan diverse goede rabarberrassen, maar het is niet altijd zo gemakkelijk om eraan te komen. Enkele zaadfirma's verkopen wel zaad, maar zelf uitzaaien en opkweken is af te raden. Bij een tuincentrum, een teler of een tuinier zijn vaak wortelstekken te krijgen. Spijtig genoeg is het vaak niet geweten om welk ras het gaat.

Fullsize image of Rheum rhabarbarumBodem en bemesting:
Rabarber groeit op alle gronden die diep losgemaakt ( zowat 35 cm ) en vochthoudend zijn. Ook op laaggelegen gronden kan je rabarber kweken, wat echter niet wil zeggen dat ze onder water groeien. In de winter kunnen de pollen niet langer dan 14 dagen onder water staan zonder schadelijke gevolgen, en in de zomer is 3 tot 4 dagen het maximum. Waar dat nodig is kan rabarber dan op verhoogde bedden geplant worden. Een iets zure grond wordt door rabarber goed verdragen. Rabarber is een gulzige plant. Ook in de gangbare teelt is zware organische gebruikelijk. Bodembedekking is bij rabarber gemakkelijk te doen.
Ook zonder bemesting zullen de planten wel groeien, maar de opbrengst zal lager liggen.

Standplaats:
Rabarber kan wel wat schaduw verdragen. In veel tuinen komt hij in een verloren hoekje of aan de grachtkant, en heeft het daar nog best naar zijn zin. Voor een vroege oogst is een zonnige, warme standplaats wel aangewezen.
Rabarber gaat ook goed op een oude weide. Een nieuwe aanplant moet gebeuren op grond waar nog nooit rabarber gestaan heeft.

Teeltzorgen:
In het begin moet je de grond tussen de planten onkruidvrij houden en eveneens bedekken. Later vraagt alleen nog het tijdig uitbreken van de bloemstengels de aandacht. Zodra die zich vertonen, kan je ze voorzichtig uitbreken. Het vormen van de bloeistengel put de plant uit en is nadelig voor de opbrengst in de volgende jaren.

Oogst:
Snij de stelen niet af: de stukjes steel die blijven zitten gaan gemakkelijk rotten. Je kunt een steel trouwens gemakkelijk aftrekken door hem onderaan vast te pakken, hem even naar buiten te buigen en hem dan met een licht draaiende beweging uit te trekken. De bladschijven scheur je eraf.
In het eerste jaar oogst je weinig of niets, zodat de wortelstokken zich goed kunnen ontwikkelen. Het tweede jaar is een overgangsjaar en vanaf het derde jaar mag je volop oogsten. De oogst loopt van april tot begin juli. Oogst steeds de dikste stengels en laat altijd minstens drie bladeren staan, zodat de plant kan doorgroeien
Begin juli zet je er een punt achter en laat je de plant nieuwe reserves opbouwen.
De stengels worden dan trouwens steeds dunner en taaier. Af en toe nog een stengel aftrekken kan natuurlijk geen kwaad. Bij de eerste vorst sterft al het loof af en wordt het best opgeruimd. Van planten die je gaat opruimen mag je tot in de herfst blijven oogsten.

Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina