|
Soorten:
Altesse Simple, Anna Späth, Avalon, Belle de Thuin, Bleue de Belgique,
Early Laxton, Elena, Kaapse Pruim, Mirabelle de Metz, Opal, Prune de
Prince, Queen Victoria, Reine Claude, Ruth Gerstetter, Sainte
Catherine, Sint Katrien, Valor, Violetta, Wignon,...
Prunus --->
- Behoort tot de Rosaceae met als onderfamilie de steenvruchten. De
pruimelaar is een nauwe verwant van onze abrikoos.
De pruimensoorten zijn vooral afkomstig vanuit de streken Azië en
Japan, China en Zuidelijk Rusland.
Indeling van
de soorten: Gewone pruimen, Japanse pruimen, mirabellen, suikerpruimen
(Reine Claudes),
kerspruim of de myrobalaan, kwetspruimen.
Pruimen zijn
eenhuizige vroege bloeiers die worden bestoven door insecten. Een
andere pruimelaar die in de buurt is aangeplant, zorgt steeds voor een
betere vruchtzetting. Let op gelijktijdige bestuivingen bij
aanplanting, dat je de juiste soorten bijeen zet. Warme droge dagen
leiden tot goede bevruchting t.o.v. vochtige en vriestemperaturen.
Wijze
van aanplanting:
Laagstam, halfstam, hoogstam.
Onderstam:
- Laagstam
variëteiten en halfstam worden veredeld op Saint Juliën A.
- De
hoogstam variëteiten worden dan weer geënt op de soort Brompton.
Standplaats:
Verdragen goed de zon tot halfschaduw. Goed gedraineerde gronden zijn
aan te raden met een neutrale pH-waarde. Licht alkalisch kan nog. Te
hoge pH waarden leiden vaak tot gebreken in de bodem zoals, mangaan-
en ijzergebrek.
De
aanplanting gebeurd best omstreeks november tot maart.
Novemberaanplantingen geven een betere slaagkans tot hergroei.
Afstanden:
-
Laagstammen: tot 4 meter tussenafstand.
-
Halfstammen: tot 6 meter tussenafstand.
-
Hoogstammen: tot 10 meter tussenafstand.
Opbouw
van de boom:
Deze boom wordt doorgaans op 4 gesteltakken geplaatst, daar deze
meestal niet zo'n enorme afmetingen kent. Ze moeten dan wel rondom de
stam verdeeld staan.(Niet vanuit 1 punt op de stam gezien). --> Leidt
onherroepelijk tot inscheuren bij vruchtvorming !
In het begin
zetten we de steile loten uit tot we een bredere "kruin" verkrijgen.
Hierdoor word licht en lucht in de kruin gelaten, wat later van groot
belang zal zijn voor de vruchten. Zwakkere twijgen worden afgebogen,
indien ze nog niet vlak moesten staan.
Harttak of
stam wordt bij steenfruit tot op een kwart teruggesnoeid.
Door de strenge terugsnoei zullen de buitenwaartse knoppen krachtiger
gaan groeien. (De twijgen bereiken dan bij correcte snoei gemakkelijk
een lengte van 1 à 2 meter).
Let op
concurrerende takken vlak naast de harttak, deze worden onherroepelijk
teruggesnoeid tot op 10 cm hoogte en wordt vervolgens aan de normale
harttak opgebonden.
Snoeien:
Pruimelaars kunnen 1 tot 2 keer per jaar teruggesnoeid worden, al
naargelang de bedoeling.
De beste periode hiervoor is vanaf
vanaf april tot eind september. Let op: snoeien in de winterperioden
kan leiden tot afsterven!
Bij het
snoeien laten we vooral een lichte stomp staan ook wel eens een
gerichte voet genoemd.
We snoeien
vooral de waterloten, afgebroken takken, dode takken, naar binnen
groeiende takken, opslag en steile takken weg.
We verkorten
vervolgens het te laag onder hangend vruchthout.
Probeer
steeds zoveel mogelijk met ontsmet gereedschap te werken, alsook met
een goed aangezet mes, of zaag, of snoeischaar. Dit om de wonden zo
klein mogelijk te houden. Het inscheuren van de bast is anders
onvermijdelijk en kan zo zorgen voor de nodige ziekten of schimmels.
Wond afdekmiddel zoals koude of warme entwas is dan van levensbelang.
Vooral Reine Victoria is hier gevoelig voor. (Loodglansziekte).
De zomer
laat toe om te snoeien:
Hier letten we vooral op sterk groeiende rugscheuten die niet verhout
zijn, deze snoeien we volledig weg. Evenals wortelopslag moet zo laag
mogelijk weggenomen worden. Opletten voor wortelbeschadigingen, deze
leiden anders tot nog meer grondscheuten.
Verwaarloosde bomen kunnen teruggesnoeid worden, met een nieuwe opbouw
van jaren.
Waar we
moeten op letten is het terugsnoeien van overjarig vruchthout, dit mag
nooit allemaal tegelijk gebeuren, daar anders de stam kaal gaat
worden. Kale takken leiden tot overgevoeligheid van sterke
zonnestralen!
Een gewone
belichtingssnoei zorgt alleszins voor sterkere nieuwe scheuten, vooral
op de ruggen van de overblijvende takken.
Bemesting:
Organische meststoffen kunnen in het voorjaar gegeven worden, om mooie
loten en vruchten te ontwikkelen. Een gezonde scheutlengte van 20 cm
is normaal per jaar.
Wanneer geen regelmatige bemesting wordt toegepast, verkrijgen we een
zwakkere groei met kleinere vruchten tot gevolg.
Mulchen kan,
maar dan moet men steeds genoeg ruimte en afstand houden van de
onderstam.
Oogst:
- Let erop
de vruchten met steel eraan te plukken, anders gaan ze veel sneller
indrogen en schimmelen.
- Pluk
enkel de rijpe vruchten, onrijpe pruimen zullen rotten.
- Let op
dat je geen blad of stukjes tak mee afplukt, daar deze de
vruchtzakjes bevatten voor nakomelingen.
- Indien er
teveel onrijpe pruimen geplukt zouden zijn, kan men er nog altijd
jam van maken.
- Ruim
steeds de rotte en afgevallen pruimen op, deze zorgen alleen maar
voor schimmels en insecten,...
Ziekten:
|

hongerpruimeziekte
|
|
|
|

Monilia |
-
Pruimenzaagwesp (vooral bij de rijpe exemplaren).
-
Pruimenmade.
-
Bladluis en
dopluis.
-
Bladgalmijt.
-
Pruimenmot.
-
Houtkevers.
-
Rupsen.
-
Hongerpruimeziekte.
-
Loodglansschimmel.
-
Bacteriekankers.
-
Hagelschotziekte.
-
Moniliaschimmel ook wel eens vruchtrot genoemd.
-
Roetschimmel.
-
Bladvlekkenziekte.
-
Heksenbezemziekte.
-
Spint.
-
Wortelnematoden.
RGF:
Résources Génétiques Fruitiéres ofwel tamelijk weerstandbiedende
rassen tegen schimmelinfecties.
---> - Deze
aanduiding kan belangrijk zijn in je aanplant!
|