Botanische verscheidenheid.

1 FAMILIE: sleutelbloemachtigen
28 GESLACHTEN: waaronder Primula
400 Primulasoorten waaronder vulgaris
Per soort vele verschillende cultivars.
Tot de familie van de sleutelbloemachtigen behoren naast
Primula ook nog Cyclamen, Anagallis, Lysimachia, e.a.
De meeste van deze 400 Primulasoorten zijn inheems in Europa
hoewel er ook veel soorten voorkomen in Azië (China en
Himalaya) en in Noord-Amerika. Heel wat Primulasoorten zijn
dan ook geschikte tuinplanten en een aantal doet het bovendien
uitstekend als bloeiende potplant in de huiskamer. Zo’n
kamerplant is de Primula vulgaris (vroeger: P. acaulis)
Primula vulgaris of stengelloze sleutelbloem.
Door aangepaste teeltmethoden en uitbreiding van het sortiment
zijn de Primulatelers erin geslaagd het aanbod van die fraaie
planten te spreiden van november tot ongeveer half april. Het
selecteren van nieuwe rassen heeft heel wat om het lijf. Zo
kunnen de veredelaars weinig aanvangen met selecties met te
grote bloemen, omdat die immers onderhevig zijn aan ziekten
tijdens het transport. Een kink in de kabel is het verschijnen
van te lange bloemstengels. Dat komt door het feit dat er bij
de selectie van de Primula vulgaris heel wat “bloed” van
de Primula veris of de gewone sleutelbloem werd aangewend.
Vandaar dat sommige planten soms de neiging vertonen om die
langere bloemstengels opnieuw te laten verschijnen. De teelt
zelf van Primula vulgaris is wat we noemen een koude teelt.
Dat betekent dat het volstaat het gewas vorstvrij te houden.
Afhankelijk
van het gewenste bloeitijdstip wordt er gezaaid tussen half april en
half juli. Daar 2 gram zaad goed is voor de opkweek van 1000 planten
gebeurt dit met een preciziezaaimachine. De kieming duurt 20 – 28
dagen bij ± 15°C. Na de kieming duurt het nog eens een maand voor men
kan verspenen.
Het oppotten in potten van 9 cm kan midden augustus beginnen .
De planten dienen opgepot te worden ingepot in primulapotgrond
(die veel klei bevat). De Primulateelt begint dan als een
buitenteelt. Zodra er echter vorstgevaar bestaat, wordt het
gewas binnen gebracht in de koude serre. Daar blijven de
Primula’s dan bij ongeveer 0 tot 13 °C en kunnen in bloei
worden getrokken.
Men dient minstens wekelijks bij te mesten m.b.v. een
meststofdoseerder. In het begin kiest men voor een meststof met
een hoog stikstofgehalte en de laatste maand schakelt men dan
over op een meststof met een hoge kaliumwaarde. Zodra de planten
beginnen te bloeien vinden ze hun weg naar de bloemenwinkels en
huiskamers.
Lange bloeiperiode.
Omdat Primula vulgaris zo koel wordt geteeld, stelt dat
potplantje zich tevreden met een koele, lichte plaats in de
huiskamer, waar het in de donkere wintertijd voor wat kleur
zorgt. Om lang plezier te beleven aan een bloeiende plant moet
je voor de Primula een frisse plaats zoeken zo ver mogelijk
verwijderd van de centrale verwarming, in de buurt van een
lichte venster.
Gieten moet met zorg gebeuren want Primula’s verdragen
moeilijk wateroverlast en evenmin droogte. Dagelijks met de
vinger even testen of de potgrond nog vochtig is blijkt de beste
raad te zijn bij het gieten. Het onnodige bevochtigen van de
bladeren en bloemen moet worden vermeden. Liefst geef je dus
best water via een schoteltje onder de pot.
Uitgebloeide bloemen worden liefst tijdig verwijderd, zodat de
plant geen energie verspilt aan zaadvorming, maar integendeel de
jonge, pas gevormde bloemknoppen nog tot ontwikkeling kan
brengen. Op die manier kan je de bloeiperiode van jouw Primula
aardig verlengen. Om de vorming van veel nieuwe bloemknoppen in
de hand te werken, kan je elke 10 dagen wat vloeibare meststof
aan het gietwater toevoegen. Dat is zowat het geheim om maximaal
te profiteren van een rijk bloeiende Primula op je vensterbank.
Teeltschema. Opkweek tot jonge planten:
ZAAIEN: zaaiperiode: half april tot en met juli
zaaiplaats: koude kas
zaaitemperatuur: 15 °C
Boven de 20°C wordt de kiemkracht afgeremd.
Zaden niet afdekken met grond (lichtkiemer), enkel lichtjes
aandrukken.
VERSPENEN: periode: 5 - 6 weken na het zaaien
plaats: koude kas
in perspot (3 x 3cm)
ZORGEN: goed schermen, lage temperatuur, hoge luchtvochtigheid
TEMPERATUUR:
Een lage temperatuur bevordert de knopaanleg. Daarom ook is het
noodzakelijk om in de serreteelt de temperatuur tot rond de
vorstgrens te laten zakken. De serre goed verluchten om botrytis
tegen te gaan.
Na de bloei kan de plant de tuin in, waar ze na twee maanden
opnieuw kunnen bloeien. |