|

Betula
pendula ‘Youngii’

Cercidiphyllum
japonicum ‘Pendulum’

Morus alba
‘Pendula’
|
Van de vele boomvormen die er zijn,
spreken treurbomen misschien wel het meest tot de verbeelding. Die
hebben iets bijzonders, elegants en vertrouwenwekkends. De grote
vormen, zoals de treurwilgen uit de parken, zijn zonder meer
indrukwekkend, andere eerder lieflijk. Er zijn erbij die een
waterval van bloemen vormen, en sommige moeten het juist van hun
gesloten bladermantel tot op de grond hebben. Maar vooral de
kleinere vormen verdienen absoluut een ereplekje in iedere tuin.
Er zijn er genoeg die zelfs in een heel kleine tuin prima passen
en dat romantische en veilige uitstralen. Je kunt je bij ze
verschuilen. Niet voor niets worden het prieelbomen genoemd,
idyllische levende prieeltjes.
Een paar suggesties
Als het om vroege bloei gaat moet u zeker aan het treurwilgje
Salix caprea ‘Kilmarnock’ denken. Een boompje van zo’n
2 m hoog met lange, gebogen neerhangende takken die in de lente
bezaaid zijn met zachte, zilvergrijze katjes die tijdens het
uitbloeien geel worden. Van de treur-sierkersen, die iets later
bloeien, is vooral Prunus serrulata ‘Kiku-shidare’
een aanrader, 2,5 m hoog en vroeg in het jaar overladen met
helderroze, gevulde bloemen. Heel mooi bij een vijvertje.
De smalle bladeren van de
wilgbladige treurpeer (Pyrus salicifolia ‘Pendula’)
doen denken aan groengrijze ochtendnevel. Halverwege het voorjaar
verschijnen er witte bloemen in. De prieelberk (Betula
pendula ‘Youngii’) vormt een witte schors met zwarte spleten
onder de massa draadvormige, met fijn blad bezette, neerhangende
twijgjes. In het vroege voorjaar verschijnen de gele katjes. Het
blad van de paarse treurbeuk (Fagus sylvatica
‘Purple Fountain’ brengt een kleur in de tuin die veel mensen
graag zien. Bij Cercidiphyllum japonicum ‘Pendulum’
verkleurt het blauwgroene blad in de herfst naar stralend oranje.
Het treur-honingboompje (Sophora japonica ‘Pendula’)
wordt ca. 3 m hoog en heeft heel donkergroen blad. In de herfst
kunnen trossen crèmewitte bloemen verschijnen. Een heel bijzondere
erwtenstruik (Caragana arborescens ‘Walker’) is
eigenlijk een plat kruipende heester, maar als treurboom wordt hij
op een 2 m hoge onderstam geënt. Bloeit in het voorjaar met
vlinderbloemige, gele bloemen.
Zo zijn er veel meer, ook
vruchtdragende als de treurhaagbeuk (Carpinus betulus
‘Pendula’) met zijn gevleugelde nootjes. En de elegante treurvorm
van de witte moerbei (Morus alba ‘Pendula’), de
soort waar zijderupsen op worden gekweekt.
De verzorging is erg eenvoudig
Plant ze in de omstandigheden die ze vragen. Dat wisselt van soort
tot soort, maar de meeste staan graag zonnig in normale, voedzame
tuingrond. Zet er een boompaal bij die u na een jaar weer
weghaalt. Anders dan knotbomen worden treurbomen niet rigoureus
gesnoeid. Het is juist de bedoeling dat ze hun mooie treurvorm
houden. Knip alleen te lang wordende takken aan de einden wat bij.
Geef de boom in het voorjaar een goede basisbemesting en zorg in
droge perioden voor voldoende water. Voor de rest is het vooral
genieten.
Tuintips voor april
In april bloeit er
ongelooflijk veel in de tuin en alles ontwikkelt zich. Een ideale
periode om bomen en heesters te planten, zeker de groenblijvende
die met kluit worden geleverd, en speciaal berken. Heesters die
bloeien op hout dat in hetzelfde jaar wordt gevormd, kunnen nu
worden teruggeknipt, bijvoorbeeld de vlinderstruik (Buddleja
davidii). Geef ook het gazon een goede beurt en haal het
mos eruit. Vervang vaste planten die de winter niet hebben
overleefd
|
|