"Planten" is: gewassen uitplanten in de volle grond zodat ze zich
daar verder kunnen ontwikkelen.
Goed planten voorkomt veel verliezen. Een plant is een levend wezen dat
met zorg behandeld wil worden. Wanneer we die zorg vanaf het begin
geven, zullen we het hele plantenleven lang plezier hebben van ons werk.
Op de juiste wijze planten is het halve werk. Zorg dat je weet welke
groei eisen de plant stelt en zoek een plek uit die de plant de beste
kansen geeft. Dus geen planten die graag in de volle zon staan op een
schaduwrijke plek zetten of droogteplanten een natte standplaats geven.
Planten die niet op hun gewenste standplaats staan hebben het niet naar
hun zin en zullen het ook niet goed doen. Ze worden ziek, verkwijnen of
verdwijnen zelfs helemaal.
Let ook op de omvang die de plant zal kunnen krijgen en geef ze hiervoor
voldoende ruimte. Zet geen planten die voor jouw tuin te groot worden.
Het is spijtig om b.v. bomen na enkele jaren te moeten omkappen.
Wanneer planten?
In pot of container gekweekte gewassen kunnen we het hele jaar door
planten, behalve bij vriezend weer.
Vaste planten worden in het voorjaar geplant (vanaf eind maart), vroeg
bloeiende soorten in het najaar.
Waterplanten in mei - juni.
Groenblijvende heesters en coniferen worden in augustus / september of
in het voorjaar geplant.
Bladverliezende heesters in het najaar (november), als de planten in
winterrust gaan of in het vroege voorjaar als de knoppen beginnen te
zwellen.
Planten met kluit, zonder kluit of in container.
containerplanten:
Struiken in containers zijn proper, gemakkelijk te hanteren en goed op
te slaan tot zich de juiste plantomstandigheden voordoen.
planten met kluit:
Grote struiken en coniferen met lange wortels hebben nogal te lijden van
wortelbeschadiging en worden meestal met wortelkluit in jute of gaas
verkocht. Ze kunnen erg zwaar zijn, pas op dat de kluit niet breekt.
planten met blote wortel:
Bladverliezende struiken worden tijdens de rustperiode in de herfst en
in de winter verkocht met kale wortels. Wees voorzichtig, want de
wortels breken snel. Hou de wortels vochtig.
Het planten.
Graaf een voldoende ruim en diep gat. Iets groter dan eigenlijk nodig
lijkt. De grond verbeteren in het plantgat met b.v. turfmolm of
potgrond.
Planten moeten op hun nieuwe plek even diep komen te staan als ze eerder
groeiden. Soms is dit op de stam (wortelhals) nog wel te zien. Het beste
het gaas losknippen en verwijderen.
Breng de plant op de juiste hoogte en in de juiste stand in het plantgat
en hou hem zo vast. Vul het plantgat met de uitgegraven aarde. Daarbij
de plant iets schudden, want de aarde moet goed tussen de wortels
verdeeld worden. De aarde bij vaste planten met de hand aanduwen, bij
heesters trap je de aarde met jouw voeten vast. Vul het plantgat niet
volledig. Geef eerst flink water, zodat de aarde tussen de wortels
aansluit in de modderbrij die ontstaat en vul daarna helemaal aan.
Zo planten we een boom.
Maak een plantgat en verbeter de grond. Nu slaan we iets uit het midden
van het plantgat een boompaal in de grond. Zet de te planten boom vlak
naast de boompaal. Spreid de wortels goed in het plantgat uit. Vul het
gat zoals eerder vermeld. Zorg dat de boomstam vlak naast de boompaal
blijft. Maak de boom vast aan de paal met een boomband met gesp. Die
gesp is eenvoudig te verstellen naarmate de boom dikker wordt.
Waterplanten planten.
Waterplanten moeten op de juiste diepte komen te staan. Vraag dit best
aan de leverancier. Het gemakkelijkste is om zogenaamde oeverbakken te
zetten, b.v. plasticbakken die we vullen met kleiachtige grond of met
potgrond. Hierin zetten we dan de planten. Op het oppervlak strooien we
af met één tot twee cm. scherp zand. De zo klaargemaakte bak kan
direct in de vijver gezet worden.
Waterlelies worden meestal in mandjes geleverd, die zo in de vijver
kunnen worden gezet. Let wel op de diepte.
Drijfplanten mag je zo in het water gooien.
Zuurstofplanten (onderwaterplanten) mogen niet gaan drijven. Zet de
wortels goed vast om losslaan te voorkomen.
Een haag planten.
1. Span een lijn langs de strook grond waar de haag zal worden
aangeplant.
2. Graaf de plantsleuf langs de lijn en leg de planten er op de juiste
afstanden naast.
3. Met twee planten is beter. De eerste zet de planten in de sleuf en de
tweede drukt een deel van de uitgegraven grond weer aan.
4. Zorg dat de planten keurig rechtop en in de lijn staan.
5. Geef water en vul de plantsleuf verder op.
6. Nogmaals ruim water geven en we zijn klaar.
Let er bij het planten op dat:
- gaaslappen van de kluiten verwijderd zijn
- de wortels niet beschadigd worden.
- even diep staan of voorheen
- mooi rechtop staan