Bijna iedereen heeft een in zijn tuin een struik Pieris staan want met
zijn altijd groene bladeren en de lichtbruine bloemknoppen die op
springen lijken te staan, kleedt hij de winterse tuin aan. Hij
trekt zich niets aan van regen, sneeuw, hagel of ijzel. Het mooie
van de rotsheide is dat de struik tot aan de grond bebladerd
blijft. Je moet hem daarom ook nooit snoeien. In combinatie met
rododendrons is hij een lust voor het oog.
Herkomst
De
oorsprongslanden van Pieris japonica zijn Japan en Himalaya. Hij
groeit daar samen met rododendronsoorten op de mistige hellingen
van het laaggebergte. Een andere soort,
Pieris
floribunda,
is inheems in het Alleghany-gebergte in het zuidoosten van de V.S.
Pieris is verwant aan Andromeda polifolia.
Naamgeving
Het woord pieris is afgeleid van pieriden, Griekse
muzen. De Nederlandse naam rotsheide wordt zelden gebruikt.
Onterecht want het geeft aan dat de struik zich goed voelt in een
rotstuin waar o.a. heidesoorten en rododendrons groeien.
Plantkenmerken
Eind maart; begin april gaan de hangende witte kelkjes open. Het
zijn klokjesachtige bloemen die een beetje aan een koeienbel doen
denken. Afhankelijk van de soort zijn ze wit, roze, of rood.
Na
de lentebloei loopt rotsheide met koperkleurig, rood, roze of
geelgroen jong schot uit. Het lijken wel bloemen.
De
blaadjes die in het begin zacht zijn, worden langzamerhand
leerachtig en staan in kransen rond de twijgen. Ze zijn diep- of
lichtgroen. Er komen ook soorten voor die langs de bladrand gele
of geelwitte lijnpatronen hebben. Het hele jaar door komen er
nieuwe blaadjes bij, waardoor de plant nooit saai is.
Rotsheide groeit langzaam. Hij doet er vaak 10 jaar over om 11/2 m
hoog te worden. Dus past hij in het kleinste tuintje.
In
oude Engelse tuinen staan metershoge exemplaren van
Pieris
formosa var.
forrestii.
Dit is aan het milde zeeklimaat te danken.
Soorten
In
Nederland en België worden 5 pierissoorten en ruim tachtig
cultivars en variëteiten aangeboden.
Enkele
witbloeiende rotsheidesoorten:
Pieris japonica , Pieris jap. ‘Variëgata’, Pieris jap. ‘Flamingo
Silver’, Pieris jap. ‘White Pearl’, Pieris floribunda, Pieris jap
‘taiwanensis’, Pieris jap. ‘Prelude’.
Enkele
rood en roze bloeiende rotsheidessoorten:
Pieris japonica. ‘Valley Rose’
Pieris japonica ‘Mountain Fire’
Pieris japonica ’Forrest Flame’
Pieris
japonica
‘Valley Valentine’.
Een bijzondere cultivar is ‘Christmas Cheer’ die al midden in de
winter enkele bloempjes opent .
Standplaats
Rotsheide houdt van een humusrijke, zure plek in de halfschaduw,
bv. onder een hogere heester of boom. Het is aan te bevelen om de
grond aan de voet van de plant met verteerd blad of dennennaalden
af te dekken om uitdroging van de wortels te voorkomen.
Omdat rotsheide goed tegen winterse kou kan, is hij samen met
juniperussoorten één van de allersterkste planten voor de winterse
bloembak.
Goede buren zijn azalea, rododendron, kalmia, Enkianthius,
struikheide en dopheide.
Ziektes
De
rotsheidesoorten worden bij een goede verzorging zelden of nooit
door ziektes aangetast. Staat hij in te voedzame grond, dan kan
wel eens de bodemschimmel Fusarium of Verticillium toeslaan waardoor
de planten in korte tijd verwelken.
Pieris japonica (botanische Latijnse naam)
Lily of the Valley (Engels)
Andromède du Japon (Frans)
Japanische Lavendelheide, (Duits)
Ericaceae – heidefamilie