|
Als men aan bananen denkt dan associeert men dat al snel met
tropisch warme landen. Vele mensen kijken dan ook nogal vreemd op
als ze bananenplanten tegen komen in een Nederlandse of Belgische
tuin. Toch raken enkele bananensoorten die afkomstig zijn uit Azië
met name het Himalaya-gebergte, Tibet of uit Japan steeds meer
ingeburgerd in onze tuinen. Deze soorten (Musa basjoo -
vezelbanaan) zijn dan ook meer gewoon aan koudere
wintertemperaturen dan de tropische bananensoorten. Mits enkele
voorzorgsmaatregelen kunnen we de Japanse vezelbanaan dan ook vrij
goed in ons klimaat buiten in de volle grond overwinteren.
Musa basjoo – Japanse vezelbanaan
(synoniem Musa japonica
)
De Japanse vezelbanaan zal mits een goede verzorging na enkele
jaren uitgroeien tot een zeer grote plant die bloeit en kleine
banaantjes vormt. De banaantjes worden pas in de herfst gevormd en
zullen nooit echt groot worden. Wie ze in verwarmde serres zou
kweken zal er ook niet echt van kunnen eten. Het is namelijk een
vezelbanaan die in het land van herkomst gekweekt wordt voor de
vezels en geen lekkere of grote eetbare vruchten vormt. Toch is
het fijn om gedurende de zomer te kunnen genieten van de mooie en
spectaculaire bloeiwijze van de banaan. Om deze bloei
gemakkelijker te kunnen verkrijgen moeten we de reeds gevormde
bladstengels in de winter beschermen tegen de vorst.

Door ervoor te zorgen
dat deze bladstammen zo min mogelijk vorstschade opdoen zullen
deze in het voorjaar op een hogere bladstam kunnen verder groeien.
Indien de planten niet beschermd worden zullen ze tot aan de grond
invriezen en moeten de planten elk jaar terug vanaf nul beginnen.
De planten kun je het best inpakken als de weermannen de eerste
nachtvorst aankondigen.
Werkwijze bij het beschermen van de bananenplant (Musa basjoo):

Insnijden van de bladeren tot waar ze uit de schacht komen. Deze
vriezen toch stuk en zitten in de weg bij het verdere inpakken van
de plant.

Indien U over goed verteerde stalmest
beschikt mag deze rond de voet van de planten worden aangebracht.
Zoals U ziet op de foto was deze spijtig genoeg niet voor handen.

Plaats een afrastering rond de planten.

Het geheel opvullen met stro. Stro is vrij grof van structuur en
is daardoor beter dan hooi of bladeren die indien ze nat worden
aan elkaar beginnen te kleven en hun isolatiewaarde verliezen. Een
toren opgevuld met bladeren zou ook al snel kunnen gaan broeien en
rotten.

Rond de toren van stro plaatsen we een
rietmat of een heidemat als extra isolatie en bescherming tegen de
wind.
Indien mogelijk er nog een dak boven plaatsen. Liefst geen gebruik
maken van doorzichtige of zwarte plastiekfolie. Deze laten de
temperatuur op een zonnige dag te fel stijgen in de toren waardoor
de plant te vroeg begint met het vormen van nieuwe bladeren. Witte
melkplastiek is beter daar deze de zonnestralen weerkaatst.
Vanaf half april kunnen
de eerste nieuwe scheuten verschijnen en mag het stro verdwijnen.
Toch moet men het weer in de gaten blijven houden. Als er dan nog
vrieskou wordt aangekondigd kan men de jonge bladeren beschermen
met een vliesdoek.
|