LAELIA anceps
in het kort
Van alle orchideeen
lijken deze op bomen groeiende orchids het meest op Cattleya's. Ze
worden vaak hiermee gekruist. Het levendige geel, vurig
rood-oranje en diep violet van de Laelia-soorten wordt gebruikt om
schitterend gekleurde kruisingen tot stand te brengen. De plant
heeft een ongewoon lange bloeiperiode-sommige typen produceren
bloemen gedurende meer dan twee maanden. De Laelia is vanuit
Mexico zuidwaarts verspreid tot Peru en Brazilie. Er zijn ongeveer
60 soorten bekend: een groot aantal epifyten, een aantal
aardorchideeen en enkele lithofyten. Het is niet bekend of de naam
van deze plant teruggaat op een Romeinse officier en consul uit de
derde Punische oorlog dan wel eenvoudigweg op een Romeinde
vrouwennaam.
Deze plant is een van de meest bekende Laelia-orchideeen. Zijn
bulben worden 7,5 tot 12,5 cm groot met een enkel blad dat 15 tot
20 cm lang is. In de winter verschijnen bloemen, 4 tot 10 cm
breedlavendelkleurig met geel en dieppaarse lippen-in trossen aan
de uiteinden van lange, gebogen stengels, die 90 cm lang kunnen
worden.

KWEEKWIJZE
Deze planten geven de voorkeur aan
nachttemp. tussen 13 en 15 graad Celcius. en aan dagtemp. tussen
18 en 24 graad Celcius. Zorg voor 4 tot 8 uur zonlicht per dag,
maar wel gefilterd als de zon op zijn sterkst is. Als ze bij
kunstlicht worden gekweekt behoeven de planten een goede
verlichting gedurende 14 tot 16 uur per dag. Vochtigheidsgraad
tussen 40 en 60 %. Plant deze orchids in een mengsel van 2/3 barg
en 1/3 spagnum of turf.
Gedurende de groeiperiode moet het mengsel tamelijk droog gehouden
worden tussen de watergeefbeurten in. Na de bloei slechts zoveel
watergeven dat de bulben niet verschrompelen. Bemest gedurende de
groeitijd planten die in de pot staan eenmaal per maand met een
meststof met een hoog stikstofgehalte. Niet bemesten in de
rustperiode na de bloei. Elke twee tot vier jaar verpotten als de
plant te groot wordt,of als het mengsel verteert en slecht
waterdoorlatend wordt. Vermeerder nieuwe planten als de nieuwe
scheut verschijnt door de bulben te verdelen in trossen van drie
of vier.
