Inleiding
van de reeks: "Niet zo vaak gezien in een collectie"
Ik schrijf reeds geruime tijd artikeltjes. En onderwerpen blijven
vinden is niet zo eenvoudig. Liefst pin ik me vast op een
schrijftrent of reeks waarmee men je kan vereenzelvigen. Een reeks
over reiservaringen. Over een geslacht. In een bepaalde
-voorspelbare wijze- opgesteld, zodat de lezer op voorhand weet of
hij zich erin terug kan vinden, je noemt maar op. Zo'n rode draad
door een reeks vinden is echter niet zo eenvoudig. Meestal zijn er
heel wat beperkingen. Zo kan je niet eeuwig blijven schrijven over
een reis of over Eén wel bepaald geslacht. Slechts enkele worden
succesreeksen. Denk maar aan "Het aards paradijs", of een reeks
"Ten huizen van". Wat mij echter ook vooral boeit in het
samenstellen van artikels, is dat ik op die wijze me er toe breng
tijd vrij te maken voor opzoekwerk. Ik voel me als het ware
gedwongen te gaan lezen, te gaan speuren naar informatie en
zodoende tijd vrij te maken voor mijn interesse.
Nu
wat boeit me zoal... Het onbekende. Vaak zie je planten waarvan je
eerder nooit hoorde. Soms mooi, soms speciaal grillig, doch soms
gewoonweg aantrekkelijk vanwege hun onbekendheid. En dan lijkt het
opzoekwerk eens zo vlot te gaan. Vandaar deze nieuwe uitdaging. "Niet
zo vaak gezien in een collectie".
O,
ja, voor ik het vergeet, voor wie wellicht iets meer zoekt, dan
dat wat ik over diverse plantjes bij elkaar schrijf, vermeld ik de
gebruikte informatie onderaan elk artikel.
Niet zo vaak gezien in een collectie - Flickingeria
Flickingeria fimbriata
. Een ware ontdekking. Ooit bezocht ik een collega-liefhebber, die
terug gekomen van een reis naar Indonesië, enkele planten had
meegebracht. Hij bezorgde me ook een bosje bulben die met een
lange rizoom met elkaar verbonden waren. Hij had deze planten
gekregen van de tuinman van één van de bezochte hotels op Java, in
de buurt van Jogyakarta. De plant bloeide niet, doch in Java
woekerde hij rond de stam van de boom. De tuinman had hem
beschreven als een onkruid en leek te twijfelen of het wel een "angrek"
(Indonesische voor orchidee) betrof. Mijn vriend meende evenwel
dat deze bulben wel orchideeën moesten zijn.

De
planten begonnen al snel aan te groeien. Het moet gezegd, de
verzamelde stukken hadden reeds bij aanvang een 10-tal bulben. Na
enkele jaren verdubbelde dat aantal zonder probleem. Ik had de
plant haastig in een hangpot gestopt. Na korte tijd hadden de
wortels zich al vast gezet op en rond de pot. Van heroppotten was
direct al geen sprake meer. Het leek er wel op dat je die plant
nooit meer van de pot zou kunnen los krijgen. De bulben zaten op
een kruipende wortelstok, die bovendien veelvuldig splitste. Aan
de basis van de bulben ontwikkelden zich wortels die telkens weer
zich leken te willen vasthechten op de dichtbij zijnde vaste
structuur.

Op
zeker moment wist mijn vriend te vertellen dat zijn plant had
gebloeid. Hij had twee verdroogde knoppen gevonden, doch had de
bloemen nooit opgemerkt, nochtans bezocht hij dagelijks zijn serre
en kon hij het overzien van bloei amper begrijpen... Later bloeide
de plant weer, bleek dat de bloem slechts één dag opende. Een
Coelogyne-achtige soort dacht hij. Een foto had hij niet
genomen. Maar eindelijk werd het mijn beurt om de plant in bloei
te krijgen. Ook bij mij bloeide hij slechts één dag, spectaculair,
een zeer gefranjerde lip. Een bloem die in de bladvouw, kort
gesteeld tegen de bulb aan fel wit af stak tegen de groene blad-
en bulbkleur. De terug gekrulde bloembladen waren wel lichtjes
roze gevlekt, doch overwegend crème-wit. Een Coelogyne was
het niet, maar wat dan wel ? In Indonesië en Maleisië zag ik
Dendrobiums met bloemen die vergelijkbare knoppen vormden,
doch die gefranjede lip... die bulben met één blad...? De bloemen
lijken vanuit een kleine bladschede te ontspruiten. Er zat niets
anders op dan zoeken geblazen. In "Orchids of Java" van J.B.Comber
vond ik het antwoord. Flickingeria fimbriata. Men
beschrijft daar een 14-tal soorten Flickingeria, wellicht
vind je buiten Java nog enkele andere soorten. Maar dat dit een
geslacht is, wat ondanks zijn gemakkelijk groeien en volgens het
boek weidse verspreiding, slechts in enkele collecties een
plaatsje vond, begrijp ik. Slechts één dag bloeien trekt niet zo
erg veel liefhebbers aan. De bloemen zijn evenwel erg
aantrekkelijk. Behalve de F. fimbriata welke ik dus in mijn
eigen collectie heb moet ik het stellen met foto's en
beschrijvingen. Doch in het boek staan enkele prachtige soorten.
De afbeeldingen van de soorten F. angulata, F. comata, F.
luxurians en F. aurieloba spreken zeker ook tot mijn
verbeelding. Ze hebben elk een bijzonder gefranjerde lip, bruin,
rood, bordeaux en tenslotte goudgeel van kleur. De F. luxurians
biedt bovendien zijn bloemen aan in trosjes, wat het geheel nog
spectaculairder lijkt te maken.

Als ik stel dat ik graag de vergelijking maakte met Dendrobiums
die ik eerder zag wordt dat in het boek ook bevestigd. Een andere
vermelding trok ook mijn aandacht. nml. dat de ééndagsbloeiers
reageerden op een temperatuursschok. Een zelfde trigger die ook de
bloemaanzet geeft bij Dendrobium crumenatum. Zo zouden
F. fimbriata en F. aurieloba juist één dag na D.
crumenatum bloeien. Andere Flickingeria’s bloeien dan
weer zonder aanwijsbare temperatuurstrigger.
Bibliograffie : Orchids of Java, by J.B.Comber; ISBN 0 947643 21 4