Coelogyne
van het Griekse Koilos wat hol betekend en gyne wat
staat voor vrouwelijk. Men refereerd hierbij naar een holte
vooraan in het zuiltje. Pandurata is Latijns voor
vioolvormig, wat slaat op de vorm van de middenlob van de lip.
Coelogyne
hoort [ see – lodge – eh – nee ] te worden uitgesproken. Terwijl
algemeen [ koe – lo – guy – nee ] wordt gebruikt.
Geslacht:
Het geslacht is in 1821 door John Lindley beschreven. Hij zag
verschillen die er toe leidde het geslacht in drie groepen in te
delen. Neogyne, Coelogyne en Pleione. In
1907 zouden Pfitzer & Kraenzlin de huidige alom aanvaarde indeling
beschreven. nl. twee series die samen 14 secties bevatten. De
eerste serie heeft secties en soorten die bloemtakken vormen
waarop bloemen zich opvolgen. De tweede serie, waartoe ook de
sectie Verrucosae met ondermeer C.pandurata behoord,
geeft bloemtakken waarop de bloemen samen openen.

Beschrijving:
Een stevige, haast houterige kruipende rhizoom, van ongeveer 1cm
diameter. Op die rhizoom ontwikkelen enkele schubvormige bladeren.
De bulben ontwikkelen zich gewoonlijk hierop met een tussenafstand
van zo’n 3-tal cm, maar die tussenafstand kan net zo goed tot 10cm
oplopen. De bulben zijn erg afgeplat, 6,5cm breed, 12,5cm hoog en
tot 3cm dik. Onderaan bevinden er zich twee schutbladachtige
bladeren rond de bulb. Bovenop de bulb staan twee lancetvormige,
20 tot 45cm lange bladeren. De bladeren zijn redelijk stug en
hebben 5 tot 7 duidelijk in langsrichting generfde bladeren. Het
mag duidelijk zijn dat er een grote variëteit qua afmetingen van
bloeibare planten voorkomt.
De
bloemen vormen zich in de nieuwe scheut, dus op de top van het
rhizoom. Als zich de eerste schutbladeren beginnen te vormen zit
er een stevige aanvankelijk iets of wat afgeplatte, kegelvormige
bloemaar. Die zal erg snel doorgroeien en bloem vormen. Haast
gelijktijdig beginnen ook de bulb en bladeren zich te vormen.
Tijdens het verder ontwikkelen van de aar beginnen zich duidelijk
de 5 tot 7 bloemknoppen te onderscheiden, ze staan zig-zag op de
aar ingeplant. Ze openen evenwel gelijktijdig. Een schutblad wat
aanvankelijk de knoppen omvatte, breekt dan vaak snel af, zo niet
verdort het snel en geeft het een wat onfrisse aanblik.
De
bloemen zijn egaal licht groen (de mooiste variëteiten zijn eerder
donker groen). De lip is erg contracterend zwart gevlekt. In de
sepalen en petalen merk je duidelijk 5 nerven. De lip is 3-lobbig
de kleinere zijlobben zijn duidelijk geaderd en staan opgericht.
De middenlob ontwikkeld verschillende wratvormige callussen. Die
wel lijken voort te groeien uit 3 ribben aan de basis van de lip.
Bloeitijd:
Januari - maart in de natuur, in collecties bloeit ze vaak in het
najaar een tweede keer. De bloei houd spijtig genoeg amper een
week.

Habitat:
Groeit zowel epifietisch als litofiet als terrestrisch. Komt zowel
voor op zeeniveau als in bossen tot 1200 m. Steeds in zeer warme
omstandigheden met hoge luchtvochtigheid.
Verspreiding:
Schiereiland Maleisië, Sumatrana, Java, Borneo

Details 1:
Zelf
zag ik zo’n plant in Borneo-Tenom. Daar bevind zich een collectie
van orchideeën die op Sabah voorkomen. De collectie bevond zich op
bomen en stronken onder een hardhout lattenwerk, waarover een
schermdoek gedrappeerd hing. Het viel me op dat uitgerekend boven
de Coelogyne pandurata’s een groot gat in het schermdoek
was gemaakt.
Details 2:
De
planten worden niet graag verstoort. Een plant die zich lekker
voelt zal na verpotten haast steeds minstens één bloeiperiode
overslaan! Wetende dat de rhizoom zich in één richting ontwikkeld
is het nuttig hiermee rekening te houden bij het verpotten. Je
plaatst de bulben best zo dat de plant minstens een 5-tal jaar kan
blijven staan.
Details 3:
De
planten ontwikkelen steeds één soms twee nieuwe scheuten, als je
plant het goed doet kan je 3 bulben terug gaan op het rhizoom en
daar het rhizoom doorknippen, evenwel zonder te verpotten of de
laatste bulben en wortels te verstoren! De plant lijkt dit niet te
voelen en groeit gewoon door. Als de oude bulb net voor de positie
waar je het rhizoom knipte krachtig genoeg is, dan zal op de oude
bulb een nieuw groeipunt ontwikkelen. En de plant kans maken om
een extra bloemtak te vormen.
Detail
4:
In de
handel worden vaak hybriden tussen C.asperata en
C.pandurata aangeboden onder de naam C.pandurata. Het
betreft evenwel C.Burfordiense. Deze plant vertoont erg
gelijkende bloemen die vaak iets groter zijn en dus voor de
liefhebber spectaculairder.
Bibliografie:
-
The Genus Coelogyne A Synopsis, by Dudley Clayton, published by
Natural History Publications (Borneo) Sdn.Bhd. and The Royal
Botanical Gardens , 2002 ; ISBN 983-812-048-0
-
Reorganising the orchid genus Coelogyne a phylogenetic
classification based on morphology and molecules, by Barbara
Gravendeel, 2000 Leiden; ISBN 90-71236-48-X