|
Familie der Apogynaceae, waaronder maagdenpalm (Vinca) en
Amsonia behoren. (olea = olijf)
Habitat: zijn natuurlijke omgeving bevindt zich ter hoogte van de Mediterrane gebieden,
waar hij zich in het wild ontpopt tot
makkelijk 6 meter
hoogte.
Er zijn ook verscheidene dwergsoorten ontstaan door
kruisingen uit te voeren.
Ook in Azië en China is de plant alom tegenwoordig.
De plant wordt veel aangewend in parken als grote border en
kan ook thuis
in plantpotten gehouden worden.
Moest je enigszins geïnteresseerd zijn, er zijn reeds een 400 tal cultivars in
omloop!
Bloemen: staan in trossen ingedeeld en kunnen verscheidene kleuren aannemen. Ze
kunnen enkelvoudig samengesteld of dubbel
meervoudig zijn.
Dit laatste is te danken aan de kroonbladen die zich
ontwikkeld hebben
tot bloembladen, door genmutatie.
kleuren: wit, geel, roze, rode, oranje,...
Vruchten: kunnen tot 20 cm lang worden en zien eruit als lange smalle
"boontjes"
waar de zaden in zitten.
Zaden kunnen mogelijk gebruikt worden om te zaaien
omstreeks april.
Doe dit in zaaibakken onder glas bij hogere temperatuur.
Bladeren: staan 2 aan 2 op de stengel ingeplant en zijn zeer smal met een
lengte van 12 cm.
Het blad voelt zacht, dik, leerachtig aan en is
lancetvormig. Het is een
wintervaste groene struik,
die in ons klimaat als kuipplant wordt overwinterd.
Verzorging: De struikspiegel onderaan vrij houden en tijdig de verwelkte bloemen
verwijderen om mogelijke ziekten en schimmels te voorkomen.
Bloempluk voorkomt zaadvorming en put de plant niet
onnodig uit.
In de winterperiode niet teveel water geven en
beschermen tegen invriezen.
De plant verdraagt maximaal een -10 °C.
Mogelijkheid om plant af te dekken met karton of jute
zakken is een aanrader.
Mogelijke schade door invriezing aan de toppen wordt
meestal snel terug gewonnen
door aanmaak van nieuwe scheuten.
In de warme zomerdagen mag er veel lauw water gegeven
worden,
daar de droogte de plant enigszins afremt. (Liefst
regenwater).
Voorzie voor planten die in pot staan een grote onderzetschotel waar tijdens de
zomer gerust constant water mag in staan. Van nature staan oleanders ook langs
grachtkanten en ze komen makkelijker in bloei als ze in een bodempje water
staan.
Bij bloempotten die binnenshuis overwinteren, verminderen we de watergift
drastisch naar de wintermaanden toe en voorzien geen
te warme temperatuur.
De plant moet het idee krijgen dat hij in winterrust
gaat.
Vervolgens in het voorjaar de watergift terug
opdrijven en achter glas de temperatuur
stilletjes opdrijven tot de oleander terug op zijn
plaats buiten kan.

Standplaats: liefst een zuidelijke warme opstelling in de tuin,
daar de Nerium oleander normaal subtropisch is.
De plant durft bij lagere temperaturen niet tot
bloemvorming over te gaan.
Voor de planten die worden uitgeplant zijn zure bodems uitgesloten, voorzie eerder een
klei - leem combinatie.
Deze bevatten ook silicaten en houden het water
beter op peil in de zomer.
Bemesting: jaarlijks minimaal 1 tot zelfs 2 maal bemesten met
organische meststoffen.
De meststof licht in schoffelen of inwerken, de wormen
doen de rest wel.
Een evenwichtige (N,P,K) korrelmeststof kan ook, doch
wees voorzichtig dat je niet teveel strooit.
Snoeien: geen drastische snoei. Normaal enkel de verwelkte bloementrossen
verwijderen tijdens de nazomer (oktober).
Verder snoeien we de buitenste takken terug tot op het vierde
bladrozet, en de binnenste die
hoger ingeplant zijn, op het derde bladrozet. Dit behoudt
een beter evenwicht van de struik.
Afgesnoeide takken kunnen gebruikt worden om te stekken.
Tip: gebruik steeds werkhandschoenen om niet in contact
te komen met het bittersap van de plant tijdens
de snoeibeurten.
Composteer of verhaksel de afgesneden takjes
van de oleander niet.
Stekken of vermeerderen: vanaf juni tot en met september.
We nemen hiervoor best zaaibakjes, met 1/3 wit zand en gezeefde compost of zaai-
en stekgrond.
De stekken worden onderaan
schuin afgesneden en we verwijderen minimaal
2/3 van het blad en steken
ze vervolgens schuin in de stekbakjes.
Je kan eventueel stekpoeder
(hormoonpoeder) gebruiken om de stekken
beter te laten aanslaan.
Plaats de bakken op stenen
(in de zon) die goed de warmte afgeven
(dal, stenen vloer, vensterbank, enz...).
Zorg voor een goede vochthuishouding, vochtig maar niet nat!
Na 2 maanden moeten de
stekken aanslaan.
Men kan ook stekken schuin
afsnijden en in water laten wortelen.
De hoofdwortels moeten dan
genoeg zijwortels hebben,
alvorens je tot planten
overgaat.
Tip: controleer je
stekmateriaal steeds op schimmels en andere ziekten.
Verjongen: De struik kan verjongd worden, mits omzichtig wordt omgesprongen
met de juiste
snoeivorm. Een aanrader zou zijn: om de 3 jaar te
verjongen.
Kijk hiervoor naar de nieuwe uitlopers en snoei steeds
recht af met een mooie vlaksnede.
Belangrijk: alle plantendelen van de Nerium oleander bevatten een sterk gif
het zogenaamde oleandrine!
Inname leidt onherroepelijk tot spasmen en verstikking
met de dood tot gevolg.
Het witte melksap, is zelfs na droging nog giftig. Dus oppassen voor dieren in
de tuin!
Ook het plantwater van de plantenvaas is toxisch. Je kan
niet voorzichtig genoeg zijn hieromtrent.
Ziekten en belagers: de rups (oranje - rode met zwarte haren) is een van de
grootste belagers bij de oleander.
Verder bacteriekanker, luis,
spintmijten, wolluis, dopluis, schildluis, roetdauw,...
|