Het nemen van bladstek.

 
Bij het stekken dient men er altijd op te letten dat we werken met propere en scherpe messen om schimmelvorming te verminderen. Stekken nemen we het beste in daarvoor speciaal gemaakte stekgrond. Deze bezit een perfecte grondsamenstelling en zeer weinig voedingsstoffen. Zo zullen de jonge stekjes hun worteltjes sneller groeien op zoek achter voedsel en zo hebben we snel een goed geworteld plantje. Het stekkistje wegzetten op een warme plaats uit het directe zonlicht. Af en toe controleren van het vochtgehalte en op schimmelvorming.Veel kamerplanten zijn in staat kleine plantjes op hun bladeren te ontwikkelen. Dit kan op twee manieren gebeuren:
Op natuurlijke wijze door een groeiend plantje op het blad.
Op kunstmatige wijze door middel van bladstek worden de bladeren gedwongen om adventiefknoppen en wortels te vormen.

1. Jonge plantjes groeien op het blad (natuurlijke wijze).


Kindje-op-moeders-schoot of Tolmiea menziesii
 

Peperomia


De plant isoleert tijdens zijn groeiperiode enkele plantencellen op kleine plekjes van zijn bladeren; deze cellen kunnen nieuwe plantjes ontwikkelen. Ze vormen reeds kleine luchtworteltjes. Er wordt hier gesproken over broedplantjes of adventiefplantjes.
Neem de plantjes voorzichtig van de bladeren, zorg dat de worteltjes niet beschadigd worden.
Enkele voorbeelden: Kindje-op-moeders-schoot of Tolmiea menziesii.
Als de oude bladeren afvallen, wortelen de nieuwe planten.
Kalanchoë daigremontiana
Als de plantjes die aan de bladrand vastzitten voldoende groot zijn vallen ze op de ondergrond waar ze verder kunnen uitgroeien.

2. Bladstek van een volledig blad met bladsteel:
De eenvoudigste manier om zelf bladstek te nemen is het volledige blad met stengel te gebruiken. Vanaf het moment dat er een nieuw en volledig uitgegroeid blad ter beschikking is kan men stekken, op elk tijdstip van het jaar .
Enkele voorbeelden:
Saintpaulia of Kaaps viooltje
Peperomia caperata
Gloxinia
Succulenten die niet echt een bladsteel bezitten kan men op dezelfde manier in de grond steken: Crassula, Sedum, Echeveria.

Werkmethode:
Snij een geschikt blad door bij de bladsteel met een scherp mes, zodat het blad weinig wordt beschadigd. Laat ± 5 cm van de steel aan het blad.
Maak met een stokje een ondiep gaatje in de grond tot een diepte die voldoende is voor de steel.
De onderkant van het bladsteeltje eventueel in stekpoeder dippen.
Steek het blad tot aan de bladaanzet vrij schuin in de stekgrond.
Druk de grond rond de steel voorzichtig aan.
Plaats een volgende rij bladeren dakpansgewijs voor de eerste rij en werk zo verder tot uw stekkist vol zit.
De stekken begieten vooraleer we ze weg zetten.

3. Bladstek met hoofdnerf: (blad in dwarse stukjes doorsnijden) De hoofdnerf is het verlengde van de bladsteel . Het is dus mogelijk te stekken zonder de bladsteel en enkel met de hoofdnerf.
Enkele voorbeelden:
Streptocarpus of Kaapse primula / spiraalvrucht.
Gloxinia

Ook Sansevieria of vrouwetongen die éénzaadlobbig zijn en geen hoofdnerf maar gelijke evenwijdige nerven hebben kunnen op dezelfde manier worden vermeerderd. Als je bontgerande vrouwetongen stekt bekom je geen bontgerande nakomelingen maar plantjes met volledig groene bladeren.

Werkmethode:

Snij een geschikt blad van de moederplant en leg het met de bovenkant naar beneden op een proper vlak.
Snij het blad dwars door de bladnerf in stukken van ± 4cm breed.

 

 

Leg de stekken in de goede groeirichting zodat je ze straks niet omgekeerd in de stekgrond steekt. Vooral bij bladstekjes van vrouwetongen is het anders soms moeilijk te zien wat de boven- of onderkant is.
Maak een gleuf in de stekgrond en zet het bladstuk er in vast, ± 0,5 cm diep, en druk de grond rondom vast.
De stukken op 2 à 3 cm van elkaar zetten.
Verspeen de jonge plantjes vanaf dat ze voldoende groot zijn.
 
4. Bladstek met zijnerven: (blad in de lengte doorsnijden)
Een voorbeeld: Streptocarpus of Kaapse primula / spiraalvrucht.
Werkmethode:
Leg het blad met de bovenzijde naar beneden op een proper vlak.
Verwijder de hoofdnerf met een scherp mes, waarbij alle zijnerven worden aangesneden.
Verwijder de smalle zijkanten, de kans dat ze anders wegrotten is groot.
Maak in de vochtige stekgrond een gleufje en zet de bladstekken er dwars in, zodat de aangesneden zijnerven in de grond komen te staan.
De nieuwe plantjes zullen binnen 1 tot 2 maanden te voorschijn komen.


Streptocarpus


5. Bladstek met stukjes blad:

Deze manier wordt vooral gebruikt bij planten met grote bladeren.
Een voorbeeld: Begonia rex
Werkmethode:
Neem een volledig ontwikkeld en onbeschadigd blad van de moederplant.
Leg het blad met de bovenkant naar beneden op een propere (glas)plaat.
Met een zeer scherp mesje snij je rondom de bladranden af.
Daarna snij je het blad in stukjes van 1,5cm x 1,5 cm.
Leg de stukjes met de bovenkant naar boven op de stekgrond en druk zachtjes aan. Leg de stukjes uit op rijen met een afstand van ± 1cm.
We begieten de bladstukken en dekken de stekkist af met een glasplaat om een goede luchtvochtigheid te behouden.
De jonge plantjes zullen na 1,5 maand verschijnen.


Begonia rex

6. Bladstek met ingesneden nerven:
Sommige planten hebben geen hoofdnerf of zijnerven maar bezitten toch het vermogen in hun nerven om een nieuwe plant te vormen. Dit vermogen wordt gestimuleerd door een klein sneedje in de nerven te maken.
Een voorbeeld: - Begonia rex
Werkmethode:
Neem een goed ontwikkeld en onbeschadigd blad van de moederplant.
Leg het blad met de bovenkant naar onder op een schoon ondervlak.
Verwijder met een mes de bladsteel.
Maak sneedjes van ongeveer 1 cm in de grootste nerven, over het gehele blad.
Plaats het blad met de bovenkant naar boven op de stekgrond. Zet het vast met krammetjes als het niet vlak genoeg ligt.
Jonge plantjes verschijnen na ongeveer 1 maand.

Veel succes!

Vossaert Kurt
redacteur www.tuinadvies.be


Dit artikel is copyright © De hofmeesters

Terug naar de
homepagina