- Engels: Rowan
- Frans: Sorbie
- Duits: Eberesche of Vogelbeere
- Familie: Rosaceae (roosachtigen)
1.Herkomst en naamgeving
De Lijsterbes is inheems in Europa, West Siberië en Klein-Azië. Hij bloeit in
mei met witte schermen die zich geleidelijk van groene tot oranje of gele bessen
ontwikkelen.
Het
Latijnse woord "Sorbus" betekent vrucht en "aucupor" vogelvangst
omdat de Romeinen de oranje bessen van deze boom als lokaas gebruikten.
Lijster betekent hippende vogel en rowan is afgeleid van het
Sanskriet woord runa wat tovenaar betekent. De Lijsterbes wordt
ook wel kraalboom, kwetsenbeienboom of vogelbessenboom genoemd. In Engeland
noemde men deze boom ook witchwood, heksenhout dus omdat men geloofde dat
hij bescherming tegen heksen gaf.
2.Plantkundige kenmerken
Net
als appel, peer en meidoorn hoort de lijsterbes tot de familie van de
Roosachtigen (Rosaceae). Hij kan een hoogte van circa 15 meter bereiken en is
vaak meerstammig. Hij heeft een slanke, gladde stam en een tamelijk brede kroon.
Typerend is het geveerde blad. Het heeft 9 tot 15 lancetvormige zijblaadjes die
zaagtandig gerand zijn. Eind april komen zij te voorschijn en vallen vrij vroeg
in de herfst af. Vaak prachtig geel en rood getint. De lijsterbes bloeit in mei
met uitbundige bloemtuilen die een beetje op appelbloesem lijken. De bloemen
zijn geelachtig wit en geuren sterk (niet erg lekker).
De oranjerode vrucht is geen echte bes, maar een steenvrucht, eigenlijk een
mini-appeltje, want zij bezit 2-3 steenharde zaden die in augustus rijp zijn en
de herfst aankondigen. Het vlees is zurig en heeft een aromatische bijsmaak.
Vogels zorgen voor de verspreiding, omdat de onverteerbare zaden hun lichaam
weer verlaten. De lijsterbes heeft veel licht nodig en wordt in Nederland
meestal als laanboom aangeplant.
3.Gebruik
Het
hout van de Lijsterbes is hart, dichtgenerfd en zeer geschikt om er meubels,
keukengerei, gymnastiektoestellen, duim - en meetstokken van te maken.
Nadat de
vruchten 8 tot 12 uur geweekt zijn in verdunde azijn, kunnen zij tot jam
verwerkt worden, eventueel gemengd met appels.
In Duitsland worden de bessen op
jenever gezet. Zij bevatten veel vitamine C. Gedroogd en gemalen leveren zij een
smakelijk meel op.
Geroosterd zijn zij als koffiesurrogaat te gebruiken.
4.Symboliek, mythen en volksgeloof
De lijsterbes is zinnebeeld voor wijsheid, kracht en beschermt tegen het
kwaad. Zij is bij de Kelten de toverboom. De Keltische druïden gebruikten
lijsterbesstokken bij hun rituelen. Vooral in Wales wordt de Lijsterbes als
Heilige boom vereerd. Volgens een oude Ierse legende zou de vrouw zijn ontstaan
uit een Lijsterbes. In de Schotse Hooglanden werd de Lijsterbes geplant tegen
toverij. Ook lieten de herders hun schapen elk jaar onder de takken van een
Lijsterbes door gaan. Varkens gaf men een aftreksel van lijsterbessen als
bescherming tegen ziektes.
Bij de oude Grieken was zij gewijd aan Aphrodite,
godin van liefde en schoonheid.
Volgens een Romeinse legende groeiden er
lijsterbessen uit de bloeddruppels van een arend die met de demonen streed.
De
lijsterbes werd vroeger vaak op kerkhoven als toverboom en om demonen af te
schrikken geplant.
5. Soorten
Sorbus aucuparia ´Fastigiata´
is een zuilvormige uitvoering van de gewone lijsterbes die
langzaam groeit en niet veel hoger wordt dan 7 meter. Het geveerde blad is
donkergroen. De leuke crèmekleurige bloemschermen verschijnen in mei - juni.
Daarna komen grote tuilen met dieprode bessen, die ongeveer 1,2 centimeter in
doorsnede zijn. De vogels schijnen ze niet lekker te vinden, daarom blijven ze
tot midden oktober aan de boom hangen. Om een mooie rechte stam te krijgen past
de kweker vaak een trucje toe: de boom wordt op een 2 meter hoge onderstam van Sorbus aucuparia ´Edulis´ veredeld.
Van de gewone lijsterbes bestaan verschillende siervormen met gele en oranje
bessen.
Sorbus aucuparia ´Edulis´
kan je beschouwen als een wilde fruitboom. Hij is inheems in heel Europa, met
uitzondering van de kust van Zuid-Spanje en Portugal. In 1810 werd in Moravië
een mutant zonder bitterstof ontdekt, vermeerderd en van daaruit verspreid. Deze
8 - 15 meter hoge, snel groeiende boom heeft oneven geveerd blad dat bestaat uit vijf
tot tien paar blaadjes. Hij verschilt van de lijsterbessen met bitterstof door
zijn donkergroene, slechts bovenaan getande en verder gaafrandige, smallere en
aan de voet toegespitste blad (bij de wilde soort is dat stomp). De bloeiwijze
is een tuil met veel crème, alleenstaande bloemen.
Andere waardevolle cultivars met eetbare bessen zijn:
*Sorbus aucuparia ´Konzentra´ werd in Dresden geselecteerd en is sinds 1954 in de handel. Deze
cultivar met zijn tamelijk kleine vruchten, geeft ieder jaar hoge opbrengsten.
Hij is vooral geschikt voor de bereiding van vruchtensappen en gelei.
*Sorbus aucuparia
´Rosina´ werd eveneens in Dresden gekweekt. Hij heeft grote, vuurrode vruchten
die aangenaam zoetzuur en aromatisch zijn. Geschikt voor gelei, vruchtensap,
compote en om te konfijten. Zeer hoge opbrengst.
Zeer dicht verwant met de gewone lijsterbes is de Meelbes (Sorbus
aria) Deze boom kan 20 meter hoog worden en heeft een dichte, ronde kroon.
Zijn bladeren zijn ellipsvormig tot cirkelrond en hebben geen insnijdingen. Ze
zijn aan de onderzijde witviltig. Hij bloeit eveneens in mei met witte
bloemtrossen en ontwikkelt donkerrode bessen die graag door vogels verorberd
worden. De Meelbes wordt bij ons als sierboom in parken aangeplant.
De Zweedse Lijsterbes (Sorbus intermedia) is ontstaan
uit een spontane kruising tussen de gewone lijsterbes en de meelbes. De bladeren
zijn veellobbig met gezaagde randen. De onderkant is grijs viltachtig behaard.
De bloemen zijn wat groter dan bij de gewone lijsterbes. De vruchten zijn
langwerpig, oranjerood en pas in september rijp. Ze zijn melig met een zoete
smaak en bevatten meestal 2 pitten. Deze boom is zeer goed tegen wind bestand.
Het hout is blank en kernloos. Het laat zich gemakkelijk kloven en is daarom
geschikt voor de vervaardiging van trommelstokken, kegels en houten ballen.
Een in Nederland haast onbekende soort is de Sorbus domestica,
een tot 20 meter hoge boom met gevederd blad, grote witte bloemtrossen en
peervormige rode bessen in september. Hij groeit vooral in submediterraan
klimaat in gemengde eikenbossen in wijngebieden en is gevoelig voor late vorst.
6.Standplaats
De gewone lijsterbes (Sorbus aucuparia) gedijt op matig droge,
voedselarme zure bodem, maar toch het liefst op vochthoudende, humusrijke grond.
Hij houdt van veel zon, maar doet het ook aardig in de halfschaduw. Hij is niet
vorstgevoelig.