Vermeerderen van lelies.   Deel 1. Geslachtelijke vermeerdering.

 


Zaaddozen en zaden van de lelie


zaaddozen van de lelie



éénjarige zaailingen


tweejarige zaailingen


driejaarse knollen


Lelies opkweken van zaad tot bloeiende plant is geen moeilijke aangelegenheid, nochtans moet je enkele belangrijke zaken weten.
Het duurt wel enkele jaren vooraleer je de eerste bloemen kunt verwachten, alhoewel de meeste trompetlelies al na 2 jaar kunnen bloeien. De oriental lelies doen er gewoonlijk een paar jaar langer over, maar een tuinliefhebber moet een beetje geduld hebben, nietwaar? Het loont zeker de moeite om het eens te proberen als je de relatief dure lelieknollen niet wilt kopen, maar toch je collectie wilt uitbreiden.

 

Hoe gaat men te werk?

Wanneer je meerdere lelies in de tuin hebt zal bij vele soorten door de bijen of andere insecten een bestuiving gebeuren. Je kunt zelf ook een handje helpen en met een borsteltje stuifmeel van de ene plant op de andere overbrengen. Zo kan je ook soorten ‘kruisen’ om nieuwe variëteiten te creëren.
In de herfst groeien de zaaddozen verder uit en eind oktober of begin november kan je de zaden oogsten. Eén zaaddoos bevat honderden vliesachtige zaden. Bewaar de zaden op een droge, niet te warme plaats.

 

Wat de kieming betreft zijn er 2 soorten: de bovengrondse kiemers (epigeal) en de ondergrondse kiemers (hypogeal). Onderaan het artikel wordt een (onvolledig) overzicht gegeven welke soorten bovengronds en welke ondergronds kiemen.

Wat is het verschil?
Bij de bovengrondse kiemers moet het zaad eerst een koudeperiode krijgen. Een eenvoudige methode is de zaden laagstapelen (stratificeren) in een bakje met zand en vanaf januari buiten zetten in weer en wind. Vanaf eind maart kunnen de zaden (en het zand) uitgestrooid worden in en goed voorbereid zaaibed of in een koude bak. Maar je kan in januari ook rechtstreeks uitzaaien, maar dan moet je het zaaibed wel afdekken met een fijn net want anders gaan de vogels of de woelmuizen de zaden flink uitdunnen. De zaden afdekken met enkele millimeter zaai- en stekgrond en na een paar weken komt het eerste blad (het cotyledon) reeds op. Het eerste jaar goed onkruidvrij houden, ervoor zorgen dat de grond niet volledig uitdroogt en in juli een beetje bemesten met een sterk verdunde vloeibare meststof. Tegen het einde van het jaar kan je de knolletjes uitgraven en op een andere plaats uitplanten op 10 cm van elkaar. Het jaar daarop kan je reeds één enkel bloempje hebben, maar het zal toch nog een jaar langer duren vooraleer je een ‘echte’ bloei zal hebben.

 

De ondergrondse kiemers zijn eigenlijk niet moeilijker op te kweken maar ze doen er wat langer over om van zaadje tot bloeirijpe knol te komen. Wanneer in oktober –november het zaad geoogst wordt, kan onmiddellijk gezaaid worden. Het beste gebruik je daarvoor een zaaiteil, gevuld met lavagruis, vermiculiet of gewone zaaigrond. Bedek de zaden met enkele mm grond en plaats het bakje op een warme plaats (18 à 20°C) voor ongeveer 3 maanden.

Je kunt de zaden ook mengen met het zaaimedium en in een doorzichtige plastieken zak doen. Op die manier kan je de evolutie van het kiemproces volgen. Na een paar maanden zal je zien dat er kleine knolletjes gevormd worden. Wanneer de meeste knolletjes beginnen wortel te vormen is het ogenblik aangebroken voor de koude periode. Het bakje in een onverwarmde serrebak plaatsen is ideaal, maar je kan ze evengoed in de koelkast bewaren voor een paar maanden. Als het weer begint op te warmen zullen de eerste echte blaadjes vlug verschijnen. Draag er goed zorg voor, want het kunnen de enige zijn die in dat jaar gevormd worden. Vermijdt direct zonlicht zodat ze niet uitdrogen of verbranden. In de herfst kunnen de kleine knolletjes op een goed voorbereid plantbed uitgezet worden op ongeveer 10 cm van elkaar. De volgende jaren (ja, het kan 3 tot 4 jaar duren vooraleer bloemen te voorschijn komen) de grond goed onkruidvrij houden en af en toe bemesten met een sterk verdunde vloeibare meststof. Deze lelies vragen wat geduld, maar dit zijn dan ook de mooiste en de meest geurige bloemen, die bloeien wanneer de trompetlelies al uitgebloeid zijn en die het bloeiseizoen van de lelies laten doorlopen tot een eind in september.

 

Tot slot nog een tip:

Wanneer je niet zeker weet of de zaden tot de bovengrondse, dan wel de ondergrondse kiemers behoren, zaai de helft uit op een warme plaats en houdt de rest over om te stratificeren. Tijdens de winterperiode kan je de reeds gezaaide zaden nazien en indien er geen knolletjes gevormd worden kan je ze ook nog een koudeperiode geven. Indien het wel ondergrondse kiemers zijn, houdt dan het nog niet uitgezaaide zaad tot juni en zaai deze zaden dan uit. Als ze koel en droog bewaard werden, hebben ze hun kiemkracht nog niet verloren. Alleen zijn ze dan een jaar later in groei (en bloei).

 

Bovengronds                      Ondergronds

 

Amabile                            Auratum

Bulbiferum                         Brownii

Cernuum                           Carniolicum

Fargesii                             Chalcedonicum

Henryi                               Kesselringianum

Japonicum                         Martagon

Lancifolium                        Michiganense

Maculatum                         Nobilissimum

Nepalense                         Pardalinum

Parryi                                Parvum

Philadelphicum                   Ponticum

Pumilum                            Rubescens

Regale                              Speciosum

Rubellum                           Superbum

Sulphureum                       Taniense

Wallichianum                     Tsingtauense

Wardii                               Washingtonianum

                                       Xanthellum

L. candidum en L. lancifolium (tigrinum) vormen geen zaad in het wild.

Auteur: Sieuw Noël
website: http://www.tuinadvies.be

Dit artikel is copyright ©
www.tuinadvies.be 

Terug naar de
homepagina