|
Ongeslachtelijke vermeerdering
Naast het
zaaien zijn er nog methoden om lelies te vermeerderen. De
afstammelingen die op deze manier bekomen worden zijn ook volledig
identiek aan de moederplant. Dit is zeer interessant om je van je
mooiste lelies wat meer bollen te hebben en het kost je alleen een
beetje tijd en bovenal geeft het je een grote voldoening als je ze
zelf gekweekt hebt. Let wel: als de moederplant ziek is, zullen
ook de afstammelingen dezelfde ziekte hebben!
De volgende
methoden kunnen toegepast worden:
-
Bladokselbolletjes
Van nature
worden bij sommige lelies in de bladoksels kleine bolletjes
gevormd. Het ene jaar meer dan het andere en naar het schijnt
heeft het iets met stress te maken. Na een lange droge periode of
extreem hoge temperaturen komt dit meest voor. In september kan je
deze bolletjes van de moederplant afnemen en in potjes of
zaaibakjes uitplanten, ongeveer 2 cm diep. Afdekken met wat grind
(tegen mosvorming) en in een koude serre of gewoon buiten op een
beschutte plaats overwinteren. In de volgende herfst uitplanten op
hun definitieve plaats. Na 2 of 3 jaar heb je bloeiende planten.
Dit is een heel
eenvoudige manier om vlug meer lelies te hebben. Verleden jaar had
ik ongeveer 150 nieuwe plantjes die afkomstig waren van 5
volwassen lelies.
-
Broedbolletjes
Lelies dienen
om de 3 à 4 jaar uitgegraven en op een andere plaats opnieuw
geplant te worden. Dit is nodig omdat de grond uitgeput raakt en
besmet kan worden met virussen. Bij het uitgraven zal je zien dat
er kleine bolletjes gevormd worden rond de stengel, ter hoogte van
de stengelwortels. In feite zijn dat ook bladokselbolletjes, maar
die werden gevormd onder de grond en hebben dus ook al eigen
wortels. Deze bolletjes kan je voorzichtig wegnemen uit het
wortelkluwen en samen met de grote bol (die veel dieper in de
grond zit) op een andere plaats uitplanten. Een vijftal bolletjes
(of meer) per plant is mogelijk. Omdat deze al een ietwat grotere
maat hebben is bloei het daaropvolgende jaar reeds mogelijk.
-
Afnemen van schubben van de bol
Een leliebol is
opgebouwd uit schubben die elkaar overlappen en vastzitten aan de
grondplaat of wortelplaat. Strikt gezien zijn deze schubben
ondergronds ontwikkelde bladeren die niet uitgroeien maar een
voedselreserve opslaan, waardoor ze verdikken en vlezig worden. Je
ziet het al: als het bladeren zijn kunnen er bolletjes aan
groeien…
Je gaat als
volgt te werk: graaf de bol uit en verwijder de beschadigde
schubben aan de buitenkant. Leg hem een paar dagen op een droge
plaats zodat je het vuil en de aarde kan verwijderen. Neem van de
buitenkant gezonde schubben weg door ze langzaam weg te trekken
van de bol. Zorg ervoor dat ze mooi tegen de grondplaat afbreken.
Je mag tot 10 schubben wegnemen van een grote bol. Plant daarna de
bol terug op zijn voorziene plaats. Het volgende jaar zal je
nauwelijks merken dat je schubben weggenomen hebt en alleen de
bloei kan iets minder zijn.
Het verdient
aanbeveling om de lelieschubben eerst te behandelen met een
fungicide om rotting en ziekten te voorkomen. Gebruik een
grondmengsel waarin zo weinig mogelijk organisch materiaal zit.
Lavakorrels en vermiculiet zijn volledig anorganisch. Het zijn
gesteenten maar vermiculiet wordt op zeer hoge temperatuur verhit
waardoor het volume sterk toeneemt en daardoor veel lichter is.
Het is daardoor ook volledig steriel. Beide nemen goed water op.
Sommigen gebruiken een mengsel van zaaigrond en gewassen grind of
alleen vochtig veenmos. Ik gebruik al enkele jaren lavakorrels en
met goed resultaat.
Neem een ruime
plastieken zak en leg er de schubben in, bedek ze met het vochtig
‘grondmengsel’ en meng de schubben door de grond. Sluit de zak en
prik er enkele gaatjes in. Zet ze op een warme (18°) en donkere
plaats. Na 3 à 4 weken kan je even controleren of er zich al
bolletjes gevormd hebben. Het vormen van de bolletjes kan ook
langer duren, dus niet wanhopen. Wanneer de bolletjes bijna zo
groot zijn als een erwt is het tijd om ze op te potten of in
zaaibakjes op 10 cm van elkaar te planten. Een paar cm grond
bovenop is voldoende. In ieder geval moeten deze bolletjes ook een
koudeperiode hebben van 6 à 8 weken. Dus overbrengen naar een
koude serre(bak) en afwachten tot het lente wordt. De jonge
blaadjes zullen vlug verschijnen van zodra het weer wat warmer
wordt Een goede verzorging in de zomer is nodig; vooral ervoor
zorgen dat de grond niet volledig uitdroogt, want dan is de groei
gestopt en duurt het tot het volgende jaar vooraleer er weer
bladeren gevormd worden. Het daaropvolgende jaar kan je de
bolletjes uitplanten op hun definitieve plaats. Je mag een eerste
bloei verwachten in het 3e of 4e jaar na het
afnemen van de schubben. Van 1 leliebol kan je wel 20 nieuwe
bolletjes hebben.
Je ziet het:
moeilijk is het niet, je moet alleen een beetje geduld hebben.
|