
Soorten
: er zijn meer dan 150 soorten gekend.
Meer en meer worden er nog enkel
de meeldauwtolerante soorten aangeboden.
Deze zijn bvb.: Abundance,
Black Velvet, Captivator, Germania, Glendale, Greenfiche, Hinnonmaen,
Keltainen, Houghton, Invicta*,
Jahn's Prariebes, Josselyn, Jubilee, Kapitein,
Karpaty, Korsun, Izvienickij, Krosien, Lepaan Punainen, Marcus, Martlet, Mc.Ginnis, MG2,
MG3, MG4, Mercurines, Oregon, Pankiw, Remarka *,
Resistenta, Reverta, Rexrot, Risulfa, Rixanta, Robustenta,
Rochus, Rode Eva, Roi, Rokula, Rolonda*,
Sabine, Sebastian, Selby, Shefford, Siewka, Spinefree, Sutton, Thoreson,
Welcome, Worcester.
* =
deze soorten geven de dikste vruchten.
Herkomst
: vooral in Noord-Afrika, en Europa, Midden- en
Zuid-Amerika,...
Bloei en bestuiving
:
- de Kruisbes is een tweeslachtig of éénhuizige en word door
insecten bestoven.
- Kruisbestuiving kan maar hoeft
niet. (volgens rassen).
- De bloemen zijn een ietwat
groen van kleur en hebben 4 tot 5 vergroeide sepalen of
kelkbladen.

- En 4 tot 5 vergroeide petalen
ofwel kroonbladen.
- 4 tot 5 stamina (meeldraden).
- Bloei is vroeg in het voorjaar
(soms treed vorstschade op). ---> - Evt. kiezen voor laatbloeiers.
Vrucht
:
Gemengde knoppen zorgen slechts voor 1 a 2 bessen die bij afrijping geel, groen, rood en soms paars van kleur
worden.
Smaak hangt af van de soort. Rijpheid ongeveer vanaf 15 juni
tot midden september. Onrijpe vruchten kunnen verwerkt
worden tot confituur.
Vruchten bevatten veel pectine,
en werden hiervoor dan ook aangeplant. De beste soorten hiervoor zijn:
Industrie en White Smith.
Standplaats
:
De Kruisbes kan onder een grote boom aangeplant worden
alsook in halfschaduw. Soms word er een teelt overwogen
onder plastieken kappen.
Er kunnen kleine hagen of
borders mee gevuld worden. Zonnige standplaatsen kunnen ook
perfect, en geven dan wel iets vroeger rijpe vruchten.
Tip: Plaats voor een
gespreide oogst een plant in de zon en een plant in
halfschaduw. (Spreiding is dan max. 3 weken)
Vochtige niet zonnige plaatsen
kunnen al snel leiden tot meeldauw. (Indien deze niet resistent
zouden zijn).
Te felle zon kan leiden tot
zonnebrand.(Rasgebonden).
Bemesting
:
Het zijn vlotte groeiers die gedijen op bijna alle soorten
van bodems.
Voorkeuren gaan uit naar bodems
verrijkt met veel humus.
Traagwerkende organische
meststoffen geven hun voeding langzaam af aan de plant en komt de bodemstruktuur ten
goede.
Als bodemverbeteraar mag je goed
verteerde stalmest of kompost gebruiken.
Breng de kompost of stalmest
steeds aan in de lente.
Kompost werkt
onkruidonderdrukkend en zorgt voor een goede vochthuishouding in de bodem.
Reken voor goeie vruchten op 14
gr. Kalium per vierkante meter. ---> Gewone kompost dekt deze
tekorten niet.
Houtasse kan ook en bevat
ongeveer: 33% Calcium, 10 Potas, 5% Magnesium. Let wel op door de grote
aanwezigheid van Calcium, hiermee moet wel rekening
gehouden worden bij de volgende kalkgift.
Mulchen
:
Mulchen mag steeds doch blijf op een afstand van de stam om
ziekten te vermijden.
Schoffelen moet omzichtig
gebeuren, daar de wortels zich onmiddellijk aan de oppervlakte bevinden.
Snoeien
:
Bij jongere struiken word een sterke terugsnoei doorgevoerd. dwz.: terugsnoeien tot op 10
cm. steeds met een oog naar buiten gericht.
Het jaar dat daarop volgt vormen
er zich al snel krachtige takken, waarvan we de 4 beste van overhouden. (Rest
wegsnoeien).
Voorzie wel dat de takken een 25
tot 35 cm. uiteen staan. Dit zorgt voor veel lucht, en
licht tussen de takken.
Weetje: vruchten komen
alleen voor op hout dat het jaar ervoor is gevormd en op ouder hout. Het is dus belangrijk om steeds
vernieuwd jong hout te krijgen. Zijtakken of sporen vormen
"botten" die nauwelijks groeien.
Vruchten dunnen gebeurt automatisch
via wintersnoei.
Snoei wortelopslag steeds terug
tot aan de wortel.
Afhangende takken worden
teruggesnoeid met één oog naar boven gericht, zodoende dat afhangend fruit
niet tegen de grond gaat hangen.
Waterloten of rechtopstaande
scheuten die weinig bruikbare knoppen leveren, worden sowieso weggesnoeid.
Voorzie jaar na jaar genoeg
ruimte tussen de takken, om een vlotte pluk te garanderen. Het geeft schimmels
minder de kans te ontwikkelen.
Onderstam
: er worden veredelde
soorten en wortelechte soorten aangeboden.
- enten kan op: Ribes odoratum, Ribes Jostaberry.
- makkelijke snoei.
- makkelijke pluk.
- enting op 1 meter --->
Steun de stam met stok of paaltje.
Planten
: respecteer een plantafstand van minimaal 1,5 tot 2 meter.
In geval van eentakkers 70 cm,
tweetakkers 90 cm, drietakkers 120 cm.
Plant omstreeks eind oktober tot
maart en doe dit in een diepbewerkte bodem. Voorzie genoeg kompost en
goedverteerde stalmest in de plantput.
Plant niet te diep, dit zorgt enkel voor grondscheuten of
wortelopslag.
Mogelijke vormen zijn:
struikvorm, snoer (Cordon) ofwel op kleine stam (15 cm
ongeveer).
Bij verwaarloosde planten: 2
snoeibeurten geven over 2 jaar:
- 1ste jaar ---> - dode
takken weghalen. - Lange takken (hangend tot op
de grond bvb.), inkorten tot op 30 cm. - Houd maximaal een 5 tal takken
over, zodanig dat een makkelijke pluk kan
plaatsvinden.
- Volgende winter kunnen nieuwe
gevormde scheuten oudere takken gaan vervangen. ---> Verder reguliere snoei
doorvoeren.
Vermenigvuldigen
:
Snoeisel kan steeds gebruikt worden voor stekmateriaal.
Kruisbessen van Amerikaanse
origine laten zich makkelijker stekken dan andere soorten.
Eind augustus - september leent
zich het best om te stekken.
Een zomerstek is een twijgje van ongeveer 20 cm met een 5 tal
ogen en minstens een dikte heeft van
5mm.
- Verwijder alle ogen op de
laatste 2 na.
- Laat slechts 2 blaadjes aan het stengeltje staan
(rest verwijderen).
- beworteling vind al snel
plaats (voor de winter doorgaans).
Winterstek kan ook ---> maart,
april uitplanten.
Stekken kan in vollegrond of in
bak. Stekpoeder is niet noodzakelijk. Voorzie een kompost goed
gemengd met zand voorzien van genoeg vocht voor een goede slaagkans.
Ziekten
:

Bessenglasvlinder |

bessenglasvlinderrups |
- Amerikaanse kruisbessenmeeldauw (Sphaerotheca mors-uvae).
- Gewone meeldauw --> wit pluis
op plant ---> zwavelbehandeling of basaltmeel of heermoes gebruiken.
- Bessenbladwesp ---> bladval
---> typische bladperforatie ---> gebruik Pyrethrum.
- Kruisbessenbladluis (Aphys
grossulariae).
- Kruisbessenspintmijt (Bryobia
Ribes).
- Spintmijt
- Grauwe schimmel (Botrytis
cinerea) ---> grijze schimmel op blad en vrucht: zieke delen wegsnoeien en zeker niet komposteren.
- Wortelluis ---> luizen zuigen
sap uit de wortels ---> Tagetes (Afrikaantjes, stinkertjes) aanplanten !
- Kruisbessenfruitmot --->
rupsen kruipen in de bes, die daarna verkleurd (snelle
herkenning).
- Bessenglasvlinder ---> rupsen graven holten
in de takken.
- Roest ---> blad en stengel
vertonen geel oranje vlekken, behandelen met een zwavelhoudend produkt.
- Virussen (algemeen).
- Schimmels: Anthracnose of
bladvalziekte veroorzaakt door Drepanopeziza Ribes of Gloecospridiella Ribes.
- zwarte vlekken op blad, of
wit poeder op jonge twijgen.
- zieke delen verwijderen.
- kies voor resistente
soorten hier.
Voor meer info of planten:
www.proeftuin.info