|
Inleiding:
Ronddwarrelende witte vlindertjes rond de bloemen in de tuin: een
vertederend zomers beeld, dat deze diertjes ook de nodige schade
aanrichten in de moestuin meerbepaald bij de koolgewassen is minder
aangenaam. Het vlindertje op zich is wel onschuldig, het zijn vooral
de rupsen die menig koolkweker radeloos maken. Deze gastheren hebben
hun naam te danken aan de kolen, die ze verkozen hebben tot
lievelingsplaats om er zich van ei tot vlinder te ontpoppen.
In onze streken zijn
de koolwitjes één van de meest voorkomende dagvlinders. Men
onderscheid vooral het kleine koolwitje (Pieris rapae)
en het grote koolwitje (Pieris brassicae), hoewel ze
ogenschijnlijk op elkaar gelijken zijn zowel de uiterlijke kenmerken
van vlinder, ei, rups en pop als het toebrengen van schade
verschillend van elkaar.
Verspreiding
en habitat:
Het witte vlindertje is wijd verspreid en één van de
dagvlinders van Midden-Europa die het vaakst voorkomt. Verspreiding:
over een gedeelte van het noordelijke halfrond, in een groot deel van
Noord-Afrika, West-Europa, van het centrale zuiden van Canada door de
Verenigde Staten en Azië tot de 62e graad noorderbreedte, hoe
noordelijker hoe minder de populatie. De activiteit is afhankelijk
van de temperatuur en het aantal uren zon. Het koolwitje is
alomtegenwoordig: in de stads, in open veld, in de bergen zelf op
een hoogte van 1800 à 2000 meter
Waardplanten:
De geliefde gastheren van de rups zijn
de planten behorende tot de familie van de kruisbloemigen (Cruciferae)
met vooral de koolgewassen, mosterdsoorten en nu en dan de
kappertjesfamilie (Capparidaceae) zoals Oostindische Kers, andere
geliefde planten zijn Judaspenning en het Herderstasje
(onkruidgastheer).
De
levenscyclus wordt vooral gekenmerkt door een metamorfose
(gedaanteverwisseling): vlinder -ei – larve – pop - vlinder.
Soorten
|

vrouwtje

mannetje |
1. Het kleine
koolwitje (Pieris rapae)
Vlinder:
Het kleine koolwitje heeft een vleugelspanwijdte van 45 - 58 mm en
op de bovenkant van de voorvleugels een kleine driehoekige zwarte
puntvlek, vanaf de onderkant van de vleugel is deze vlek eveneens
zichtbaar.
Het wijfje heeft twee zwarte vlekken bovenop elk van haar
bovenvleugels, het mannetje heeft slechts één vlek.
Het
volwassen wijfje, dat overdag vrij actief is, kan wel honderden eitjes
leggen op de onderkant van de gastheerbladeren, deze eitjes komen
nooit in clusters voor, altijd afzonderlijk, dit in tegenstelling tot
het grote koolwitje.
De
vlinder is meestal drie generaties actief: de eerste generatie is er
vanaf begin april tot eind juni (met een piek in de maand mei), de
tweede en de derde generatie is actief van eind juni tot eind
september (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus). In gunstige
omstandigheden kan er zelfs een vierde generatie uitvliegen!
De
eerste koolwitjes (voorjaar) leggen eieren op het in het wild
voorkomende kruisbloemigen (herderstasje, pinksterbloem….), ze richten
weinig schade aan door hun beperkt aantal. De volgende koolwitjes
(zomer) doen het des te meer en tasten de eigenlijke koolgewassen
aan.
De
vlinder voedt zich met de nectar van een brede serie planten zoals :
vlinderstruik, Sedum, klaver, asters, munt , paardebloem,…
Ei :
De
eitjes hebben een gele kleur en zijn kogelvormig met kruiselings
lopende oppervlakteranden. Tussen het uitbroeden van ei naar rups
verlopen 3 tot 7 dagen.
Van
ei naar volwassen vlinder duurt het iets langer: 4 1/2 tot 7 weken
afhankelijk van de temperatuur.
Rups:
De
groene rups vertoont een fijne gele streep in het midden van de rug,
andere (ook gele) strepen bevinden zich aan beide zijden van het
lichaam.
De
larve voelt fluweelachtig aan en wordt tot 32 mm lang bij volwassen
groei.
Rupsen van de laatste generatie zoeken een overwinteringplaats.
Pop:

Deze
zijn meestal groen, maar de grijze tot bruin gekleurde poppen komen
ook vaak voor.
De
poppen hangen vast aan de onderkant van bladeren door middel van een
met zijde gesponnen draad. De ontwikkeling van deze poppen gaat over
een tijdspannen van 1 tot 2 weken
De
poppen van de laatste generatie zijn te vinden in muurspleten,
houtkieren…. (overwinteringplaatsen).
Schadebeeld:
De
rupsen voeden zich voornamelijk met de binnenste bladeren van
koolplanten en maken daarbij ronde gaten in de bladeren, ze doorboren
de kolen, in het laatste stadium leven de rupsen meestal in het ‘hart’
van de koolplant. De kolen zijn dan flink beschadigd, bevuild met
uitwerpselen en dus niet meer geschikt voor consumptieverkoop.
2.Het Grote Koolwitje (Pieris
brassicae)
Vlinder:
Dit koolwitje is groter (zoals de naam aangeeft) heeft een
vleugelspanwijdte van 65 mm .
De vlinders hebben op de
bovenkant van de voorvleugel een zwarte randvlek die zich uitstrekt
van de top tot over de helft van de vleugel. Vanaf de onderkant is
deze randvlek eveneens zichtbaar, maar is de kleur eerder geelachtig
grijs.
Het wijfje heeft zowel op de
bovenkant als op de onderkant van de voorvleugel twee duidelijke
zwarte stippen. Bij het mannetje ontbreken deze stippen op de
bovenkant.
De
eerste generatie is actief van eind april tot eind juni (met een piek
tussen 10 en 31 mei), de tweede en derde generatie vliegen van eind
juni tot eind september (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus).
Ei:
De eitjes worden, in
tegenstelling tot het kleine koolwitje, in groten getale samen gelegd
(clusters).
De gele eitjes worden in partijen
van 20 tot 100 eenheden aan de onderkant van de koolbladeren
gedeponeerd. Wijfjes kunnen tot 600 eitjes
leggen !
Larve – rups:

10
dagen na de eilegging ontwikkelen er zich jonge rupsen die zeer dicht
bij elkaar vertoeven. Ze vervellen tot viermaal eer ze hun
uiteindelijke volwassen lengte van 4 cm hebben bereikt.
De
tamelijk lang behaarde rupsen zijn zwart met gele strepen en vlekken.
Deze kleur betekent in de natuur een teken van waarschuwing aan het
adres van de vogels en andere insecteneters dat ze uitermate giftig
zijn. De rupsen halen zwavel uit de koolplanten en slaan dit op zodat
ze voor vijanden onaantrekkelijk en oneetbaar zijn.
De
rupsen zijn vraatzuchtig groeien zeer snel als gevolg van het
verorberen van groen, dit tot 2 maal hun lichaamsgewicht per dag.
Wanneer de koolrups volgroeid is verlaat ze de waardplant en gaat op
zoek naar een plaats waar ze kan verpoppen (muurspleten, boomstam,
stengels van houtige planten, ….)
Pop:
De
kleur van de pop is grijsachtig met zwarte en gele vlekjes. Ze is
hoekig en maakt zich vast met een zijdedraad aan de verpopplaats.
Enkel de
poppen van de tweede generatie overwinteren.
Schadebeeld:

De
rupsen van het groot koolwitje voeden zich vooral met de buitenste
koolbladeren en verorberen systematisch het bladgroen, enkel de zware
nerven blijven over. Ze bevuilen tevens de koolgewassen met hun
uitwerpselen wat de kolen voor consumptie weinig aantrekkelijk maakt.
Bestrijden:
-
Hoge
temperaturen kunnen de ontwikkeling van de larven afremmen en ook
zware regenval kan hoge sterfte veroorzaken, dit is de reden dat er
tijdens hete en/of natte seizoenen minder aantasting is dan tijdens
koele en droge zomers.
-
Bepaalde vogels, egels en andere insecteneters behoren tot de
natuurlijke vijanden van de rups.
-
Spuiten
met chemische of biologische insecticiden (op basis van pyrethrum)
op geregelde tijdstippen en vooral bij beginnende aantasting bieden
eveneens een oplossing. Daar koolbladeren een olielaag hebben is het
noodzakelijk de insecticiden te voorzien van een uitvloeier
(nodig om het insecticide over gans het blad te verspreiden).
Hou bij consumptie van de kolen echter wel rekening met de
veiligheidstermijn na het spuiten.
-
Natuurlijke
vijand van koolrupsen zijn bepaalde sluipwespen (Apanteles
glomeratus). Deze sluipwespen parasiteren via eilegging bij de
koolrupsen. De eitjes van de wespen worden larven die zich op hun
beurt tegoed doen aan de koolrupsen.
-
Men
kan de eitjes stuk knijpen zodat ze zich niet tot rups kunnen
ontwikkelen.
-
Beter
voorkomen dan genezen is natuurlijk beter. Door het overdekken van
de koolgewassen met dunne vliesdoek (verkrijgbaar in
tuincentra) voorkomen we eilegging van de vlinders. Door de
afschermende laag van het doek krijgen de koolwitjes geen enkele
kans om zich te vermenigvuldigen !!!!!
|