Koolrabi: rassen en verzorging

 

 

koolrabi verzorging en rassenHoewel de groente bij ons al lang gekend is, is ze nooit echt doorgebroken. Voor de liefhebber is koolrabi een interessante groente. De knollen hebben een fijne smaak, die dicht bij die van bloemkool aanleunt. In de keuken hebben ze allerlei toepassingen: gestoofd, gevuld, in soep, rauw in salades of als cocktailhapje. Ook het jonge blad is niet te versmaden.

Plant.
De knol van de koolrabi is het sterk verdikt onderste stengelgedeelte, platrond tot ovaal van vorm. Het stukje onverdikte stengel onder de knol heet de voet. De enkelvoudige bladeren staan verspreid op de bovenste helft van de knol. Blad en knol zijn ofwel bleekgroen, ofwel blauwviolet. De ganse plant is overdekt met een zeer fijne, witachtige waslaag. Koolrabi bezit slechts een klein en niet diepgaand wortelstel.

Teeltwijzen.
Te lage temperaturen tijdens de opkweek veroorzaken later doorgeschoten planten. De herfstteelt is daardoor het makkelijkst.

Vroege teelt: De minimumtemperatuur waarbij je kan zaaien is 15°C, maar ± 20°C is beter. In maart kan dat alleen binnenhuis of onder verwarmd glas. Perspotjes zijn het meest geschikt. Na een weekje afharden kan je al planten in april.

Zomerteelt: De zaailingen van half april tot half juni voer je best onder plat glas uit om alle schietneigingen de kop in te drukken. Drie tot vier weken na het zaaien kan je buiten uitplanten. De droogte kan deze teelt veel parten spelen. De oogst valt in juli en augustus.

Herfstteelt: Wat na half juni gezaaid wordt, noemen we herfstteelt. Je kan ter plaatse zaaien tot half juli, elke 5 cm een zaadje en dunnen op 25 cm. Ofwel op een zaaibed tot eind juli, om ten laatste half augustus uit te planten. In beide gevallen oogst je in september en oktober. Onder koud glas kan je nog planten tot eind augustus.

koolrabi in de moestuin kwekenRassen.
Er zijn witte en blauwe rassen.
Met wit wordt een bleekgroene knol met groen blad bedoeld; met 'blauwe' een violetkleurige knol met een groenviolet blos. Binnenin zijn beide soorten wit. De groene koolrabi is veel meer in trek dan de blauwe. Nochtans wordt de blauwe door insiders lekkerder en productiever bevonden.
De oude rassen 'Wener Witte' en 'Wener Blauw' zijn nog overal terug te vinden. Ze zijn tamelijk gevoelig voor houtachtig worden en barsten.
Een minder bekend oud ras is 'Goliath', dat zowel in witte als in blauwe versie bestaat, dikke knollen vormt en geschikt is voor de herfstteelt.
'Trero' (wit, vroeg en zomer), 'Lanro' (wit, herfst) en 'Blaro' (blauw, zomer en herfst) zijn in een paar catalogen terug te vinden.
Hybriderassen zijn er ook. 'Prima F1' (wit, herfst) is de bekendste, naast 'Kolpak F1' (wit, alle teeltwijzen).
Een speciaal ras reuzenkoolrabi is het Duitse 'Superschmelz', dat tot 10 kg zwaar wordt zonder erg vezelachtig te worden. Vooral aangeprezen voor prijskampen.

Opkweek.
De zaadjes van koolrabi zijn opvallend kleiner dan die van andere koolgewassen. Uit 1 g zaad moet je 150 bruikbare planten kunnen kweken. Bij voorkweken gaat de voorkeur uit naar perspotjes. Zaaien op zaaibed gaat ook, maar bij het uitplanten is het lastig de plantjes op de juiste diepte te zetten. Als je ze iets te diep zet ontwikkelt de knol zich gedeeltelijk in de grond, waardoor hij vatbaarder wordt voor ziekten en onderaan vlugger een ruwe schil krijgt. Ter plaatse zaaien is voor de herfstteelt de beste oplossing, al moet de grond dan iets vroeger vrij zijn.

Teeltzorgen.
Met zijn pover wortelgestel komt koolrabi in droge perioden in de problemen als je niet gaat gieten. Vooral wanneer het  knolletje zo'n 3 tot 4 cm dik is heeft hij veel water nodig. Bij watertekort gaat hij dan vezels vormen waardoor hij later barst en opensplijt. Vlak voor de oogst zeer voorzichtig water geven om het scheuren van de knol te vermijden. Schoffelen en daarna de bodem bedekken helpt de grond fris te houden.

Oogsten.
De knollen worden boven de grond met een mes afgesneden of  met een snoeischaar afgeknipt. Je mag ze niet te dik laten worden. Vooral de Wenerrassen worden dan houtachtig en droog. Een normale oogstdiameter is tussen 6 en 10 cm, bij benadering de grootte van een appel.
In de koelkast bewaren koolrabi's redelijk goed, als je het blad er eerst afhaalt en de knollen in een plastieken zak stopt. Voor de langdurige bewaring kan je ze inkuilen.
 

Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina