Woord vooraf
Knolvoet is zéér moeilijk te bestrijden. Mede door de groeiende
vraag naar allerhande koolsoorten en het steeds populairder worden
van bepaalde soorten zoals broccoli, Chinese kool, koolrabi …
Maakt dat er intenser gekweekt wordt op dezelfde percelen, zonder
vruchtafwisseling, waardoor deze besmet raken met deze grondschimmel
en dit voor vele jaren. De ziekte is alom verspreid (wereldwijd),
dit al meerdere eeuwen (15e eeuw) en belaagt de kruisbloemigen maar
bovenal de koolgewassen. Het gezegde “groeien als kool” is zeker
niet toepasselijk als we met de schimmel geconfronteerd worden.
|

aantasting bij volwassen plant
|
|

knolvoetaantasting bij jonge plant
|
|
|
Leefwijze van de schimmel
Knolvoet (Plasmodiophora brassicae) is een slijmzwam met een
uitgesproken ziektebeeld, zodat verwarring met andere ziekten
uitgesloten is. De schimmel is alleen terug te vinden bij de familie
van de kruisbloemigen en meer in het bijzonder bij het geslacht «
Brassica » waartoe de koolgewassen behoren. Planten waarop de
ziekte gedijt en zich thuis voelt worden « waardplanten » genoemd.
Op de wortels van deze planten gaan rustsporen kiemen (= primitieve
schimmelzaden) bij een grondtemperatuur van minimum 12° C. Hoe
hoger de grondtemperatuur, hoe vlugger en sneller de aantasting.
Daarom is de ziekte ook minder uitgesproken bij vroege of late
teelt. Na de kieming ontstaan er « zwemsporen » die door watergift
of regen naar de wortels van de kolen « zwemmen », binnendringen
in wortelscheurtjes en zich vermeerderen. Door celdeling ontstaan de
typische gezwellen op koolwortels. Na enige tijd gaan deze
knolvormige aanwas rotten, de schimmel blijft achter in de grond en
er komen nieuwe rustsporen. Bij de volgende teelt op hetzelfde
perceel slaat de schimmel opnieuw toe! Ook op onkruiden die tot de
familie der kruisbloemigen behoren blijft de schimmel voortleven
(herdertasje, akkerkers, pinksterbloem …).
Ziektebeeld
- aangetaste wortels van kolen zwellen op tot grote knollen
(soms een sinaasappel dik) die in een later stadium rotten
- de bladeren van vooral oudere planten worden slap bij warm
weer: dit komt omdat de zieke wortels onvoldoende water kunnen
opnemen.
- de bladeren vertonen een typische, loodachtige verkleuring
- aangetaste planten groeien minder en geven geen volwassen
planten
- wanneer de plant uit de grond wordt getrokken ziet men op de
wortels van de kool knolvorming die meestal onregelmatig van vorm
is
|

loodachtig verwelkte bladeren |
Oorzaak
- gebrek aan vruchtwisseling, steeds kolen of andere
kruisbloemigen kweken op hetzelfde perceel
- op grond met een lage zuurtegraad (pH) komt de ziekte vaker
voor. Een pH van 5,8 is ideaal voor kieming van de sporen, een pH boven de
7,2 verminderd de infectie.
- koolplanten raken vaker besmet op lichte dan op zware gronden
- hoe vochtiger de grond hoe groter het besmettingsgevaar
- verspreiding van de ziekte kan ook door machines, besmet
plantgoed , besmette compostgrond, stalmest van aangetast
koolvoeder en de al eerder geciteerde onkruiden
- bodeminsecten (regenworm) kunnen de schimmel verplaatsen
Is er een remedie?
De beste remedie is uiteraard voorkomen. Krijgt de schimmel toch een
kans dan kan men volgende punten in acht nemen:
- op besmette grond gedurende zeven jaar geen kolen of
andere kruisbloemige planten (Arabis, Alyssum, Iberis …)
kweken. Ook de hierboven geciteerde onkruiden vermijden. Zorgen
voor vruchtafwisseling is de boodschap
- de zuurtegraad (pH) van de grond verhogen met kalkhoudende
meststoffen of met gebluste kalk, kalkcyanamide, overbekalking
kan wel leiden tot gebreksziekten bij bepaalde gewassen!
- best op zware, niet te natte grond kweken
- steeds gezonde planten kopen of beter: zaai en pot zelf uw
koolplanten in zuivere potgrond vrij van knolvoetziekte.
- geen bladeren of koolstronken op de composthoop gooien, liever
in de gft-container
- stalmest gebruiken van landbouwbedrijven die geen kolen
voederen aan hun dieren
- er zijn resistente soorten op de markt (bloemkool en Chinese
kool zijn het gevoeligst, boerenkool en spruitkool het best
bestand)
- kuis (besmet) materiaal goed af of ontsmet vóór gebruik op
een gezond perceel
Eindconclusie
Beter voorkomen dan genezen.
Ontsmetten of chemische producten helpen nauwelijks en zijn zéér
duur. Deze behandeling is zeker “het sop van de kool”
niet waard!
Dhr. Weijer zond ons per mail
volgende knolvoet ervaringen:
Reeds 25 jaar ben ik lid van de plaatselijke volkstuinvereniging en
bewerk ik een perceel grond van 240 m2. Dat ging goed tot de
knolvoet-schimmel toesloeg. Na jaren van vruchteloze
bestrijdingspogingen vond ik een simpele, doeltreffende oplossing. U
weet dat de schimmel zich vooral ophoudt in de bovenste laag van de
tuingrond. Wijzelf verspreiden de knolvoetschimmel door hem aan ons schoeisel overal
mee naartoe te nemen. Daarom loop ik hoofdzakelijk op de paden en
paadjes en houd ik mijn medetuinders zoveel mogelijk uit mijn
moestuin. Ik ontvang ze vriendelijk aan het begin van het hoofdpad.
Ik betreed ook geen tuinen van anderen.
En
nu het voornaamste. Naast de gebruikelijke vruchtafwisseling doe ik het
volgende. Als ik kolen plant, steek ik op elke plantplek een hele
schep grond weg en vul ik het gat met compost (ongeveer 7 liter). De
uitgeschepte aarde verspreid ik over de rest van het koolbed en ik
zorg dat hij zich niet vermengt met het compost. (Overigens zal het
iedereen duidelijk zijn, dat je alle tuingrond zo min mogelijk moet
verplaatsen. Ik let daar goed op bij het omspitten van de tuin.) Als
alle koolplantjes in hun eigen compost staan, span ik er nog een
tuinnet over tegen de koolvlieg, het koolwitje en andere vlinders en
na gepaste tijd oogst ik de schoonste kolen. Alleen de koolgalmug
bezorgt me nog enige last.
Die compost kunnen wij hier gratis afhalen op de plaatselijke
milieustraat. Ze hebben twee soorten; de beste is die gemaakt is van
het GFT-afval, omdat die gepasteuriseerd is en dus geen levende
onkruidzaden bevat.
In
plaats van compost kunt u elke andere grondsoort nemen, als hij maar
ziektevrij is. Echte potgrond lijkt mij te “zwaar” en is ook veel te
duur.
Ik
kan u verzekeren, dat mijn tuin, nadat ik jaren deze methode heb
toegepast, voor bijna 100% vrij is van de knolvoetschimmel. U
begrijpt dat onze medetuinders enthousiast op dezelfde manier
werken. Het is even aanpakken, maar het loont de moeite.