|
Kardinaalsmuts is een (meestal) bladverliezende inheemse heester,
een sieraad in de tuin, vooral in herfst en winter. Tijdens een
herfstwandeling kunnen we genieten van de karmijnrode kleur van de
bladeren en de openspringende kleppen van de vruchtjes, waaruit
oranje zaden te voorschijn komen. Vogels zijn er dol op!
Spindle-tree
of burning bush (Engels)
Bonnet de prêtre (Frans)
Pfaffenhütchen of Spindelbaum (Duits)
Celastraceae - kardinaalsmutsfamilie
Verspreiding
Kardinaalsmuts is inheems in Europa, China, Japan en Oost-Azië.
Hij groeit in de wilde natuur het liefst in struwelen en heggen en
vooral op kalk- en kleibodem.
Naamgeving en herkomst
De
Nederlandse naam heeft betrekking op de vorm en de kleur van de
vruchten, die op een kardinaalsmuts lijken.
De
Engelse naam duidt op het gebruik van het hout voor spindels. Het
Latijnse woord betekent ‘de Europese te goeder naam bekend
staande plant’, wat ironisch bedoeld is. Gezinspeeld
wordt op het gif van de vruchten dat vroeger gebruikt werd om
hoofdluizen te bestrijden. In Nederland en België komen wij
kardinaalsmuts tegen in haagbeukbossen, langs oude beken en vooral
in de duinen van Noord- en Zuid-Holland.
Kardinaalsmuts werd vaak in parken en plantsoenen
aangeplant. Tegenwoordig is men er i.v.m. de giftigheid van de
bessen voorzichtig mee.
Plantkenmerken
Kardinaalsmuts is een krachtige groeier. In de lente ontwikkelt
hij lichtgroene bloempjes, die als kleine kruisjes in grote
aantallen bij elkaar zitten. Ieder bloempje heeft 4 kroonblaadjes,
4 kelkblaadjes en als u goed kijkt, ontdekt u bij de mannelijke
bloemen 4 meeldraden. De meeste bloemen zijn tweeslachtig en
bevatten veel nectar waar insecten van smullen.
Bladeren en takken zijn groen van kleur en aan de twijgen bevinden
zich kurklijsten. De bladeren zijn fijn gekarteld en staan
kruisgewijs.
Het
meest opvallend zijn de vruchtjes in het najaar. Als de 4 kleppen
openspringen, komen de oranje zaden tevoorschijn die lang aan de
takken blijven hangen. Na de eerste nachtvorst dwarrelen bladeren
en bessen van de struik. Maar als het niet te hard vriest, blijven
de vruchtjes nog geruime tijd zitten en zijn dan een sieraad voor
de steeds kaler wordende tuin.
Soorten
Er
bestaan vele soorten kardinaalsmuts. Euonymus europaeus kan tot 4
m hoog worden. De variëteit
Red Cascade heeft overhangende takken en is in het najaar bezet met helder
roze vruchten.
Euonymus alatus is
een sterk vertakte, tot 2 m hoge heester met geelrode vruchten.
Zijn takken groeien bijna horizontaal. Overjarige twijgen zijn
bezet met kurklijsten en vrijwel zonder blad. Deze soort is
geschikt voor de bonsaicultuur.
Niet
alle kardinaalsmutsen verliezen hun blad. Er zijn ook kruipende
soorten, bv. de Euonymus fortunei. Sommige hebben groen blad dat in het najaar purper kleurt. Andere
hebben wit of geelgroen blad of blad met zilverwitte randen. Deze
kruipende soorten zijn geschikt als bodembedekker of als
aankleding van muren of schuttingen want zij kruipen niet alleen
langs de grond maar ook omhoog. Met hun hechtwortels
klimmen zij langs muren, rotsen of boomstammen. Ook zijn zij
geschikt voor de beplanting van terras en balkon. Zij zorgen voor
kleur tijdens de wintermaanden.
Snoeien
Aan
het eind van de winter kunnen kardinaalsmutsen gesnoeid worden,
liefst niet elk jaar. Snoeien heeft slechts de functie van
uitdunnen. U kunt de oudste takken laag bij de grond wegknippen.
Ongedierte
Kardinaalsmuts wordt soms belaagd door de rupsen van de
stippelmot (ponomenta cagnagellus) die een struik geheel kaal
kunnen vreten. De mot weeft tussen de takken talloze spinsels die
geel met zwart gespikkelde rupsen herbergen. Tijdens de nazomer
zitten de daaruit voortgekomen vlindertjes, wit met zwarte
stippen, op de bloemen in de tuin, bv. op de gulden roede.
Kaalgevreten struiken ontwikkelen snel weer nieuwe bladeren en
staan er na het Sint-Janslot (nieuw groeiimpuls na 24 juni) weer
florissant bij.
Verder zijn het wilde konijnen die zich tegoed doen aan de schors
van de kardinaalsmuts, vooral tijdens de wintermaanden. Maar ook
van deze schade komt de struik weer bij door nieuwe scheuten te
vormen.
Gebruik
De
Engelse en Duitse naam duidt erop dat men vroeger van het hout
spindels voor spinnewielen vervaardigd heeft. Het oud-Engelse
woord prick-wood en prick timber heeft te maken met
het gebruik van het hout als vleespennen. Het hout is zeer
geschikt om er houtskool van te maken.
Uit
de oranje schillen van de zaden bereidde men een luizendodend
middel en kleurstof. Het taaie, gele hout met fijne poriën is
kernloos en geschikt voor draaiwerk, de bouw van
muziekinstrumenten en om zijn mooie kleur als inleghout.
De
bast bevat guttapercha, de voorloper van rubber. Men gebruikte het
melksap als zodanig. In schors en vruchten zit de giftige stof
euonymine. Konijnen, geiten en ezels hebben er geen last van.
Vermenigvuldigen
U kunt kardinaalsmuts zaaien door de witte pit die zich in het
oranje velletje bevindt direct na de oogst in de grond te stoppen.
Het is veel gemakkelijker om enkele gezonde takken af te snijden
en in vochtige grond te stekken. Zij zullen evengoed
wortelen als stekken van meidoorn en vlier.
|