| De Izegemse koekoek | ||||
Reeds in 1554 was er in het werk van Aldernardiana sprake van de Izegemse.
Hoe de 'Kiekens van Yseghem'
er destijds
precies uitzagen is niet duidelijk,
evenmin hoe ze ontstaan zijn.
Rond 1900 was men in de streek van Izegem duidelijk aan
het werken aan de veredeling van
een zeer oud ras.
Foto's uit die periode laten
dieren zien met
duidelijk de uiterlijke
kenmerken van de
Eigenschappen : De Izegemse beschikt over een ruime
waaier van benijdenswaardige eigenschappen.
Het is bekend dat de Izegemse koekoek zijn kwaliteit als
vleesproducent als geen ander combineert met een goede leg.
Om de dieren volgroeid te krijgen moet men wel rekenen op 7 à 8 maanden,
naargelang het gaat om hennetjes of haantjes.
Het fijne vlees kan echter beslist al op vroegere
leeftijd geproefd worden.
De hennetjes gaan aan de leg op een leeftijd
van 7 à 8 maanden.
Zeer kenmerkend is dat zij na de legstart een
goede winterleg volhouden.
Gemiddeld worden per jaar 150 bruinschalige
eieren van 65 à 68 gram gelegd.
Na de winterleg gaan de meeste hennen vanaf
Uiterlijke kenmerken : De Izegemse Koekoek is een tamelijk fors vleeshoen met een roze kam. De standaard geeft als richtgewicht 3,5 kg voor een jonge en 4 kg voor een overjarige haan. Voor een jonge hen wordt 3 kg. aangegeven en voor een overjaarse 3,5 kg.
De staart van de Izegemse Koekoek is weinig
ontwikkeld en wordt bijna horizontaal gedragen.
Het lichaam is tamelijk rechthoekig van vorm met een
lange brede rug die vlak is tussen de schouders
en horizontaal gedragen wordt.
De borst is breed, iets opgericht, goed naar
voren gedragen en goed
Kleurslagen : Slechts één kleurslag is erkend, nml. koekoek. Bij koekoekkleurige dieren is elke veer onscherp dwarsgeband in afwisselend donkerder grijs en wit-lichtgrijs. In het algemeen zijn de hanen lichter doordat de lichte dwarsbanden in de veren breder zijn dan bij de hen. De Izegemse koekoek is een vrij zeldzame vleeshoender.
|
||||
|