|
Corallorhiza maculata
Dit is typisch zo’n orchidee, die door de doorsnee liefhebber als orchidee niet wordt herkend en dan ook over het hoofd gezien. De Amerikanen noemen hem: “spotted coral root”. Zijn door de schimmel geïnfecteerde wortels hebben een knobbelig voorkomen, alsof het een afgebroken tak koraal was. De drielobbige, witte lip en vaak ook de sepalen, petalen zijn gevlekt, met roodachtige tot purperen vlekken. Zijn levenslange afhankelijkheid van andere organismen, maakt hem wat we noemen een “mycrotrope plant”. Vooral de speciale relatie met de schimmel als tussenschakel voor de opname van voedsel is hier kenmerkend. Alle orchideeën zijn in de aanvang afhankelijk van schimmels om tot ontwikkeling te komen. Immers orchideeënzaad heeft geen endosperm of voedselreserve om hun embryo's tot ontwikkeling te laten komen. De kleine zaadjes moeten in de omgeving van een schimmel vallen, die dan dienen als voedster en de kleine zaadje (baby) zal doen opgroeien. Als dan de meeste orchideeën zich verder ontwikkelen, bladeren ontwikkelen en via bladgroenomzetting na een tijdje zelf in hun voeding kunnen voorzien, gaat Corallorhiza maculata zich eerder als een tiener gedragen, die nooit het huiselijke dak zal verlaten. Hij zal zijn leven lang blijven teren op de schimmel om zich van voedsel te voorzien. Andersom lijdt die afwezigheid van fotosynthese er ook toe dat de plant geen nood heeft aan ontwikkeling van bladrozetten of schutbladeren. Zijn bladeren zijn dan ook door de jaren heen gereduceerd tot kleine schubben op de bloemsteel. De plant heeft dus geen bladgroen nodig, en kleurt dan zoals de meeste saprofyten, in tinten van geel, bruin en rood. De toch wel raar ontwikkelde planten, zijn niet veel meer dan een wortelstok, die louter boven de grond komt om te bloemen en zo zich voort te planten. De plant groeit gewoonlijk in droge open bossen, tussen de 6900 en 10000 feet (2300 en 3100m), in humus van bladeren. Al verdragen ze ook enige vochtigere ondergrond. Omwille van hun tere afhankelijkheid van de schimmel is het verplanten vanuit het wild –zelfs al ware het niet illegaal- volledig onmogelijk. In de volksgeneeskunde is het een favoriete remedie tegen koorts. Wanneer men planten gebruikt gaat men overdadig zweten De Paiute and Shoshone Indianen van Nevada maken een thee om de bloeddruk te verhogen.
Corallorhiza striata var. striata and Corallorhiza striata var. vreelandii
Corallorhiza striata, Met zijn kenmerkende strepenpatroon is hij gemakkelijk te onderscheiden van alle andere koraalwortels. Ongeveer 40cm hoog. Corallorhiza striata kan meer dan 45 zwaar gestreepte bloemen dragen op zijn bladloze stengel. Elke bloem ongeveer 12 mm breed en daarmee de meest opvallende en grootste Corallorhiza-soort. Zoals alle koraalwortels produceert de plant nooit zelf zijn voedsel. Op zijn beurt wordt hij bevrucht door een parasiterende wesp. Grote verschillen in kleur bij Corallorhiza striata hebben er toe geleid dat er verschillende variëteiten zijn beschreven van deze soort. In Nevada zijn de variëteiten Corallorhiza striata var.vreelandii en Corallorhiza striata var.striata genoteerd in de ’Flora of North America’. De variëteit Corallorhiza striata ver.striata is groter , bruin tot roodbruin, met sepalen die drie tot vijf aderingen vertonen. De variëteit Corallorhiza striata var.vreelandii met een lichtere bleke tot gelere kleur in de keel, en doffe bruine strepen, is iets smaller en minder opvallend dan Corallorhiza striata var.striata. De bloemperiode is van mei tot juli, en individuele planten bloeien niet elk jaar. Een studie over 29 jaar bracht aan het licht dat een wel bepaalde kolonie varieerde qua aantal bloeiende planten tussen 0 en 155 stuks, De kolonie bloeide zelfs 4 aaneensluitende jaren helemaal niet! Er verschijnen dan helemaal géén planten! Corallorhiza trifida
Deze
soort komt in Europa voor, maar verder ook op quasi heel het
noordelijk halfrond, en zoals ik in de inleiding stelde,
theoretisch ook nog in België. Zelf zag in de plant enkel één keer
in Frankrijk. De exemplaren die daar gevonden werden, waren wat
kleiner dan wat ik verwachtte en ook al wordt deze reus zelden
hoger dan 15 cm, die exemplaren van amper 6 tot 8 cm hoog, met 4 tot
6 bloempjes van amper een halve cm in diameter had ik nooit
gevonden zonder enige hulp. Ze groeien graag in een vochtige
omgeving, gewoonlijk op een polletje mos, in de schaduw onder in
dennenbossen. Iemand vond een plant in ontwikkeling, waar de
bloemknoppen nog tegen de steel aangeklit zaten. Het leek niet
veel meer dan een grote beige lucifer. De bloemsteel is haast
kleurloos, beige, de bloempjes zijn iets geler met op de witte lip
enkele roodbruine stippen. |
|||
|