|

Teeltwijzen.
De belangrijkste teeltwijzen van kropsla vinden we grosso modo
terug bij ijsbergsla. Alleen valt de oogst een paar weken later
plaats.
Vrijsterteelt.
Tot half februari zaai je ijsbergsla best in bakjes onder warm
glas, daarna kan het ook onder koud glas. De eerste plantjes
kunnen vanaf half maart buiten geplant worden en afgedekt met
gaatjesplastiek tot aan de oogst.
Lenteteelt.
Dit is bij ijsbergsla de teeltwijze die de minste problemen
stelt. In deze periode is het veiliger onder koud glas of onder
plastiek te zaaien, of zelf in bakjes of perspotjes onder glas.
Vanaf half maart zou je ook buiten op rijen kunnen zaaien op 40 cm
van elkaar, om later op 40 cm uit te dunnen. De oogst zal dan
vrijwel samenvallen met die van de zomerteelt.
Zomerteelt.
In deze periode krijgt ijsbergsla gemakkelijk te maken met rand en
de daarop volgende rottingsverschijnselen. De jonge planten weten
al snel van de warmte.
Herfstteelt.
Wat tussen begin juni en half juli nog gezaaid wordt rekenen we
bij de herfstteelt. Zaai zoals bij zomerteelt. Bij warm weer de
grond tijdens de kieming koel houden met nat gehouden jutezakken,
of in potjes zaaien op een koelere plaats.
Rassen.
Veel zaadhuizen bieden het ras Great Lakes aan. Maar eigenlijk is
Great Lakes de naam van een type ijsbergsla nl. dat met een zware
krop. De eigenlijke rassen zijn selecties van dat type die ofwel
een nummer meekrijgen ofwel een andere rasnaam. De naam Great
Lakes zegt op zich dus niet zo veel.
Momenteel
op de amateursmarkt verkrijgbaar zijn:
- Nabucco: vormt vrij grote kroppen en is
voor alle teeltwijzen geschikt. Is niet witgevoelig en zeer
weinig randgevoelig.
- Ithaca: heeft middelgrote kroppen en is
te gebruiken voor vroege en zomerteelt. Weinig gevoelig voor
rand, maar wel gevoeilig voor witziekte.
- Saladin: is ook middelmatig groot.
Vooral geschikt voor herfstteelt, eventueel ook voor zomerteelt.
Niet witgevoeliger en weinig randgevoelig.
|