|
De
Hertshoornvaren (Platycerium) is een vreemde varen met
breed uitwaaierende gaffelvormige bladeren. Hij doet het goed als
alleenstaande plant op een staander, een kasthoek of hangend in
een plantenmand.
De plant heeft steriele en fertiele bladeren. De steriele nis- of
mantelbladeren zijn breed en rond, staan rechtop en geven steun
aan de afhangende fertiele bladeren. De groene mantelbladeren
rotten langzaam weg en vormen humus waaruit de wortels voedsel
halen. Het fertiele blad is veel langer en vaak diep ingesneden.
Bij sommige soorten worden de grijsgroene bladeren meer dan een
meter lang.
Om de verdamping te beperken en luchtvocht op te nemen is het blad
bedekt met een grijswit viltig laagje. Dit viltlaagje mag nooit of
nimmer worden afgeveegd!
De populairste
soort is de dubbel gevorkte Platycerium bifurcatum var.
Bifurcatum, gekweekt in verschillende cultuurvormen.
Ook de Platycerium willinckii doet het prima als
kamerplant.
De Platycerium grande met zijn opvallend grote, diep
ingesneden mantelbladeren en de nog grotere Platycerium
wilhelminae-reginae zijn enkel geschikt voor grote ruimtes. De
slippen van de fertiele bladeren worden één of soms twee meter
lang. Laatstgenoemde vragen een warme plek.
Jonge planten in kleine potten kunnen beter meteen in een grotere
pot worden overgezet. De plant daarvoor op een dik stuk schors of
een turfblok bevestigen. De pot met speciale grond voor varens of
met veenmos opvullen. Omdat de plant niet over een goed ontwikkeld
wortelgestel beschikt en snel te zwaar wordt, stevig met
nylondraad in de pot verankeren.
Als hangplant erg goed in een geperforeerde kleipot, zoals
gebruikt voor orchideeën.
Water tussen de mantelbladeren toedienen. Blad met kalkvrij water
bestuiven. De pot regelmatig in water onderdompelen.
Brokjes vermolmde turf of goed gecomposteerde stalmest tussen de
mantelbladeren duwen stimuleert de groei van nieuw blad.
Enkele praktische tips voor het
gebruik:
Planttype
Epifyt met enkele variëteiten.
30 – 50 cm hoog, lang afhangend en breed uitwaaierend.
Water
Wortelkluit steeds goed vochtig houden. Gieten met lauw en
kalkvrij (regen)water, broezen en onderdompelen in (regen)water.
In de rustperiode, van oktober tot maart, minder water, maar nooit
laten uitdrogen. Weinig gevoelig voor droge lucht.
Temperatuur
Niet winterhard. Warm houden bij een constante temperatuur.
Overwinteren bij 16 - 18 C.
Licht: Schaduw.
Bodem
Speciale potgrond voor varens. Van april tot september maandelijks
lichte mest via gietwater. Verpotten is moeilijk, enkel indien
noodzakelijk.
Vermeerderen: afnemen van uitlopers.
|