|

Hulst (Ilex) levert een wintergroene haag, met opvallende
bessen.

Pyracantha coccinea

Aucuba japonica

Callicarpa bodinieri

Crataegus met lekkere bessen voor de vogels |
Wat is er leuker dan een dichte haag waaraan ook nog eens
prachtige of lekkere vruchten groeien!
Het gaat dan natuurlijk niet om rijke oogst, maar om vrolijke
kleuren, vaak samen met prachtige bloei in het voorjaar. Sommige
vruchten zijn trouwens goed te verwerken tot lekkere jams en
compotes. Ze zitten boordevol vitaminen en pectine. Andere
besdragende haagplanten hebben geneeskrachtige eigenschappen en
zijn prima voor het maken van thee.
Besdragende haagheesters groeien
liefst wat ‘los’ en maar licht gesnoeid. Alleen als het echt nodig
is, moet er wel worden ingegrepen. Laat ze voor de rest hun gang
maar gaan. De meeste van deze heesters (en kleine bomen) bloeien
en geven namelijk alleen vruchten aan takken die in het vorige of
hetzelfde jaar zijn gegroeid. Die moeten er dan wel aan blijven.
Dat geldt bijv. voor lijsterbes, duindoorn, sneeuwbes en
Callicarpa. Die bloeien aan eenjarige takken. Rozen en liguster
bloeien aan takken die in hetzelfde jaar zijn gegroeid. Verwanten
van de grote fruitsoorten als appel en peer vormen ook vruchten
aan zogenaamde kortloten, speciale korte vruchttakjes. Die kunnen
dus wat meer snoei hebben, maar dan worden er natuurlijk ook
minder vruchten gevormd. Soorten met kortloten zijn o.a.
vuurdoorn, kornoelje, meidoorn, sierappel en dwergkwee.
Dwergmispels kunnen wel tot heel smalle, strak geschoren hagen
worden gevormd. Er is keuze uit vruchtdragende haagheesters voor
hoge tot heel lage hagen.
Een rijk assortiment
Prima soorten zijn bijv. de vuuresdoorn (Acer ginnala met
roodgroene gevleugelde vruchten), Berberis-soorten met roze, rode
of berijpt blauwe ‘bessen’. Chaenomeles (dwergkwee) vormt gele,
vaak roods gestippelde ‘appeltjes’ (lekker in jam), Colutea (de
blazenstruik) vormt lichtgroene tot roodachtige ‘blazen’,
kornoeljes (Cornus-soorten) witte of zwarte steenvruchten (bij
Cornus mas zijn ze rood en eetbaar). Bij dwergmispels (Cotoneaster)
groeien de bessen in trossen of alleenstaand. Meidoorns (Crataegus)
vormen kleine rode ‘kersjes’. Diverse soorten olijfwilg (Elaeagnus)
krijgen gele of rode, soms zilverwitte steenvruchten die deels
eetbaar zijn. Kardinaalshoeden (Euonymus) hebben roze tot rode
vruchten met een oranje zaad (giftig), duindoorn (Hippophae) vormt
helder geeloranje eetbare bessen die barsten van de vitamine C.
Hulst (Ilex) heeft geen uitleg nodig. De blauwe jeneverbessen (Juniperus)
kent ook iedereen. Ligusters vormen zwarte, giftige bessen, bij
kamperfoelie (Lonicera) zijn ze rood, oranje, geel of violet en
giftig. De Mahonia (mahoniestruik) krijgt blauwberijpte
steenvruchten (heerlijk in compote). Sierappeltjes (Malus) zijn
rood, geel, oranje of bruin en allemaal eetbaar. De vuurdoorn
(Pyracantha) vormt oranjerode, gele of rode bessen. Vlierstruiken
(Sambucus) krijgen zwarte, rode of witte bessen in trossen.
Lijster- en meelbessen (Sorbus) bieden veel keus: rood, roze,
oranje, geel of wit. Sneeuwbessen (Symphoricarpos) vormen witte,
lilaroze, soms zelfs parelmoerachtige bessen. Taxus heeft rode,
soms ook gele bessen met een giftig zaad. Maar vergeet ook de vele
botanische rozen niet, die prachtige (en gezonde: veel vitamine
C!) bottels geven.Een haag planten is heel eenvoudig Dat kan in de
rij (1) of als ‘losse’ haag (2), waarin de planten versprongen ten
opzichte van elkaar staan. Graaf een gleuf (1) of maak twee rijen
plantgaten (2). Maak de bodem(s) goed los, meng flink veel
organisch materiaal plus wat beendermeel door de uitgegraven
grond. Zet met twee man de planten op hun plaats. Een houdt ze
rechtop, de ander schept de verrijkte grond in de plantgaten. De
grond goed aantrappen rond de wortels. Daarna flink water geven.
Fotobijschrift:Hulst (Ilex) levert
een wintergroene haag, met opvallende bessen.
|