Zaaien onder beschutting
 

Koud glas.
Een platte of koude bak is een eerder eenvoudige en goedkope constructie, waarvoor elke tuinier met wat ervaring graag een plaatsje zal zoeken. Het is immers een prima middel om zelf gezond plantgoed op te kweken. Het grote voordeel van het zaaien in een platte bak is dat de temperatuur en de vochtigheid er veel gelijkmatiger zijn dan buiten. Onder het glas is het dus altijd enkele graden warmer, zodat je vroeger kunt zaaien en vanwege de langere groeiperiode een hogere opbrengst zal bekomen. Tenslotte is het plantgoed dat uit een platte bak komt, altijd veel sterker dan plantjes die in een verwarmde serre of in huis zijn opgekweekt.

Het zaaien zelf gebeurt op dezelfde manier als in de vollegrond. Vanaf het moment dat er plantjes boven staan, zet je het raam overdag op een kier. Naargelang de planten sterker en het weer zachter wordt, verlucht je meer
en meer. Als dat nodig is, leg je 's nachts rietmatten op de bak om de plantjes tegen de kou te beschermen.

In een platte bak komt de regen natuurlijk niet bij de plantjes. Daarom giet je zelf, maar dan wel heel voorzichtig, mbv een gieter met gietbroes met fijne gaatjes of met een heel dunne straal vlak boven de grond.

Een onverwarmde of koude serre biedt nog meer mogelijkheden dan een platte bak, omdat het er nog iets warmer en lichter is. Je kan er ook rechtopstaand in werken, en bv. in bakjes op tabletten zaaien.
plastiek tunnelserreZaaien onder plastiek of onder plastiektunnel is ook mogelijkheid. Wel moet je extra aandacht aan de verluchting besteden. Folie kan bv. overdag weggehaald worden en de uiteinden van een tunnel kunnen losgemaakt worden. Ook gaatjesplastiek vindt hier ruime toepassingen.

Warm glas: bakjes in huis
Om gewassen een nog grotere voorsprong te geven dan onder koud glas, maakt de plantenkweker gebruik van een verwarmde serre. Amateur-tuinders hebben geen warm glas, maar kunnen wel binnenshuis in bakken mini serre met thermostaatzaaien. Dat doe je normaal met tomaten en selder en eventueel ook met vroege voorjaarsteelten..
Het grote probleem daarbij is dat het in de meeste huizen wel warm genoeg is om het zaad te doen kiemen,maar niet licht genoeg om sterke plantjes te kweken.. Zoals reeds vermeld, hebben jonge plantjes veel licht nodig, anders worden ze lang en slap en valt er niet veel meer mee aan te vangen. Daarom is een verwarmde serre zo ideaal, maar met een veranda of een brede vensterbank op een lichte plaats in huis kunnen we het ook wagen. Beginnen de plantjes toch lang en slap te worden kan je ze nog proberen te redden door ze naar een koelere, maar ook zeer lichte kamer te verhuizen (bv. een slaapkamer). Als het weer een beetje zonnig wil zijn, lukt het wel. Is er toch weinig licht, krijg je toch van die slappelingen en is het herbeginnen geblazen.


Kort samengevat kan je dus stellen dat na de opkomst alles afhangt van de verhouding tussen warmte en licht, hoe hoger de temperatuur is die wordt aangehouden, hoe meer licht er ook moet zijn om een evenwichtig gebouwd plantje te krijgen

Werkwijze.
De bakken hoeven helemaal niet diep te zijn: 6 cm is voor de meeste planten voldoende. Isomobakjes (die je dikwijls bij vishandelaars gratis kan bekomen) worden veel gebruikt, maar ook houten of plastieken kistjes voldoen. Om rotting te voorkomen zorg je wel dat het overtollig water weg kan. Daarvoor maak je gaten in de bodem en om te beletten dat de grond mee door de gaten spoelt, kun je er wat kiezelstenen of potscherven met bolle kant naar boven, onder leggen.

Om te zaaien vul je het zaadbakje met potgrond tot enkele cm onder de rand. Verdeel de grond goed over de ganse bak. Druk dan zachtjes en gelijkmatig aan met een plankje of een stuk plaat, zodat je een plat vlak verkrijgt. Je moet altijd nog een rand van minstens een centimeter overhouden, want anders kan je niet gieten. Soms zie je wel eens dat bovenop een laagje wit zand van 1 of 2 mm dik wordt aangebracht. Wit zand is immers tamelijk steriel zodat er minder gevaar is voor beschimmelen van het zaad. Wellicht profiteren de plantjes ook wel wat van het door het zand weerkaatste licht.

Grote zaden kunnen één voor één in de grond gestopt worden. Kleine zaadjes schud je rechtstreeks uit het zakje of uit een opgevouwen kartonnetje (zoals in vollegrond). Hou het zakje of het kartonnetje laag genoeg, zodat de zaadjes niet wegspringen. Probeer ze regelmatig te verdelen. Wie daar niet zo goed in lukt, kan in het bakje in rijtjes zaaien op 2 tot 3 cm van elkaar.
Zeer kleine zaadjes kan je eerst mengen met een heel klein beetje wit zand of basaltmeel, zodat je beter kan zien waar ze terecht komen.

De zaaidichtheid hangt af van de lengte van de periode dat de plantjes in het bakje moeten blijven staan. Als de kiemplantjes verspeend worden kan je zeer dicht zaaien. Als ze langer blijven staan, zijn grotere afstanden vereist. Wanneer de plantjes elkaar volop raken, staan ze te dicht en dienen ze spoedig te worden verspeend.
Strooi na het uitleggen van de zaden een laagje aarde over de zaden dat ongeveer 2 keer zo dik is als de zaden zelf. Dat strooien gaat zeer gemakkelijk met een zeef.
Druk daarna nog even lichtjes aan met een plankje, zodat alle zaadjes de gronddeeltjes goed raken.
Vergeet geen naamkaartje of etiket aan te brengen.

Vlak na het zaaien geef je water door heel het bakje in een grotere bak met water te plaatsen, zodat de grond zich via de openingen in de bodem van het bakje kan volzuigen.
Van boven af gieten kan ook, maar dan wel met een kamerplantensproeier (of vernevelaar) of een gietertje met een zeer fijne broes. Let op dat er geen plasjes op het grondoppervlak komen te staan, want dan zouden de zaadjes kunnen wegdrijven.

Bedek het bakje daarna met een glasplaat en zet het op een warme plaats (± 20°C). Als extra isolatie mag er een vel papier over, dat er weer af moet van zodra het zaad gekiemd is.

Verzorging.
Controleer regelmatig of de grond in het bakje nog nat genoeg is. Zolang de glasplaat op het bakje ligt zal je niet er veel moeten gieten. Wanneer er veel water op de glasplaat condenseert en terug in het bakje valt, loop je het gevaar dat de zaadjes door de neervallende druppels bloot komen te liggen.
Laat in dat geval de glasplaat op een kier en gebruik de plantenspuit om de grond vochtig te houden.

Van zodra de kiemplantjes boven staan, is het beter een houten blokje tussen de rand en de glasplaat te steken, zodat er wat frisse (droge) lucht binnenkomt. Dat is nodig om te beletten dat de plantjes altijd nat zouden staan en gaan schimmelen. Van dan af let je goed op dat de grond niet te veel uitdroogt en geen korst krijgt.

In plaats van de glasplaat in verluchtingsstand te zetten, kan je in het begin ook de glasplaat om de paar uur omdraaien, ofwel de waterdruppeltjes eraf vegen. Zo voorkomt je ook dat de lucht al te vochtig zou worden en kun je in het bakje toch een iets hogere temperatuur bereiken.

Bij opkweek bij het venster, zal je zien dat de kiemplantjes naar het licht toegroeien. Om al te veel scheef groeien te voorkomen moet je de bakjes regelmatig omdraaien.

 

Bodemverwarming.
Bij de opkweek van plantjes wordt soms ook bodemverwarming aangewend. Voor amateurs zijn er elektrische kabels om onderin een zaaibak te leggen. De kabels geven warmte af aan de grond. Er zijn ook (dure) zaaikistjes met ingebouwde kabelverwarming te koop. Voor wie zich echt op de zeer vroege teelten wil toeleggen, is dit een aanwinst.

Een ecologisch meer verantwoorde, maar omslachtige methode is het gebruik maken van de warmte van verterend organisch materiaal. Je kan een composthoop opbouwen in een koude serre en daarover een tent van plastiekfolie hangen of spannen, waardoor de warmte beter bewaard blijft. Er wordt in bakjes gezaaid die bovenop de composthoop staan. De eerste dagen na de opbouw nog niet zaaien, want de temperatuur loopt eerst nog te hoog op. Het beste materiaal voor zo'n 'broeihoop' is goed nat gemaakte paardenmest. Op grote hopen composterende houtsnippers kan het ook.
Deze zaaimethoden 'op warme voet' zijn vooral bedoeld om plantgoed voor glasteelt te kweken.

zie ook:

 
onderhoud tuinmeubelen onkruid als indicatorplant zaaien van planten zaaien in een zaaikistje
 

Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be