|
|
|||||
Het is oogsten en nog eens oogsten. Van staak(bonen) en rode bieten over wortelen en diverse kolen tot pompoenen en courgettes. En verder: zomerprei (aperitief)tomaten, sla, keukenrapen, selderij, andijvie, … De zaai - en plantmogelijkheden daarentegen nemen af, recht evenredig met het aantal uren daglicht. We zullen vanaf nu snel moeten zijn om nog blad - of snijselderij (15 x 15 cm), kervel (breedwerpig of in rijen op 15 cm), keukenrapen ( 25 x 15 cm), peterselie (15 x 3 cm), radijzen (10 x 3 cm) suikerij (verplanten), veldsla (15 x 5 cm), winterspinazie (20 x 5 cm) en zuring (25 x 15 cm) aan de grond toe te vertrouwen. Bij vers groen zoals selderij en sla werken we stilaan onder glas of plastiek. Op de vrijgekomen percelen groenbemesters inzaaien heeft tot doel een goede grondbewerking te verkrijgen. Dit alles op basis van een verbeterde water- en luchthuishouding van de bodem. Intussen trachten we de toenemende berg restmateriaal in te perken door zo veel mogelijk te composteren. Het aspergeloof houden we groen tot ongeveer 10 november. Zo laten we de planten toe meer reservestoffen op te doen.
Vanaf september starten we met het forceren van witloof. Vergeet de witloofpennen na het inkuilen niet af te schermen van het licht, want anders wordt het loof direct groen. En dan zijn we al terug aanbeland bij het oogsten. Witloofwortelen op het juiste moment rooien is er belangrijk voor de verdere forcerie. Dat geldt bij andere groenten evenzeer voor de bewaarmogelijkheden. Tomaten laten we droog en donker narijpen. Aardappelen slaan we luchtig, vorstvrij (5°C) en donker (kelder) op. Uien bewaren we eveneens vorstvrij, in open kistjes of opgebonden op een goed geventileerde plaats. Conserveren kan evenwel niet alleen onder de vorm van drogen of gewoon bewaren maar ook door invriezen en steriliseren. Met een beetje kennis van zaken eten we groenten uit eigen tuin tot ver in het volgende jaar. Volgend jaar uit eigen tuin = nu beginnen met de bodem Blote grond is onnatuurlijk. Overal waar
vruchtbare grond er zomaar bij ligt, neemt de natuur die aan een ijl
tempo in. Het resultaat zint ons niet altijd, want wat we cadeau
krijgen is gewoon onkruid. Toch is dat
In het het najaar liggen veel groentebedjes er leeg bij. Al het onkruid wordt er weggehaald en dan kunnen ze een deklaag krijgen. Met stro, hooi of met herfstbladeren. Door even met de grasmachine over de bladeren op het gazon of de oprit heen te gaan zijn ze niet meer zo groot en waaien ze minder snel weg. Het bijeengeharkte materiaal is nu perfect bruikbaar als deklaag op groentebedden. Verzuring is niet echt een probleem. Wat vergaat, heeft veelal een neutrale zuurtegraad (pH 6). Zorg voor een laag van 0,5 tot 2 cm. Dikkere lagen gaan samenklitten tot een beschimmelde koek. De deklaag zorgt voor isolatie en een langere warm blijvende bodem. Voer de restanten van de laag twee tot drie weken voor het planten of zaaien en uiterlijk in maart af naar de composthoop. Anders belet de laag in het voorjaar juist dat de bodem kan opwarmen. Groenbemesters zaaien we om de grond dicht te houden. Ook hier maken we de percelen eerst onkruidvrij. Doordat de planten later ingewerkt worden in de grond of doordat hun wortels erin afsterven, zorgen we meteen voor bemesting. zie ook:
|
|||||
|