|
Koud glas: momenteel de eerste keuze.
Droge en warm gelegen tuinen nodigen uit tot de eerste
grondbewerkingen. Andere tuinen kunnen hun achterstand wat later
wegwerken door het inschakelen van afdekfolie. Zodra de aarde bij
het omwerken in brokken uit elkaar valt, zijn ook die tuinen klaar
voor een spitbeurt. Te natte grond later in het jaar kan voorkomen
worden door te spitten in beperkte ruggen van 10 tot 20 cm boven
de paden. Intussen kunnen ongeduldige eigenaars van koude en natte
gronden aan de slag onder koud glas. Vergeet ook hier niet wat
organische meststoffen licht onder te werken of met aarde te
mengen
In februari zijn kassen en platte bakken
die door kachels, buizen of op een andere manier verwarmd worden,
misschien nog te prefereren. In maart is het zogenaamde koude glas
warm genoeg om te kunnen zaaien en planten. Warmte in een kas of
platte bak ontstaat doordat lichtstralen die de grond bereiken of
op iets anders stuiten, omgezet worden in warmte. De warmte stijgt
op, maar kan niet meer naar buiten. Lichtstralen gaan wel door
glas, warmtestralen niet.
Alternatieven voor koud glas.
Over koud glas hadden we het
hierboven al. Maar zijn er alternatieve maatregelen tegen kou of
met andere woorden om te vervroegen? Probeer eens een tunnel. De
voorsprong varieert van vier tot zes weken en de resultaten liegen
er niet om. Gewassen die het uitstekend doen in een tunnelkas zijn
andijvie, bloemkool, raapstelen, radijs, rode biet, sla, snijbiet,
spinazie, spitskool, stengelui en wortelen.
Benodigdheden: tunnelbogen van 3.20 m en
transparante plastic van 3 m breed. De tunnelbogen worden over een
teeltbed van 1,20 m tot 1,50 m geplaatst, om de meter op winderige
plaatsen en om de twee meter op beschutte plaatsen. Aan het begin
en het einde van de tunnel komt een paaltje, waaraan het plastic
geknoopt wordt. Het plastic wordt strak langs en over de bogen
getrokken. Zeker aan de windkant gooien we wat grond op het
plastic, zodat het goed vastligt.
Groeifactoren voor planten.
Planten hebben om te groeien behalve voedingsstoffen, water, lucht
en warmte, ook licht nodig. Gebruik maken van kunstlicht is voor
moestuinders meestal te duur. Om in deze tijd van het jaar
maximaal het licht te benutten is het belangrijk om een kas of bak
te hebben met weinig schaduwgevende delen. Verder moet het glas
goed schoon zijn. Vuil glas laat weinig licht door. Kunststoffen
laten minder licht door en vervuilen eerder.
Om de bodemtemperatuur gunstig te
beïnvloeden kunnen we broeimest gebruiken. Sleuven van 50 cm diep
vullen we met een 40 cm dikke laag strorijke mest, bijvoorbeeld
paardenmest, en daarboven 10 cm (teel) aarde. Na een week is de
bodemtemperatuur dusdanig opgelopen dat er gezaaid en geplant kan
worden. Deze broeimest levert gedurende zeven tot acht weken
warmte aan de bodem.
Onjuiste bemesting en te weinig licht zijn
oorzaken van een te hoog nitraatgehalte in vroege sla en spinazie.
Geeft altijd minder mest dan nodig is. Het allerbeste is goed
verteerde compost te gebruiken. Dat vermindert de kans op hoge
nitraatgehalten aanzienlijk. Wees ook zuinig met mest bij het
opkweken van plantjes om die later uit te planten. Dergelijke
planten moeten kort, stevig en gedrongen zijn. Door een royale
bemesting worden de planten te weelderig, langgerekt en slap. Deze
planten zijn na het uitplanten veel vatbaarder voor ziekten.
Zaaiklaar maken
Na het klaarmaken van de grond in
de kas en bak is het goed om één tot twee weken te wachten met
zaaien. De grond heeft dan de tijd om op te drogen en warm te
worden. Daardoor zal het zaad sneller kiemen. Zaad dat in een
koude, natte grond terechtkomt, gaat rotten en de opkomst valt
tegen.
Zaaien of planten?
Bij knolvenkel, peterselie,
raapstelen, radijs, rammenas, sla, spinazie en worteltjes kunnen
we kiezen voor zaaien. Bij andijvie, bleekselder, bloem - en
spitskool en paksoi opteren we het best direct voor planten. Ze
hebben een hoge kiemtemperatuur nodig om schieten te voorkomen.
Houd bij het uitplanten altijd een ruimere plantverband aan dan
gewoonlijk. De luchtvochtigheid in een kas of platte bak kan snel
oplopen. De planten moeten regelmatig kunnen opdrogen om allerlei
schimmelaantastingen te voorkomen. In dat verband is luchten ook
heel belangrijk. Zodra de zon maar schijnt, zetten we de ramen
open en ‘avonds sluiten we ze weer.
Behalve om snel verse groenten uit eigen
tuin te hebben, kunnen we koud glas ook gebruiken om planten voor
te trekken, bijvoorbeeld bij prei en peulvruchten ( tuinbonen,
erwten..). Bij potlooddikte ( prei) of 4 cm hoogte ( peulvruchten)
gaan de planten de tuin in. Maar zolang de weersomstandigheden of
bodemgesteldheid erg tegenvallen, is het goed te wachten met
zaaien en planten.
Ajuin en sjalotten.
Eenmaal eind maart onze sjalotten en plantuitjes aan de grond
toevertrouwd is, kunnen we nog klassiekers als asperges en
aardappelen uitplanten.
Wat voor sjalotten en plantuien geldt,
namelijk dat we goed uitplantmateriaal in een tuincentrum vinden,
is des te meer waar voor asperges. Kwaliteitsplanten voor goed
producerende asperges zijn te vinden in een
aspergevermeerderingsbedrijf. Zelf asperges zaaien eind maart -
begin april op een kweekbedje in rijen op 30 x 10 cm is het
alternatief. Pas in het daaropvolgend voorjaar gaan de op 15 cm
afstand uitgedunde planten van het kweekbed naar hun definitieve
standplaats op minimum 90 x 40 cm.
Voor uien is de plantafstand 30 x 7 à 10
cm. Sjalotten staan best 25 cm uit elkaar in rijen met een
tussenruimte van 30 - 40 cm. Plantuien hebben diverse voordelen
boven zaaiuien. Ze zijn sneller volgroeid, lenen zich beter voor
koele klimaten met een korter groeiseizoen, doen het beter in
armere grond en hebben minder last van uienvlieg of meeldauw. De
teelt is eenvoudig en de uien zijn sneller groot, maar ze zijn
duurder en schieten vlugger door. De ideale grootte voor
plantsjalotten is zo’n 2 cm. Die leveren een hoge opbrengst van
sjalotten van mooi formaat. Grotere plantsjalotten geven meer en
kleinere sjalotten.
Moeten we het planten uitstellen, dan
spreiden we het plantgoed uit op een koele, lichte plaats om
voortijdig uitlopen te voorkomen. We telen geen van beide
knolgewassen op grond waarop pas stalmest is aangebracht. Om de
uienvlieg af te houden passen we ook wisselbouw toe. Zure grond
wordt bekalkt. Hark de grond vooraf vlak, verwijder kluiten en
stenen en geeft per m2 60 gram universele mest in korrelvorm. Na
heet planten staan de groeipuntjes net onder de aarde.
De moestuin nog niet bekalkt?
Nog doen! In feite is de volledige periode vanaf oktober tot mei
geschikt, maar het best gebeurt een bekalking voor het spitten. Op
die manier wordt het product goed dooreen de bouwlaag vermengd.
Kalk verbeterd niet alleen de Zuurtegraad van de grond maar is ook
rijk aan calcium dat onmisbaar is voor een kruimelige, luchtige
bodemstructuur. De verbeterde zuurtegraad en de luchtige structuur
stimuleren de ontwikkeling van een rijk bodemleven, waardoor de
wortelgroei bevorderd wordt.
Kruiden en wortel - en knolgewassen
verlangen 0,5 - 1 kg/ 10 m2 kalk; vruchtgroenten en peulgewassen 1
kg/10 m2 en blad - en koolgroenten 1 - 1,5 kg/ 10 m2
Wie van ons houdt zijn moestuin al op
een natuurlijke manier gezond?
Het is nu het ogenblik om
natuurlijke, plantaardige bondgenoten te zaaien. Afrikaantjes (Tagetes)
kunnen we nooit te veel hebben. Ze helpen aaltjes te bestrijden
die andere planten het leven onmogelijk maken. Geplant tussen
tomaten zorgen ze binnen een paar maanden voor een betere
vruchtzetting en dikkere vruchten.
Enkele siertabaksplanten (Nicotiana) en
zegekruid (Nicandra physaloides) in de tuinserre helpen de witte
vlieg op afstand houden en dit door de geur die ze bij het
aanraken verspreiden. Oost - Indische- kers (Tropaeolum majus) is
dan weer ideaal om onder meer luizen bij broccoli en bonen weg te
houden door het ongedierte zelf aan te trekken. We moeten
natuurlijk wel regelmatig de door insecten kersenranken afknippen
en vernietigen. Anders kan onze natuurlijke bondgenoot bezwijken
onder de last van zijn beschermde taak.
Tot slot.
Wie weet nog wat opa of oma zeiden over het voorjaar? Dat we
kunnen beginnen met de eerste zaailingen en plantingen in de warme
bak, als de sneeuwklokjes volledig uitgebloeid zijn. Dat we in de
koude bak sla en kool kunnen zaaien, zodra de kruisbes blaadjes
krijgt en het gazon dan weer begint te groeien. Dat de
vollegrondstijd (plantuien, sjalotten, vroege kolen, spinazie) er
is, als het klein hoefblad bloeit.
|