De groentetuin in mei.

 

De groentetuin in mei: elke tuinier legt zijn groene ei.

Van een lentegevoel gesproken, de huidige lentekriebels geven ons een extraatje. En dat is meer dan de grasmaaier van stal te halen en het gazon zo goed als wekelijks te lijf gaan. Over die start van het tuinjaar zijn we al heen.

De meimaand gaat nog even voort op de bloemenweelde. Mei is ook de maand waarin opendeur- en opentuindagen worden gehouden. Alle tuincentra gooien hun troeven op tafel. Ook die voor onze moestuin.

Na een bezoek rest ons niets anders dan onszelf veel werkijver toe te wensen, maar vooral veel genot en rust in onze lentetuin.
 

De werkzaamheden voor de moestuin in een notendop.

Vooruit en vooral: planten en zaaien van zogenaamde zomergewassen. Uit de mogelijkheden geplukt: inmaakajuintjes en zaaiuien, kervel, koolrabi, bloemkool, broccoli en herfst- en winterkolen, pastinaak, knolpeterselie, postelein, zomerprei, radijs, rammenas, rode biet, schorseneren, knol - gele en groene selder, bind, ijsberg en kropsla, struik- en staakbonen, witloof en wortelen.

Werken met mengculturen en combinatieteelten binnen een uitgekiend teeltplan.
Dus rekening houden met het feit dat:

  • erwten vroege vogels zijn en die voor mei nog slechts late, lage, donkergroene variëteiten in aanmerking komen
  • dat bonen warmteminnend of koude en vochtvrezend zijn en liefst pas vanaf de tweede helft van mei aan bod komen
  • dat andijvie en spinazie wegens hun doorschietgevoeligheid nu als nateelt naar de herfst toe doorgeschoven worden.

Ondanks de langere dagen en hoge temperaturen toch waakzaam blijven voor schraal, droog en koud weer tot aan de laatste IJsheilige.

Vanaf nu toch de kans benutten om de serre in te ruilen voor de open lucht bij het verhuizen van de planten van augurken, courgette, paprika, patisson, pompoenen en tomaten.


radijsjes

 

Koude voorjaarsgroenten zoals radijs en sla uit de hobbyserre naar de koude bak verbannen en zo de ruimte voorbehouden voor warme zomerteelten zoals komkommers, meloenen, paprika’s en tomaten.

De hulpmiddelen tegen belagers en aantastingen van onze teelten inschakelen: insectengaas boven de wortelen, geperforeerde plasticzakken over de bloempotten of plasticflessen aan de voet van de tomatenplanten, gaatjesplastic boven zaailingen en plantingen.

Zodra de rijen zichtbaar zijn het onkruid bestrijden door met de hand te wieden of door de schoffel en hak te hanteren.

Alles draait rond de IJsheiligen (11 tot 14 mei)

  • 11 mei: Sint-Marmetus
  • 12 mei: Sint-Pancratius
  • 13 mei: Sint-Servatius van Maastricht
  • 14 mei: Sint-Bonifatius van Tarsus

Intussen weten we wat er waar wordt van de weerspreuk: ‘broedt de spreeuw vroeg in april, een schone meimaand is op til’. Als we mei op de kalender zien staan, dan denken we aan een lekker temperatuurtje, waarbij de trui eindelijk ingeruild kan worden voor iets luchtiger. Als amateur-tuinders willen we op zo’n dagen eigenlijk alles tegelijk in de grond stoppen. Soms laten we ons door dat voorjaarsgevoel meeslepen en gaan inderdaad van alles in de tuin zaaien of planten. Te vroeg, als blijkt dat we een paar dagen later de autoramen ijsvrij moeten maken.

De conclusie dat het vanaf 15 mei absoluut veilig is voor vorstgevoelige planten is niet helemaal juist. Soms vriest het vanaf half april niet meer en heel soms kan het eind mei nog vriezen. Maar door de band genomen klopt de volkswijsheid dat het na de IJsheiligen van half mei gedaan is met risico op nachtvorst. Nachtvorst is anders dan gewone vorst. De temperatuur wordt gewoonlijk gemeten op 1,5 m boven de grond. Maar het kenmerk van nachtvorst is juist dat die laag bij de grond plaatsvindt. Dan kan het enkele graden vriezen op maaiveldniveau, terwijl de officiële temperatuur niet onder het vriespunt komt. Onze groenten bevinden zich dus precies in de gevarenzone.

Welke gewassen zijn 's nachts vorstgevoelig?


aardappels telen
 

Zeer vorstgevoelig: bonen (met uitzondering van tuinbonen), bloeiende aardbeien, tomaten, paksoi en suikermaïs, augurk, courgette, komkommers, meloenen en pompoen.

Gevoelig voor strengere nachtvorst: aardappel, bladgewassen.

De simpelste manier om schade van nachtvorst te voorkomen is natuurlijk om kwetsbare planten niet voor 15 mei uit te planten of te laten kiemen. Verder is afdekken een goede methode. Dat kan met glas of folie. Op die manier kan een teelt permanent bedekt worden of alleen bij acuut gevaar voor nachtvorst. Ook ander materiaal helpt, zoals rietmatten, stro of zelf oude kledij. Over planten die los van elkaar staan, bijvoorbeeld bloeiende aardbeien, kunnen bloempotten gezet worden. Aardappelen kunnen bij dreigend gevaar nog snel aangeaard worden. Dan kan alleen het nog boven de grond uitstekende gedeelte bevriezen, maar snel herstel is mogelijk.
 

Een prachtige maar drukke moestuinmaand.

De zaai- en plantmogelijkheden in de maand mei zijn legio. Het volstaat te verwijzen naar ‘De moestuinwerkzaamheden in een notendop’ hierboven.
Mei is de maand van de augurk, courgette, komkommer, patisson en pompoen. We pikken er die laatste uit, want haalbaar voor iedereen, ook voor onze kinderen, plus lekker en praktisch.

Moeder Natuur moet zich geamuseerd hebben met het scheppen van pompoenen: van amper 150 gram wegend tot soms 40 kilo zwaar, met bijzondere vorm, kleur of smaak.

  • Red Kuri laat zich indien goed uitgerijpt op een vorstvrije plaats vier a vijf maanden bewaren. De bewaring gebeurt bij voorkeur op stro of hooi en de pompoenen worden zodanig geschikt dat de exemplaren elkaar niet raken. Zodoende winnen ze zelfs aan smaak.
  • Bush fire is een soort van het Japanse Red Kuri-type en bijgevolg goed houdbaar. De soort is geschikt voor kleinere percelen, rankt minder en concentreert in het hart van de planten een tiental vruchten van 1 tot 1,5 kg.
  • Crown Prince draagt plat ronde vruchten van 30 tot 50 cm doormeter met een mooi grijsblauwe kleur, een gewicht van 4 à 8 kg en een zachtzoete smaak.
  • Jack o’ lantern is de typische Halloweenpompoen, rond en oranjekleurig, met een gewicht tussen 3 en 5kg en ideaal om uit te hollen.
  • Turkse muts is eerder een sierkalebas met donkeroranje tulband en onregelmatig gestreepte knoop. Het is een sterk rankende plant.
  • Baby boo, Butternut, Giant pumpkin, Lady Godiva, elke zichzelf respecterende zaadhandel heeft minstens vijftien soorten in het assortiment. We laten ons best leiden door de grootte van de vrucht en het vooruitzicht om maandenlang als ornament te kunnen dienen, dan wel door de smaak om een geurende pompoensoep te garanderen.


pompoenen kweken

 

De plant is ook een geschikte bodembedekker voor wie een keertje een jaar geen tijd heeft om de moestuin te verzorgen. Nu planten is de boodschap. Op minimum 1,5 m bij 1,5 m, maar zelfs geplant op 3 bij 3 m krijgen rankende pompoenen het veld gesloten en groeien ze door elkaar. De eerste maanden blijft er flink wat ruimte voor onkruid tussen de planten. Zodra pompoenen echter in groei komen, nemen de lange ranken snel bezit van de open ruimte. Zeker als we ze intoppen, wanneer ze een lengte van ongeveer 60 cm hebben. Dat stimuleert de verdere vertakking van de plant.

Geen apart kindertuintje of gewoon weinig plaats? Plant pompoenen op de composthoop. Het zijn er ideale schaduwbrengers. Aan de voet planten is beter dan op de top. Daar krijgen ze voldoende vocht en zelf extra voeding door het regenwater dat voedingsstoffen vanuit de composthoop afvoert.

 

Staan de tomaten- en paprikaplanten klaar om half mei de tuin in te gaan op 75 x 50 cm? Er zijn immers tomaten voor een serre of voor open lucht, geel, rood, gestreept, klein, groot. De keuze is enorm. Alle hoger opgroeiende tomaten willen gediefd worden, we moeten de okselscheuten wegplukken.


8 soorten sla

 

De nieuwste slasoorten blijven bladluisvrij, maar als het weer wat meezit blijven ook de oude variëteiten gespaard van deze plaag. Aan ons de keuze uit kropsla, krulsla, eikenbladsla,pluksla,... en dat in allerlei kleuren. Sla kunnen we zaaien van voor- tot najaar. Voor kropsla is de plantafstand 30 x 30 cm. Zaadhandels bieden ook mengsels aan die ons ineens een jonge slamix opleveren.

Kies eens voor alternatieve kolen. Paarse broccoli bijvoorbeeld of een smalbladige boerenkool. Met de jongste bladeren maken we later een overheerlijke winterpuree. Andersoortige kolen staan zelf mooi in de siertuin en geven ons tegelijk een stevige oogst. Plantgoed is echter iets moeilijker te vinden. Zelf zaaien dus, best in perspotjes om knolvoet voor te zijn en vervolgens uitplanten op 60 bij 60 cm.

Auteur: Andre Rombaut
webmaster: biologisch tuinieren

Dit artikel is copyright © www.tuinadvies.be

Terug naar de
homepagina