|
De
granaatappel maakt met zijn rijkdom aan vruchten, pitten, bloemen,
smaak en geur het wonder van het leven op aarde zichtbaar. Het is
een oeroude boom, die de kracht en het weerstandsvermogen van de
natuur symboliseert, haar diversiteit in de eenheid van het leven
en haar vermogen tot vernieuwing en regeneratie.
Achter de rode
schil van de granaatappel ligt een exotisch aroma verborgen die
ons naar de sfeer van 1001 Nacht ontvoerd. Hij heeft geen
botanische familieleden en is dus biologisch gezien een unieke
vrucht.
Nieuwe
onderzoekingen maken duidelijk waarom granaatappelbomen al 5000
jaar door mensen gecultiveerd worden. De vruchten zijn een bron
van kalium, vitamine C en een grote hoeveelheid van stoffen die
het immuunsysteem van mensen versterken.
Plantkenmerken
In het Middellandse
Zeegebied is de granaatappel een kleine boom of grote struik. Hij
kan daar 8 m hoog worden. De boom heeft koude winters en hete
zomers nodig en groeit het beste in subtropische streken. Na het
derde jaar wordt de productie van de appels interessant.
De
bladeren
zijn ca. 10 cm lang en glanzend groen. De oranjekleurige,
buisachtige bloemen zijn zeer decoratief. De fris zoetzuur
smakende pitten zijn omgeven door sappig vruchtvlees.
De
vruchten
hebben een vrij dikke, lederachtige schil. Hun kleur is geelbruin,
geeloranje of donkerrood. Het vruchtvlees kan roze of dieprood
zijn. De lederachtige schil zorgt ervoor dat de granaatappel in
tropisch en subtropisch klimaat maandenlang sappig blijft.
Bij ons wordt de
granaatappel als kuipplant geteeld. Hij bereikt een hoogte van
ca.2 ½ m. Hij moet ’s winters in een vorstvrije, maar koele ruimte
overwinteren. De granaatappelboom groeit erg langzaam en bloeit
pas ca. 6 jaar nadat men hem geplant heeft.
De vruchten komen
bij ons niet tot volle rijpheid, maar de decoratieve, felrode
bloemen zijn de moeite waard.

Naamgeving
Punica
granatum betekent zoveel als vrucht met pitten uit
Fenicicë. Het woord granatus betekent rijk aan
pitten. Punica is afgeleid van het Latijnse punicus en
heeft betrekking op één van de herkomstgebieden van deze boom:
Karthago = Punica.
Wanneer een rijpe
vrucht op de grond valt, schieten de zaden alle kanten op. Dat is
de reden waarom de Fransen het wapen
handgranaat
naar deze vrucht benoemd hebben.
De Spaanse stad en
provincie Granada werd naar deze vrucht benoemd. De granaatappel
is het embleem van deze stad.
Herkomst
Punica granatum
werd al 5000 jaar geleden gecultiveerd in het oude Perzië,
Pakistan, Egypte, Afghanistan, Marokko, Palestina en China. De
oogsttijd begint in september en duurt tot december. Tegenwoordig
worden granaatappels vooral uit Spanje,Turkeye en Iran
geexporteerd, maar voor het grootste deel in eigen land
geconsumeerd. De vruchten moeten rijp geoogst worden want zij
rijpen niet na. Het vervoer van rijpe vruchten is niet rendabel.
In de Arabische
landen is de granaatappel één van de favoriete vruchten.

Symboliek
In de beeldende
taal van het Hooglied
van Salomo wordt de ronde vorm van de
granaatappel vergeleken met de schoonheid van de vrouw. Het rode
sap is de nectar van de geliefden en de geur van de bloemen
symbool voor de ontwakende lente. Deze vrucht wordt in het Oude
Testamant beschreven als één van de zeven plantensoorten, die in
Kanaan gevonden en gezegend werden. Druiven en granaatappels
golden als teken voor rijkdom en vruchtbaarheid.
Mythologie
De Granaatappel is
één van de oudste, bekende vruchten uit het Middellandse
Zeegebied. Op oude schilderijen werd hij vaak afgebeeld als
symbool voor vruchtbaarheid, diversiteit in eenheid, zinnelijke
liefde, onsterfelijkheid en passie. Het was de favoriete boom van
de Griekse godin
Aphrodite, volgens de legende door haar
voor het eerst geplant op Cyprus. Het oudste bewijs hiervoor is
een Mesopotamische vaas uit de 4e eeuw A.C., gewijd aan
Astarte, voorloopster van Isis en Aphrodite. De godin van de
liefde en verleiding werd steeds begeleid door granaatappels.
Tevens werden Hermes en Dionysos vaak met granaatappels afgebeeld.
In
Syrië had de granaatappel dezelfde naam als de god van de zon
Hadad Rimmon.
Wanneer hij openbarst, onthult de granaatappel zijn
talrijke
pitten, symbool voor de hoeveelheid van zijn nakomelingen en ook
een teken voor hoop en wedergeboorte.
Dat is misschien de
reden waarom voorname doden uit het oude Egypte samen met kransen
van granaatappelbloemen begraven werden.
Rimmon =
granaatappel was de bijbelse naam voor het schrijn van de
vruchtbaarheidsgodin, afgeleid van rim = een kind baren. Volgens
de Griekse mythologie werden de godin
Persephone
als ook Euridice
in de onderwereld vastgehouden omdat zij een granaatappel gegeten
hadden.
In de Bijbel staat
dat de zuilen van Salomons tempel met lelies en granaatappels
versiert waren
(1.Koningen 7).
Als
vruchtbaarheidssymbool mocht deze vrucht bij geen trouwerij
ontbreken.
Een bijzondere
verering genoot de granaatappel in Judea: alleen hij mocht naar
het allerheiligste, de
Ark des Verbonds, gebracht worden. De
Heilige Appel
vertegenwoordigde het geheel van Gods geboden. Hij was ook het
symbool van de Wet en tooide het gewaad van de priester. Hij was
hij het teken voor geestelijke en creatieve kracht.
De profeet
Mohammed zou zijn zegen aan de
granaatappel gegeven hebben omdat het eten van de vrucht haat en
ijverzucht zou uitbannen.
In de christelijke
symboliek verdween het zinnelijke aspect van de granaatappel
helemaal en werd tot symbool van de vele deugden van
Maria
zoals naastenliefde, maar ook de gemeenschap van de gelovigen en
de bescherming door de kerk.
De
rode kleur van de Punische appel werd geassocieerd met bloed,
liefde, oorlog en macht. Door de vorm van deze vrucht met de
kroonvormige kelk was hij de ideale rijksappel van de Moorse
koningen van Granada en Hendrik IV van Engeland.
Gebruik
De vrucht van de
granaatappel bevat veel sap en vitamine C. Door indikken van het
sap verkrijgt men grenadinesiroop. Hij dient als basis voor
limonade of dressings en om vlees te marineren. Om het
verfrissende sap te winnen, wordt de gehalveerde vrucht als een
citroen uitgeperst. Het sap wordt aan gerechten toegevoegd of
samen met mint als verkoelende drank genuttigd.
In
de Middellandse Zeegebieden maakt men er ook kruidenwijn van.
In vele Marokkaanse
tuinen groeit tenminste één granaatappelboom. De robijnrode pitten
van de ‘romman’ zoals men de vrucht daar noemt, worden meestal uit
de hand gegeten.
Culinaire betekenis
hebben granaatappels tegenwoordig alleen in Noord-India. De pitten
van wilde granaatappelsoorten worden gedroogd en als keukenkruid
gebruikt. Zij worden vooral aan groentes en peulvruchten
toegevoegd.
Gedroogde
granaatappelpitten kunnen als alternatief voor rozijnen in
Europees gebak gebruikt worden.
Van
granaatboomschors maakte men vroeger inkt.
Soorten
Naast de gewone
granaatappel is de variëteit ‘Wonderful’
in cultuur. Hij bloeit met oranjerode bloemen.
Daarnaast kan men
ook kiezen voor het dwergtype ‘Nana’,
die slechts 60 cm hoog wordt.
Engels: Pomegranate
Frans: Grenade
Duits: Granatapfel
Punicaceae –
granaatappelfamilie
|