Choisya ternata is een
bladhoudende heester die bloeit in april - mei en soms nogmaals op
het einde van de zomer, maar dan minder uitbundig. De witte
bloemen hebben de geur van oranjebloesem en wordt daarom
Mexicaanse oranjebloesem genoemd. (deze plant is echter niet van
de zelfde familie) Er zijn mooie cultivars zoals ‘Sundance’ en
‘Moonsleeper’ met gele bladeren en ‘Aztec Pearl’ met fijn, diep
ingesneden groen blad. Verkiest een warme en beschutte
standplaats.

Clematis: in dit
bekende en geliefde klimplantgeslacht zijn er enkele soorten die
naast een weelderige bloei ook nog een toemaatje hebben. C.
armandii staat in april al te pronken met zijn witte bloemen die
een zware geur verspreiden. Best te genieten wanneer je op een
paar meter afstand staat. Met je neus in de bloemen kunnen ze
onaangenaam ruiken. Deze clematis behoudt zijn glanzend groene
blad ook in de winter, maar vraagt een beschutte standplaats. C.
montana en sommige cultivars ervan hebben een amandelgeur. Ze
bloeien in mei. Naargelang de cultivar met witte of roze bloemen.
Hij moet wel een beetje in toom gehouden worden want hij kan
zonder moeite 10 m hoog worden. C. cirrhosa is ook een
bladhoudende en vroegbloeiende soort, maar blijkt niet voldoende
winterhard.

Cytisus battandieri of
de ananasbrem toont zijn gele bloemen eind mei. Zoals de naam laat
vermoeden ruiken de bloemen naar ananas. Het is een ietwat warrige
plant die een goede snoei nodig heeft om een mooie vorm te
behouden. De grijsgroene bladeren blijven aan de struik zolang het
niet hard vriest. Heeft de reputatie niet winterhard te zijn, dus
een beschutte standplaats is aangewezen.

Daphne x burkwoodii is
een mooi bladhoudend struikje (max. 2m hoog) en bloeit in
mei met lichtroze, heerlijk geurende bloemen in trosjes. ‘Astrid’
en ‘Carol Mackie’ hebben resp. witgerande en geelgerande blaadjes.
D. tangutica draagt witte bloemen met een lichtpaars hartje in mei
en de glanzend donkergroene bladeren blijven ook in de winter aan
de plant. Wordt maar 1 m hoog. Zeer winterhard. Alles aan deze
heesters is giftig!

Eleagnus angustifolia,
de Russische olijfboom,(de bladeren en vruchten lijken sterk op
die van de olijf) bloeit in mei met gele bloemetjes. Ze hebben een
sterke zoete geur. Hij kan tot 5m hoog en breed worden. E.
commulata is grijsbladig, maar de bloei is ook geel. Deze kan nog
groter worden en zonder snoei bereikt hij al vlug een hoogte van
10m.

De bloei
van Fothergilla major lijkt op een flessenborstel. De witte
bloempluimen verschijnen in april. Het is een trage groeier en
wordt niet veel hoger dan 2m. In de herfst verkleuren de bladeren
naar geel, oranje en rood en wordt dan nogmaals een blikvanger.
Een nadeel zijn de grondscheuten die veelvuldig opkomen en moeten
verwijderd worden, anders gaat hij woekeren.

Malus coronaria of de
sierappel is meer gekend om zijn decoratieve vruchten die zeer
veel gebruikt worden in bloemstukken dan om zijn bloesem. Nochtans
is de bloei overweldigend mooi en de geur bedwelmend. Ik was ooit
op een kwekerij waar vele mooie cultivars naast elkaar stonden te
bloeien in pasteltinten van bijna wit tot roze en waar de lucht
verzadigd was van hun zoete geur. Zeker de moeite waard om in de
tuin te proberen.

Osmanthus of
schijnhulst wordt zo genoemd omdat de bladeren op deze van de
hulst lijken maar daarmee houdt elke vergelijking op. O.
burkwoodii heeft donkergroene glanzende bladeren die lichtjes
getand zijn en die het jaar rond aan de takken blijven en tooit
zich met ontelbare roomwitte klokvormige bloemen in april. O.
delavayi heeft een meer getand blad en zuiver witte bloemen en O.
decorus heeft een gave bladrand . Allemaal kleine struiken maar
groot in sierwaarde.

De
boerenjasmijn of Philadelphus bestaat in enorm veel
verschillende soorten. Tel daar nog de cultivars en hybriden bij
en je raakt er helemaal niet meer aan uit. Enkel- of
dubbelbloemige, voor elk wat wils. P. coronarius en de geelbladige
‘aureus’ zijn de beste waar het om de geur gaat. Let op! Niet alle
cultivars hebben de geur geërfd. P. microphyllus en P. schrenkii
jackii zijn ook een goede keus. Als je er een gaat kiezen doe het
dan wanneer hij in bloei staat, dan ben je zeker dat je de juiste
hebt.

Poncirus trifoliata is
wél familie van de sinaasappel, maar hij is bladverliezend. Deze
heester is goed winterhard. Hij bloeit in april met witte bloemen
die ook geuren zoals die van de citrus. Een nadeel zijn de lange
en scherpe stekels op de takken die gevaarlijk kunnen zijn voor
kinderen (misschien de reden waarom hij niet vaak aangeplant
wordt). In de zomer vormen zich de op citroenen lijkende vruchten
die niet eetbaar zijn.

Ribes odoratum: de
alpenbes is ook een plaatsje in de tuin waard. De gele bloemen
waarmee de struik getooid is in april zijn een genot voor onze
reukzin. De bessen die later komen zijn eetbaar maar worden niet
door iedereen geapprecieerd (sterke cassissmaak). Regelmatig
snoeien om de vorm te behouden is nodig. R. gayanum is minder
gekend maar even kwistig met zijn geur.

Skimmia japonica komen
we overal tegen. Sommigen noemen hem oervervelend maar wanneer de
bloemknoppen zich openen in april - mei kan er weer een woord van
waardering af. De cultivars ‘Rubella’ met lichtroze (bijna witte)
bloemen en ‘Kew Green’ met geel - witte bloemen zijn de meest
gekende.

Wat moet er nog gezegd worden van de sering (Syringa vulgaris)?
Dat niet alle cultivars even kwistig zijn met hun parfum! De keuze
wordt bijzonder moeilijk want er zijn meer dan 1000 geregistreerde
cultivars. Toch zijn het merendeel ervan heerlijk geurend. Naast
de gewone sering zijn er nog andere soorten die een mooiere vorm
hebben én geur zoals:
S.
hyacinthiflora, S. microphylla ‘Superba’, S. pubescens ssp. patula
‘Miss Kim’, S. velutina venosa, S. wolfii, S. x chinensis. Van
klein tot groot, er is keuze genoeg. Alleen kan geen enkele van
deze soorten de geur van de gewone sering evenaren.

Als ik voor deze rubriek een favoriet zou moeten aanduiden dan zou
ik kiezen voor Viburnum. In april V. x burkwoodii, roze in
knop en witbloeiend. Ook V. carlesi is op dat moment in bloei.
Alle cultivars zijn even geurend en dé topper is ‘Anne Russell’.
Die kan wedijveren met de seringen! Allemaal traag groeiend en
dienen bijna niet gesnoeid te worden. In mei is het de beurt aan
V. x carlcephalum met zeer lichtroze bloemen in bolvormige
trossen. Deze heester is in alles iets groter en kan uiteindelijk
5m hoog en breed worden.
Viburnums groeien in elke grond.

Wisteria
is de afsluiter. De blauwe regen zoals hij wel genoemd wordt is
niet altijd blauw, er zijn cultivars met witte of roze
bloemtrossen. W. sinensis bloeit in mei, W. floribunda iets later.
Deze slingerplanten kunnen zeer agressief zijn en hebben een
stevige steun nodig. Koop de wisteria van uw keuze wanneer hij in
bloei staat want alleen geënte planten gaan relatief vroeg
bloeien, gezaaide planten kunnen er meer dan 10 jaar over doen
voor er iets van bloei te zien is. W. venusta is witbloeiend en de
cultivar ‘rosea’ roze bloeiend, (of wat had je gedacht) en de best
geurende. Toch nog even meegeven dat de zaden van deze klimplanten
giftig zijn