|

De sneeuwforsythia
|
Het is
verbazend hoe in de plantenwereld alles geregeld is. In de koudste
wintermaanden, wanneer sneeuw en ijs hoogtij vieren, durven
bepaalde heesters zich tooien met bloemen, soms nog voor de eerste
bladeren ontluiken. Omdat er op dat ogenblik nog maar weinig
insecten actief zijn om voor de bevruchting te zorgen, moeten ze
gelokt worden door een ver dragende geur zodat de mogelijke
stuifmeeloverbrengers van op grote afstand aangetrokken worden.
Bij windstil weer en een iets warmere temperatuur, wanneer het
voor ons ook aangenamer is om buiten te komen, kunnen we dan ook
genieten van deze uitzonderlijke geuren.
Het merendeel
van de winterbloeiers mét geur vinden we bij de heesters en enkele
bij de vroegbloeiende bolgewassen en vaste planten.
Een overzicht:
Abeliophyllum distichum lijkt een beetje op de alomgekende
forsythia maar bloeit met ivoorkleurige bloemen in februari. De
Nederlandse benaming is dan ook de sneeuwforsythia of de witte
forsythia. Hij is volkomen winterhard, maar kan best beschut
worden tegen de schrale oostenwind omdat het uiteinde van de
takken kan beschadigd worden door uitdroging. Hij verspreidt een
delicate kruidige geur.
Azara
microphylla is een nog weinig gekende groenblijvende heester,
afkomstig uit Chili en Argentinië, die tot 15 graden vorst kan
verdragen. Hij bloeit op het einde van de winter met talrijke gele
bloempjes die verschijnen in de bladoksels en die sterk geuren
naar vanille. Tamelijke groeier die tot 4 m hoog en breed kan
worden.
|

Camellia sasanqua cultivar |
Camellia
is algemeen gekend en wordt nog steeds beschouwd als onzeker
winterhard. Nochtans kan hij in onze streken goed gedijen op
voorwaarde dat ervoor gezorgd wordt dat de zon de bladeren niet
kan verbranden wanneer de grond nog bevroren is. Het meest
aangeboden zijn de cultivars van C. japonica maar het merendeel is
niet geurend. Dus aankopen wanneer hij in bloei staat.
Wel zeer
geurend maar zeldzaam zijn C. lutchuensis en C. sasanqua met
vooral de cultivar ‘Crimson King’ als uitschieter.
Chimonanthus
praecox bloeit maar goed na een warme, droge zomer en op
voorwaarde dat het niet vriest wanneer de bloemen openen want dan
is de bloei en de geur verloren. Maar als je in januari-februari
de wasachtige lichtgele bloemetjes met een paars hartje kan
bewonderen dan is dat zeker het risico waard. Voorspelt de weerman
een vriesperiode dan kan je enkele takjes afsnijden om ze in een
vaas in de huiskamer te plaatsen en verder te genieten. De
variëteiten ‘Luteus’ en ‘Grandiflora’ hebben grotere bloemen maar
minder geur.

Coronilla
valentina ssp.
‘Glauca’ :
ook een minder bekende heester uit de landen rond de Middellandse
Zee. Hij heeft glanzende, donkergroene bladeren en felgele bloemen
die op deze van de brem lijken. De geur herinnert aan rijpe
perziken. De cultivar ‘Citrina’ heeft minder opvallende, lichtgele
bloemen maar jammer genoeg ook minder geur.
Corylopsis
sinensis is familie van de toverhazelaar en dat zie je aan de
vorm van de heester en aan de bladeren. Hij wordt eerder breed dan
hoog en bloeit in maart met klokjesachtige gele bloemen. Ook de
geur lijkt op die van de Hamamelis. Best te genieten als de
zon de omgeving wat opwarmt. Ook de herfstkleur is een mooie
toegift. C. pauciflora wordt maar maximaal anderhalve meter hoog
en is daardoor goed geschikt voor een kleinere tuin.
Daphne:
een moeilijke plant wanneer niet op rijke vochthoudende grond
getuinierd wordt. (en dat heb ik tot mijn ergernis ondervonden op
mijn zandgrond). Als de wortels één maal te droog gestaan hebben
dan ben je er aan voor de moeite. D. mesereum of peperboompje is
bladverliezend en bloeit in februari met paarse bloemetjes (‘Alba’
met witte) waarvan je de geur tot op 20 meter afstand kan
opvangen. D. bholua is half wintergroen. ‘Jacqueline Postil’ is de
meest winterharde en ‘Gurkha’ de meest geurende. De roze tot
witte bloemen komen in trosjes aan de uiteinden van de takken in
maart. D. alpina en D. cneorum komen uit de bergstreken en zijn
zeer kieskeurig wat hun standplaats betreft. Houden van volle zon
maar toch steeds vochtige grond die goed doorlatend is. Met hun
eerder kruipende groeiwijze best geschikt voor de rotstuin. D.
cneorum hoort hier in deze rubriek eigenlijk niet thuis want hij
bloeit maar in april - mei. D. odora heeft wintergroen glanzend
blad en kan een beetje schaduw verdragen. De adembenemend heerlijk
geurende lilapaarse klokvormige bloemetjes in februari - maart
maken hem tot mijn favoriet. Maximum hoogte: 2 meter. Niet
snoeien. D. laureola is een minder spectaculaire verschijning met
groengele trompetjes in trosjes. De groeiwijze is spreidend en kan
als bodembedekker gebruikt worden want hij is ook groenblijvend.
Bloeitijd : februari en maart.

De Hamamelis
of de toverhazelaar is een bladverliezende heester en wordt
breder dan hoog en vraagt dus flink wat ruimte. De mooiste
cultivars en hybriden werden in Arboretum Kalmthout ontwikkeld en
vooral de H x Intermedia groep kent enorme bijval tot ver over
onze landsgrenzen. ‘Diane’ met rode bloemen en ‘ Jelena’ met
roestbruine bloemen geuren helaas wat minder. ‘Pallida’ is wel
een goede keuze. H. mollis met zijn citroengele lintbloemetjes kan
nog altijd op veel bewonderaars rekenen. Spetterende bladkleuren
in de herfst zorgen voor een 2e hoogtepunt.
Lonicera.
Deze plantenfamilie telt naast de klimplanten ook verschillende
heesters. Enkele daarvan zijn winterbloeiers en geuren even lekker
als de zomerbloeiers. L. fragrantissima (letterlijk: de meest
geurende)bloeit op scheuten van het vorig seizoen. Dus snoeien na
de bloei! De witte bloemetjes staan verspreid aan de takken en
gaan niet allemaal gelijktijdig open. De takken kunnen in één
seizoen tot anderhalve meter groeien en zorgen voor een nogal
warrige struik maar dat is rap vergeten als hij vanaf januari
kwistig met zijn parfum begint te strooien. L. standhisii begint
al in december en gaat door tot maart om de witte bloemetjes te
laten ontluiken. L. purpusii ‘Winter Beauty’ doet hetzelfde met
crèmekleurige bloemen.
Mahonia
aquifolium met zijn wintergroen, stekelig, op hulst lijkend
blad bloeit meestal in maart met trossen zwavelgele bloemen in
trossen. Deze miskende heester is een echte meerwaarde voor de
tuin wanneer hij op de juiste plaats staat. De geur is zwaar en
neigt naar seringen. M. japonica heeft de geur van meiklokjes.
Bloeit gelijktijdig als bovengenoemde. De bloemen staan aan lange
trossen in de top van de tak. M. x media ‘Charity’is een prachtige
verschijning met zijn varenachtige blauwgroene bladeren waar de
lange (tot 30 cm) bloemtrossen) boven uitsteken. Heeft een zeer
beschutte standplaats nodig want hij is onbetrouwbaar winterhard.
Sarcococca:
dit juweeltje zou in geen enkele tuin mogen ontbreken. S.
hookeriana wordt niet hoger dan 30 cm en vermeerdert door
ondergrondse uitlopers zonder te woekeren weliswaar. H. ruscifolia
wordt iets hoger (max. 40 cm). Beiden hebben glanzend wintergroen
blad en kunnen ook dienen als bodembedekkers onder bladverliezende
bomen of struiken. Deze struikjes kan je op een mooie februaridag
niet voorbij lopen zonder dat je ze opmerkt, alhoewel de minuscule
bloemetjes niet de blikvanger zijn. Zelfs één enkel struikje in de
omgeving van je voordeur zal iedere bezoeker aangenaam verassen.
Viburnum.
Van deze uitgebreide groep van grote en kleinere heesters zijn er
zo’n 3 echte winterbloeiers én geurend. V. x bodnantese is een
kruising tussen V. grandiflora en V. farreri. Bloeit soms al vanaf
november maar kent zijn hoogtepunt in maart. De roze naar wit
verbloeiende klokvormige bloemen staan in trosjes aan het uiteinde
van de kale takken. Wie éénmaal de geur van deze bloemen ontdekt
heeft, zal het nooit meer vergeten. De meest geteelde cultivars
zijn ‘Dawn’ en ‘Deben’ en ‘Charles Lamont’. De verschillen zijn
heel miniem. Max. hoogte: 3 à 4 m. V. farreri is ook
bladverliezend en als ‘ouder’ van de vorige heeft hij de geur
doorgegeven. Heeft een minder mooie vorm door zijn warrige groei
en wordt daarom minder aangeboden. V. tinus is bladhoudend en
bloeit onophoudend van november tot mei. In koude perioden geuren
de witte bloemen die in bloemschermen staan zelfs onaangenaam.
Maar wanneer de temperatuur iets hoger wordt, geurt hij dan weer
best aangenaam, maar kan nooit die van V. x bodnantese evenaren.
Bij de
bolgewassen zijn vooral de bolirissen (reticulata groep: in
geel en paars) gekend voor hun vroege bloei en geur. Deze worden
slechts 15 à 30 cm hoog. Het is niet altijd evident dat je in de
winter op je knieën gaat zitten om met je neus tot bij de bloemen
te geraken. Ook sneeuwklokjes (galanthus nivalis) vragen om een
beetje nederigheid alvorens hun frisse geur vrij te geven. De
vroegste narcissen hebben gewoonlijk weinig geur en de later
bloeiende (jonquilla en poëtaz) zijn voor de lenterubriek.
Hyacinten bloeien in de tuin ook later maar iedereen heeft al wel
eens een aantal bollen ‘geforceerd’ om in huis in bloei te trekken
en weet dat zelfs enkele bloemen de huiskamer kunnen vullen met
hun heerlijk parfum.
Graag vermeld
ik ook nog het maarts viooltje (Viola odorata) die ik voortaan in
potten zet (en ondertussen ook nog laat verwilderen onder mijn
magnolia). Nu kan ik in maart genieten op ‘neushoogte’ wanneer ik
maar wil, want ervoor ‘plat gaan liggen’ is zelfs voor mij wat te
veel gevraagd.
|