|
De
groene bouwstenen van een ecologische siertuin …
Als je tot op dit
moment ons stappenplan volgde, dan heb je al een zeer goed idee
van de randvoorwaarden waarbinnen je uiteindelijke ontwerp vorm
moet krijgen.
Dit hoofdstuk
bespreekt specifiek de ‘groene bouwstenen’ waarmee je aan de slag
kunt.
In een goed ontwerp is
er een geslaagde verhouding tussen wat we noemen ‘open’ en
‘gesloten’ ruimte.
De open ruimte wordt
gevormd door alles wat laag is en waar we dus overheen kunnen
kijken: gazon, borders, paden, vijver enz.
De gesloten ruimte
omvat alles wat zich op ooghoogte en hoger bevindt: bomen,
struiken, hagen, gebouwen.
Open en gesloten
ruimte in de ecologische siertuin zijn in zekere zin steeds
‘imitaties’ van open en gesloten ruimten zoals ze voorkomen in de
vrije natuur. Als we onze tuin willen leren begrijpen, zullen we
de natuur moeten leren begrijpen.
Laat je de natuur haar
gang gaan, dan blijft een kale bodem nooit onbedekt. Een kale
bodem of onbegroeide waterplas maakt steeds een
ontwikkelingsproces door. Dat proces heet successie.
De kennis van dat
natuurlijke proces is van onschatbare waarde. Je gaat inzien
waarom planten zich op bepaalde plaatsen vestigen. Het wordt je
ook duidelijk welke gevolgen spitten of schoffelen, kappen of
maaien kan hebben. Deze kennis gebruik je bij het beheer van je
tuin.
Successie… is een term
die aanduidt dat een plantaardige ‘natuurlijke’ begroeiing bijna
steeds in evolutie is.
Successie verloopt in vier stadia die elkaar opvolgen:
PIONIERSVEGETATIE, GRASLANDVEGETATIE, RUIGTEKRUIDENVEGETATIE en
BOSVEGETATIE.
PIONIERSVEGETATIE …
…is de allereerste
vegetatie die zich vestigt op een kale bodem, kale grond blijft
immers nooit zomaar ‘naakt’ liggen. De successie komt op gang.
Pioniersvegetatie zijn planten die over het algemeen massaal zaad
produceren, dit zaad zeer makkelijk verspreiden, snel kiemen, snel
groeien en snel bloeien.
Hun missie: om als
eerste pas vrijgekomen grond te gaan koloniseren en liefst nog zo
massaal mogelijk!
Pioniersvegetatie zijn
meestal eenjarigen (zij vervolbrengen hun hele cyclus van kieming
over zaadzetting tot afsterven in slechts één groeiseizoen); soms
zijn het ook tweejarige planten. (De meeste tweejarigen vormen het
eerste jaar enkel een wortelrozet en bloeien pas het jaar daarop).
Enkele typische
voorbeelden zijn de klaproos, kamille, perzikkruid.
GRASLANDVEGETATIE …
… krijg je korte tijd
na een pioniersvegetatie. Meestal het volgende groeiseizoen al als
je deze laatste spontaan verder laat evolueren. Grassen hebben
iets meer tijd nodig om zich te vestigen, maar concurreren op
termijn makkelijk de pioniersvegetatie weg.
Het
gras vormt een ondoordringbare begroeiing voor de pioniersplanten,
die verdwijnen. In een graslandvegetatie komen ook graslandkruiden
voor.
In tegenstelling tot pioniersvegetatie hebben graslandkruiden een
meerjarige levenscyclus, (Dezelfde plant overwinterd meermaals en
komt meermaals tot bloei en zaadzetting), waardoor ze zich in een
grasmat kunnen handhaven.
Dikwijls kunnen ze
zich ook voortplanten met worteluitlopers, nog een reden waarom ze
de concurrentie met grassen beter aankunnen.
Graslandkruiden zijn
fraai. Je past ze vaak toe in je tuin. Veelgebruikte inheemse
soorten zijn margriet, duizendblad, langbladige ereprijs,
uitheemse ‘tuinplanten’ zijn zonnehoed en bergamot.
EEN
RUIGTEKRUIDENVEGETATIE …
… is het logische
gevolg wanneer een graslandvegetatie niet gemaaid of afgegraasd
wordt.
Grashalmen leggen zich
plat en sterven af, elk seizoen opnieuw! Het resultaat is een dik
pak opeengestapeld gras, dat slecht
verteert.
Er ontstaat licht- en luchttekort. Door het vele organische afval
wordt je bodem ook langzaam aangerijkt.
In deze voedselrijke
situatie voelen ruigtekruiden zich op hun best (waar grassen ter
plaatse verteren, waar beekslib op de berm wordt uitgekieperd,
waar grasmaaisel wordt gedumpt uit tuinen,…)
Het zijn
hoogopschietende kruiden die in ‘ruige’ omstandigheden de haantje
de voorste zijn.
De ambassadeurs van
ruigtekruiden zijn de brandnetels! Maar naast de brandnetels zijn
er ook kleurrijke bloeiende ruigteplanten die tot de mooiste van
onze inheemse flora horen: asters, koninginnekruid, grote
kaardebol, moerasspirea en kattestaart
EEN STRUWEEL- EN
BOSVEGETATIE …
… is het eindstadium
van successie. Binnen een ruigtekruidenvegetatie komen mettertijd
zaailingen van struiken en bomen terecht. De zaden kunnen er op
honderd en één manieren komen: via water, wind, vogels,…
Soms schiet in eerste
instantie struweel op: meidoorn, sleedoorn, wilg, gewone vlier,...
Maar
sowieso komen met de tijd de bomen. Meestal zijn het in eerste
instantie lichtminnende soorten die hun zaad via de wind
verspreiden: berk, wilg, els, abeel,… Het resultaat is een
zogenaamd pioniersbos.
Na de lichtminnende boomsoorten kunnen onder het dichte bladerdek
van een pioniersbos andere bomen kiemen, die een schaduwrijke plek
verkiezen. Het pioniersbos evolueert verder naar een ‘gemengd’ bos
dat bestaat uit lichtminnende soorten (berk, populier, grove den),
schaduwtolerante soorten (eik, es, tamme kastanje, boskers) en
schaduwminnende boomsoorten (beuk, gewone haagbeuk, esdoorn).
De massale cyclische
bladval in bossen, met de vorming van humus tot gevolg resulteert
in een ‘bos- of bladgrond’. Daarom is de kruidlaag in een bos ook
zo specifiek. Zeer typisch zijn bijvoorbeeld het maarts viooltje,
hondsdraf en later ook daslook, varens en bosanemonen.
Dergelijk gemengd bos
is in ons klimaat de climaxvegetatie; het eindpunt. Zonder
bosbrand, windval of kapping, blijft het bos een min of meer
stabiel ecosysteem. Maar met de minste windval of kapping zetten
we enkele stappen terug op de successie-ladder en beginnen we weer
van voren af aan!
Successie: weet waarom
je beheert en… beheer niet te veel
De belangrijkste les
uit dit successieverhaal is kort samengevat: combineer in je
verschillende open en gesloten ruimten steeds planten uit
hetzelfde successiestadium!
De successiestadia
bepalen immers in belangrijke mate de eigenschappen van planten:
·
eenjarigen/tweejarigen/meerjarigen
·
diep of
oppervlakkig wortelgestel
·
voortplanting met zaak of met worteluitlopers
·
laag- of
hooggroeiende vegetatie
·
…
Iedere plant is dus
min of meer gebonden aan een bepaald successiestadium! Daardoor
hebben we ook een goed idee van hun onderling concurrerend
vermogen. Eenjarigen kunnen met elkaar concurreren (zij moeten dit
in een pioniersvegetatie immers ook kunnen), maar naast
ruigteplanten delven ze het onderspit.
Zo is ook de
combinatie van graslandkruiden en ruigtevegetatie allerminst aan
te bevelen, terwijl het beheer wel heel veel tijd kost. Je
combineert dus het best planten uit hetzelfde successiestadium.
De open ruimte in je
tuin: beheerswerk gegarandeerd!
Je tuin wordt
ongetwijfeld een afwisseling van open en gesloten ruimte.
Onbegroeide open
ruimte is meestal verhard (terras, oprit, …).
De begroeide open
ruimte biedt echter ontelbare mogelijkheden: bloemenakkers,
borders, vijvers.
Uit de successie, de
‘natuurlijke gang van zaken’, hebben we geleerd, dat open ruimte
op lange termijn dicht groeit tot een bos. Een open ruimte open
houden, vereist dus altijd beheer, daar kun je niet onder uit!
Zie ook de voorgaande
delen:
|