Bladloze orchideeën, mysterieus, zelden gezien, toch zijn er
verschillende soorten! Het geslacht Dendrophylax kreeg mijn
aandacht na een vraag van een collega die op vakantie naar Jamaica
vertrok. “Hebben ze daar ook orchideeën?” Even googlen
leverde een hele lijst, ondermeer ook deze soort van de Kaaiman
eilanden.

Dendrophylax
van het Griekse Dendron of boom en phylax wat staat
voor wachter of wacht. Men refereert hierbij naar de netvormige
wortelstructuur die de stammen van bomen kunnen omspannen.

Fawcettii: Deze zeldzame en in de Kaaiman eilanden endemische
soort is genoemd naar William Fawcett. Fawcett was bekend als
directeur van de ‘Public Gardens and Plantations of Jamaica.’
Reeds in 1888 had hij de oudst bekende verzameling planten van de
Kaaiman eilanden en in die verzameling zat ondermeer de plant die
gebruikt zou worden om Dendrophylax fawcettii te
beschrijven.
Dendrophylax
hoort [ den – droe – FYE – lax ] te worden uitgesproken.
Volksnaam ‘Ghost Orchid’. Heel wat bladloze species krijgen
plaatselijk de naam ‘Spook orchidee. De verklaring mag duidelijk
zijn. Uit ogenschijnlijk; ‘niets’, ontwikkeld zich bloem. Maar het
moet gezegd dat er heel wat orchideeën deze volksnaam meekregen.
Beschrijving:
De plant heeft geen pseudobulben of bladeren. Bladgroemomzetting,
nodig voor het aanmaken van suikers gebeurt via de wortels. Zijn
lange wortels hangen over rotsen en vooral bomen. (Zie
naamverklaring) De ’s nachts welriekende bloemen trekken ‘Sphinx’-motten
aan. Waarschijnlijk de ‘Giant Sphinx’, ‘Cocytius antacus medor’.
Ze puren in de lange spoor naar nectar en zorgen zo voor de
bevruchting.
Vanuit het groeipunt –ik noem het de knoop- ontwikkelt zich een 6
cm lange steel waarop zich de bloemstelen ontwikkelen, meestal 2
bloemstelen, met telkens één niet geresupineerde bloem. (Niet
gedraaid bij het openen. De lip is dus naar boven gericht.)
De lip is tweelobbig, wit. De petalen en sepalen zijn crème tot
lichtbruin.
Bloeitijd:
De planten hebben geen afgetekende groei- of rustperiode en
daaruit vloeit voort dat er geen duidelijke bloeiperiode is.
Vandaar dat de plant in zijn natuurlijke omgeving zo wat heel het
jaar door kan bloeien. In collecties buiten het Caraïbische gebied
gaat de plant waarschijnlijk reageren naar omgevingsstoringen.
Iets wat typisch een bloeinductie veroorzaakt ook bij andere
geslachten.
Habitat:
De plant –hier beschreven- is dus endemisch in het Caraïbische
gebied, meer bepaald op de Kaaimaneilanden. Die groeit daar op
zeeniveau in steeds warme tot erg warme omstandigheden, met zeer
hoge luchtvochtigheid en geen rustperiode.
Verspreiding:
Dendrophylax fawcettii
werd voor het eerst gevonden en beschreven in 1888 en later in
1938 tijdens de Oxford Expeditie op de Kaaiman eilanden terug
gevonden. Je vond deze planten slechts op de ‘Grand Cayman’. Ik
schrijf bewust ‘vond’ want ondermeer op de site van het herbarium
van the New York Botanical Garden, schrijft men dat bewust alle
vindplaatsen geschrapt werden. Er wordt vermeld dat deze specie
bedreigd is omwille van ‘over-collection’.
Details 1:
Vele Dendrophylax soorten bloeien het hele jaar rond. Ze hechten
zich slechts deels met de wortels. Ondermeer de knoop, waaruit de
bloemtakken ontwikkelen hecht zich. De rest van de wortels hangen
als een pruik over de steen of boom waarop de plant zich vestigt.
Details 2:
Vaak ontwikkelen zich op de stelen ‘Keiki’s’ i.p.v. bloemstelen.
Wat maakt dat oudere planten soms mooie, grote, pakken wortels
vormen waar her en der bloemen ontwikkelen.
Details 3:
Ook voor de postzegelverzamelaars een dankbaar onderwerp. Ik vond
drie vermelding van Dendrophylax fawcettii in de Kaaiman eilanden.
Ondermeer een tekening van de orchidee op ‘Smokewood’,
‘Erythroxylum confusum’ 80c zegel, uitgegeven ter gelegenheid van
de 500 jarige ontdekking van de Kaaimaneilanden in 2003.
Soorten:
Ik vond een zeventien tal verschillende vermelding van soorten met
dezelfde geslachtsnaam:
|
Dendrophylax |
Reichb.f. |
|
|
|
D. |
alcoa |
Dodson 1983 |
Dominicaanse. rep. Pedernales |
|
|
D. |
ariza-juliae |
|
|
|
|
D. |
barrettiae |
Fawcett & Rendle 1909 |
Jamaica bloeit heel het jaar door |
|
|
D. |
constanzensis |
2000 |
|
|
|
D. |
fawcettii |
Rolfe 1888 |
|
|
|
D. |
filiformis |
Benth ex Fawc. 1898 |
Jamaica |
|
|
D. |
flexuosus |
Urban 1917 |
|
|
|
D. |
funalis |
Fawcett 1888 |
Jamaica, bloei sept tot april |
|
|
D. |
gracilis |
Garay 1969 |
|
|
|
D. |
helorrhiza |
Dodson 1983 |
Dominicaanse rep.
La vega |
|
|
D. |
hymenanthus |
Rchb.f. 1864 |
|
|
|
D. |
lindenii |
Benth.ex Rolfe 1988 |
Florida |
Syn. Polyrhiza fawcettii Rolfe 1910 |
|
D. |
macrocarpus |
Carlsward & Whitten 2003 |
|
|
|
D. |
Monteverdi |
Rchb.f. 2004 |
|
Syn Lankesterianan |
|
D. |
porrectus |
Rchb.f. 2003 |
|
|
|
D. |
sallei |
Benth ex. Rolfe
1988 |
|
|
|
D. |
serpentilingua |
Dod. 2000 |
Antillen |
|
|
D. |
varius |
Urban 1918 |
Cuba, Haiti, Dominicaanse rep. |
|
De in vetjes vermelde soorten zijn erkend in KEW’s list of
monocots als correct toegekende namen.
Bibliograffie:
-
The New York Botanical Garden site: Search : Virtual Herbarium :
NYBG.org
-
The Illustrated Encyclopedia of Orchids, by Alec Pridgeon, 1992;
ISBN 0-7472-0635-X
-
http://www.kew.org/data/monocotsRedirect.html