|
Ieder
jaar in februari kijk ik hoopvol uit naar de bloei van de Daphne.
Niet alleen om de elegante bloemen in trosjes, maar vooral om de
onvergetelijke geur. Enkele struikjes vullen, op een windstille
dag, gans de tuin met hun kruidige en toch zoete geur. Daphnes
zijn kieskeurig wat betreft grondsoort en standplaats en zijn in
feite geen langlevende struiken. Het is dus wel een uitdaging om
ze in de tuin te zetten. Het genoegen is echter groot als na de
winter de bloemen verschijnen als voorbode van de nakende lente.
Er
zijn ongeveer 50 verschillende soorten, maar daarvan worden er
maar enkele gecultiveerd. Deze soorten zijn dan ook echte
aanraders.
Daphne mezereum:
het peperboompje, ook wel miserieboompje genoemd (zou dat iets te
maken hebben met het feit dat ze moeilijk zijn?) bloeit in
februari. De dicht op elkaar staande bloemen bedekken de naakte
takken en verwelken pas als de bladeren ontluiken. Naargelang de
cultivar zijn de bloemen roze, lila of violet. Er bestaat ook een
witte variant: Daphne mezereum ‘Alba’. Het is een
schaduwminnende plant uit de bossen van West Europa en Engeland,
maar groeit ook in volle zon, op voorwaarde dat de grond nooit
uitdroogt.
Na
enkele mislukte pogingen om deze stuik in mijn tuin te integreren
(zandgrond), ben ik nu genoodzaakt om van de bloei te gaan
genieten bij een vriend, die blijkbaar de geschikte grond heeft en
waar deze Daphne dan ook zeer weelderig groeit en bloeit.
De
struiken worden niet hoger en breder dan 1.5m. Van september tot
november rijpen de bessen. Alle delen van de plant zijn giftig,
maar vooral de fel gekleurde scharlaken bessen, die voor kinderen
zeer aanlokkelijk zijn.
Daphne
odora is een
wintergroene struik uit China en is niet volledig winterhard. Toch
heb ik reeds een 10-tal jaren enkele exemplaren in mijn tuin die,
beschut tegen de oostenwind, zonder problemen de winter doorkomen.
In maart, soms zelfs al in februari komen de bloemen in trosjes
aan de uiteinden van de twijgen. Deze soort is wellicht de meest
geurende (vandaar zijn naam). De ovale, glanzende, donkergroene
bladeren maken dit struikje het jaar rond aantrekkelijk. Er is ook
een cultivar met roomkleurig gerande bladeren: ‘Aureomarginata’.
Ook deze Daphne is giftig, maar er komen zelden of nooit bessen
aan. Maximum hoogte: 1.5m en daardoor ook geschikt voor de
kleinere tuin.

Daphne odora
Daphne
bholua is een
soort uit de Himalaya, die door de plaatselijke bevolking gebruikt
werd om papier te maken. Het is een variabele soort die er groeit
op verschillende hoogtes. De buitenkant van de bloemen is
paars-rood en de binnenkant wit. Ook deze geuren heerlijk.
‘Gurkha’ schijnt een goed winterharde cultivar te zijn.
‘Jacqueline Postil’ die tot 2m hoog kan worden en in tegenstelling
tot ‘Gurkha’ zijn blad behoudt in de winter, wordt ook goed
winterhard genoemd maar tijdens de tweede winter legde hij (zij)
al het loodje in mijn nochtans beschutte tuin.

Daphne bholua
Daphne
blagayana is
door zijn spreidende groei geschikt voor de rotstuin, aan de
noordzijde in koele grond. De bloemen staan in trosjes aan het
uiteinde van de twijgen en zijn roomkleurig en geurend. Als enige
in zijn soort maakt deze struik ondergrondse uitlopers. Zeker geen
gemakkelijke plant.

Daphne blagayana
Daphne
laureola is
net als het peperboompje inheems in Engeland. Het is niet de
mooist qua vorm, maar als grondbedekker in de halfschaduw is het
een goed alternatief ook omdat de bladeren aan de plant blijven in
de winter. De geelgroene bloemen ontluiken ook zeer vroeg en bij
sommige planten geuren ze overheerlijk en bij andere bijna niet.
Hier bij ons wordt deze Daphne zelden aangeboden.

Daphne laureola
Daphne
caucasica
bloeit met witte bloemen in april. De bessen zijn geel. Met zijn
kleine bladeren is hij ook geschikt voor de rotstuin. De wortels
moeten wel altijd vochtig staan.

Daphne
caucasica
Daphne alpina
komt uit de Europese Alpen. Bladverliezend. Bloeit met witte
bloemen die geuren naar vanille en krijgt later oranje bessen.
De
beter bekende Daphne cneorum is ook ideaal voor de
rotstuin. De fijne, donkergroene bladeren blijven het hele jaar
aan de plant. In april of mei bloeit hij met hele trossen lilaroze
bloemen die zeer sterk geuren. Ook deze is moeilijk. Ik moet
toegeven dat ik er niet in geslaagd ben om dit struikje langer dan
3 jaar te behouden en toch probeer ik het telkens opnieuw, want
dit plantje in bloei is een juweeltje.

Daphne cneorum
Daphne tangutica en Daphne sericea zijn
ook miniatuurstruikjes, wintergroen en beide bloeien in mei.
Daarna komen de rode bessen.

Daphne tangutica
Een
kruising tussen D. caucasica en D. Cneorum is
Daphne x burkwoodii. Deze wordt ongeveer 1m hoog en heeft
kleine langwerpige bladeren die tijdens een zachte winter aan de
struik blijven. ‘Astrid’ heeft witgerande bladeren. De bloemen
komen later in het seizoen: in mei, met soms nog een nabloei in
september. Dit is een gemakkelijke plant die past in iedere tuin.
Zoals al eerder aangegeven zijn Daphnes over het algemeen zeer
kieskeurig wat de grondsoort en de standplaats betreft. Een
humusrijke, goed doorlatende, maar nooit uitdrogende leemgrond is
ideaal. Een beetje kalk in de grond verdragen ze wel, maar dat is
niet echt nodig. Uitgezonderd de soorten die passen in de
rotstuin, staan ze het liefst in de halfschaduw of met hun voeten
in de schaduw. Kies hun standplaats zorgvuldig zodat je ze later
niet hoeft te verplanten, want
dat
verdragen ze niet goed. Ze zijn tamelijk vatbaar voor schimmels en
het daphnevirus. Daarom is het beter ze zo weinig mogelijk te
snoeien.
Vermeerderen kan door zaaien (na
stratificeren van het zaad) en door stekken. Gebruik daarvoor
half afgerijpte twijgen in juni of juli en pot ze op in een goede
stekgrond (ziektevrij) en houd ze vochtig bij circa 18°C tot ze
wortels gevormd hebben. Ook door een laaggroeiende tak naar de
grond te buigen en vast te zetten is inworteling verzekerd.
Aangezien heel wat soorten Daphnes in de tuincentra aangeboden
worden (aan betaalbare prijzen) is het zeker de moeite om ze in de
tuin eens te proberen. Als je er eentje verliest, en dat is nog
meestal in de zomer door uitdroging van de wortels, dan is dat
geen (financiële) ramp en het plezier om ze in bloei te zien zal
veel vergoeden.
|