De
Cordyline lijkt sterk op de
Dracaena. Het verschil zit in de
wortels, die van Cordyline
kleuren wit, die van Dracaena
oranjerood. Ook het blad
verschilt, Cordyline heeft
een vertakte hoofdnerf, bij
Dracaena is de hoofdnerf
onvertakt.
Dit verschil is belangrijk, omdat
de Cordyline meer zorg
vraagt dan de Dracaena;
vooral de bonte variëteiten die
afstammen van Cordyline
fruticosa.
De bonte rassen hebben veel rood
in het blad, met variaties van
groen, paars, geel en oranje. De
variëteiten zijn moeilijk te
onderscheiden omdat de
bladtekening erg variabel is en
verandert met de jaren.
Cordyline australis
onderscheidt zich van de andere
door de langgerekte en stijve
spichtige bladeren. Net als bij
Cordyline indivisa bestaat er
een groene en bruine variant ((Atro)purpurea).
Beide zijn ook geschikt als
kuipplant en kunnen geleidelijk
aan de zon worden gewend, op een
niet al te warme plek.
Cordyline heeft behoefte
aan hoge luchtvochtigheid. Het
best is een ruime 'overpot' met
een bodempje water, waarin de
plant op een kleine verhoging
staat. Vochtig veenmos of turfmolm
in de overpot zorgt voor een
geleidelijke verdamping.
Enkele praktische tips voor
het gebruik:
Planttype
Kleurrijke bladplant met talrijke
variëteiten. Wisselend smal, soms
iets breder, langgerekt blad.
30 tot 40 cm hoog, 30 cm breed
Water
Kluit licht vochtig houden door
matig gieten in de zomer. `s
Winters watergift verminderen. In
de groei broezen met kalkarm
water. Hoge luchtvochtigheid (>60
%).
Temperatuur
Niet winterhard. Matig warm, 18 –
23 C. `s Winters koeler, min. 12
C.
Licht
Zeer zonnige plek. Sommige soorten
in direct zonlicht, mits voldoende
afharden. Bonte planten lichte
standplaats, zonder direct
zonlicht.
Bodem
Humusrijk mengsel van
naaldbosgrond met grove turfmolm
en wat bladaarde. Driewekelijks
normale bemesting. Verpotten
indien noodzakelijk
Vermeerderen
C. australis en C.
indivisa moeilijk, uit zaad of
kopstek. In water laten wortelen.
C. fruticosa uit wortel- of
stamstek. Wortelen in warm nat
zand (25-30 C.)
In de zomer speelt het leven zich
voornamelijk buiten af. Een
romantische blokhut, midden in de
natuur, symbool van het pure
buitenleven. Binnen mag het
natuurlijk ook niet aan ‘groen’
ontbreken. De kamerplant bij
uitstek is de Cordyline, want die
past perfect in de zomerse ‘cottage-stijl’.
Zet de plant bijvoorbeeld eens in
de slaapkamer want dat is de
ruimte waar we de meeste tijd
doorbrengen, àls we binnen zijn.

Cordyline
Buiten
De Cordyline komt oorspronkelijk
uit de (sub)tropen waar ze wel
tien tot vijftien meter hoog
worden. Bij ons zijn ze populair
als kamerplant, maar gedurende de
zomer kan de Cordyline ook op
terras, balkon en als accent in de
border worden gebruikt. Ze zijn
echter niet winterhard. Naast de
Cordyline met rode bladen, zijn er
met helemaal groen, groengeel,
groenroze en karmijnrood
gestreepte bladen. Buiten kan de
plant in een warme zomer tot bloei
komen. Pluimen tot wel dertig
centimeter zijn bezet met kleine
witte of mauvekleurige bloemen.
Groene energie
Elk seizoen heeft zijn eigen
romantiek. Die van de zomer wordt
gekenmerkt door de geur van
‘buiten’, het gevoel van vrijheid
en lange zomeravonden. Het lijkt
alsof we nooit moe worden. De
natuur geeft ons ‘groene energie’
zodat het lijkt alsof we altijd
door kunnen gaan. In deze maanden
realiseren we ons dat de natuur
een onmisbare factor in ons leven
is. Gelukkig kunnen we de natuur
ook gewoon binnen halen, met
kamerplanten zoals de Cordyline.