|
WEL
in het compostvat:
-
Keukenresten:
aardappelschillen, groenteafval, schillen van citrusvruchten,
fruitresten, notendoppen, keukenpapier, koffiedik en
filterzakje, verwelkte snijbloemen.
- Tuinafval:
haagscheersel, versnipperd snoeihout, gras,
plantenresten uit moestuin,
onkruid, hooi en stro, herfstbladeren, dennennaalden,
kleine hoeveelheden zagemeel en houtkrullen.
NIET
in het compostvat:
Gekookt voedsel, brood, vet, saus en olie, vlees- en visresten,
kattenbakvulling, beenderen en dierlijk afval, uitwerpselen van
honden en katten, timmerhout, wegwerpluiers, stof uit de
stofzuigerzak, as uit de kachel, aarde en zand, kunststof,
metaal en blik.
Wanneer heb je compost?
In
een compostvat kun je na zes tot negen maanden, dus vanaf de
tweede omzetting, verteerde compost oogsten. Het proces versnelt
door de compost regelmatig om te zetten.
Wanneer en hoe roep ik de hulp van de compostmeester in?
In
heel Vlaanderen zijn 3000 compostmeesters actief. Het zijn
getrainde en gemotiveerde vrijwilligers, die op gemeentelijk
niveau werken. Een compostmeester is geen ambtenaar of
politieman. Het is bij wijze van spreken je buurman, die zijn
ervaring en kennis over thuiscomposteren wil delen.
Een compostmeester organiseert ook lessen in scholen, informeert
bezoekers op demonstratieplaatsen of op beurzen. Hij komt ook
bij jou thuis een kijkje nemen, om je op weg te helpen of om je
tips te geven als je compostproject niet goed draait. Meestal
keert hij de inhoud van het compostvat om, zodat hij kan zien
wat er hapert aan de werking van het vat. Hij kan je ook tonen
hoe je het vat een tot twee keer per jaar zelf omzet.

Je
vindt de contactinformatie van de compostmeester in jouw
gemeente in de gemeentelijke krantjes of op de website van je
gemeente. Je kunt de compostmeester ook opzoeken op de
demonstratieplaats. De openingsuren kan je bij de gemeenten
opvragen of vind je in de gemeentelijke informatiebronnen.
|