|
De
belangrijkste
rol van compost in een moestuin is het verhogen van het humusgehalte
in de bodem.
Planten hebben immers
niet voldoende aan stikstof, fosfor en kali; eerst en vooral moeten ze
wortel kunnen schieten in een bodem waar ze een goed evenwicht vinden
tussen lucht, water en vaste stof. De structuur van de bodem is
hierbij van groot belang.
Een te dichte structuur met harde kluiten, zoals vaak in leem- en
kleibodems voorkomt, is moeilijk doordringbaar voor wortels. Bovendien
blijven deze gronden vaak nat waardoor de wortels een tekort krijgen
aan zuurstof. Bodems met een te losse structuur, zoals zandbodems,
houden dan weer te weinig water vast waardoor planten erg vatbaar zijn
voor droogteperiodes.
De
ideale structuur voor de moestuin is de kruimelstructuur, waarbij de
grond samengehouden wordt in zachte, kruimelige bodemaggregaten.
Binnen en rond de kruimels is er voldoende plaats voor zowel kleine
als grote poriën, waardoor plantenwortels rond zich een goed evenwicht
kennen van lucht en water. Humus heeft een zeer belangrijke rol in de
vorming van de kruimelstructuur. Voldoende organische stof, via
toediening van compost, is daarom in een moestuin van groot belang.
Een hoog humusgehalte heeft ook andere voordelen. Tijdens een regenbui
zal de bodem veel minder gemakkelijk dichtslaan door slagregen of
wegvloeien. Een donkere bodem met veel humus zal sneller opwarmen in
het voorjaar. Bodems met veel humus kunnen langer water en
voedingsstoffen vasthouden, waardoor er minder voor de planten
verloren gaat.
Compost
wordt
geproduceerd op basis van plantaardig materiaal. Als gevolg hiervan
bevat compost ook alle elementen die door de planten uit bodem en
lucht zijn opgenomen.
De levende plant neemt eerst en vooral koolstof op uit de lucht via
fotosynthese. Deze koolstof wordt gebruikt voor de opbouw van de
plant. Na het afsterven komt deze koolstof in de compost terecht en
ligt ze aan de basis van het hoge organische stof gehalte van compost.
Planten nemen ook kalk, kalium, stikstof, fosfor en sporenelementen op
uit de bodem, waardoor deze verschillende voedingsstoffen ook in
compost geconcentreerd zijn. Compost vormt daarom ook een zeer
geschikte basisbemesting voor de moestuin. De meeste voedingsstoffen
uit compost komen bovendien langzaam vrij, waardoor compost een
langdurende werking heeft. Ook voor de serre is compost uitermate
geschikt als basisbemesting.
Indien er in de lente enkel een oppervlakkige bodembewerking
plaatsvindt, wordt compost best in het najaar toegediend. De compost
kan een hele winter lang inwerken op de bodem en er zich, via het
bodemleven en de neerslag, langzaam mee vermengen. Op deze manier
gebruikt, heeft compost ook een onkruidwerende werking.
Wordt
er in het voorjaar toch gespit, dan dien je de compost best op dat
ogenblik toe.
Gewassen zoals kolen, pompoenen en tomaten houden van bodems met veel
organische stof. Bij deze gewassen kan je gemakkelijk 300 tot 500
kilogram compost per are gebruiken (een kruiwagen bevat ongeveer
vijftig kilogram). Bladgroenten, selder, prei e n
aardbei hebben voldoende met de helft, terwijl voor peulvruchten en
wortelgewassen best een jaartje wordt overgeslagen. Leemgrond
vraagt gemiddeld iets meer compost, zandgronden iets minder . Is de
bodem in de moestuin arm aan organische stof of is er een
slechte bodemstructuur, dan kan je in de eerste jaren dosissen tot 600
kg per are toepassen.
Zeker bladgewassen en aardbei zijn, net zoals voor verse stalmest, gevoelig
voor het inwerken van jonge compost. Gebruik daarom in de moestuin
enkel goed uitgerijpte kwaliteitscompost. Compost die gratis wordt
meegegeven is vaak van minder goede kwaliteit.
|