| Cochinkrielen | ||||
Cochinkrielen zijn geen miniaturen van de grote cochins ,ze kwamen als Pekingskrielen naar Engeland.
In verhouding zijn ze voller bevederd en ze lijken op ronde vederballen die een rijke voetbevedering hebben terwijl de poten bijna geheel in het dons verdwijnen. De houding is naar voren gebogen,gedoken noemt men dat,de staartpartij is hoger dan de kop. Ze zijn vrij licht van gewicht,675-860 gr. Ze zijn goed bestand tegen het houden op een beperkte ruimte omdat ze weinig lopen en nauwelijks vliegen.
De zitstokken worden laag in het hok geplaatst om beschadiging van de zachte voetveren te voorkomen. Ze zijn zachtvederig en er wordt in het broedseizoen wat dons rond de aarsopening afgeknipt om de bevruchting te bevorderen. De hennen leggen goed en zijn goede kloekjes. Ze hebben een enkele kam ,rode oorlellen,en de gezichtshuid is fijn van weefsel. De ogen zijn roodbruin,de poten zijn geel.
|
||||
|