|
Chimonanthus
praecox is een vrij onopvallende verschijning in de tuin in het
zomerseizoen maar heeft wel veel talent in de wintermaanden, de
plant verspreidt dan een heerlijk parfum tijdens de bloei en
geeft ons bovendien uitermate mooie witgele bloemen en dit
gedurende de ganse bloei!
Deze
winterbloeier (bloei vanaf januari tot ergens in maart) heeft
zijn habitat in China en is er terug te vinden in rotskloven tot
op 3000 m hoogte. Deze vrij onbekende heester kwam in onze
streken terecht op het einde van de 18°eeuw. Volwassen planten
kunnen een hoogte bereiken van ongeveer 3 meter en ook even
breed uitgroeien, de vorm van de struik doet aan een fontein
denken.
Nederlandse
benaming:
Winterzoet
Familie:
Calycanthaceae (Specerijkruid-familie)
Soorten:
Chimonanthus praecox “
Chimonanthus
praecox “ grandiflorus” bloemen zijn geler, groter en iets
minder geurend.
Plantaardige
kenmerken:
De hangende bloemen zijn licht zwavelgeel met bruinachtige
purperrode binnenbloemblaadjes. De wasachtige bloemen
verschijnen op de naakte takken van meerjarig hout (3 – 5 jaar).
De bloemen
zijn uitzonderlijk geurig, neigend naar de geur van viooltjes.
Enkele afgesneden bloeistengels kunnen algauw een ganse kamer
vullen met een heerlijk aroma.
De geur kan
wel tot op 40 m afstand geroken worden.
De bloemen
worden ook in potpourri gebruikt en zijn eetbaar. De
bloemblaadjes zijn aromatisch en worden in bepaalde soorten thee
gemengd.
De struik die in het groeiseizoen weinig opvallend is heeft
langwerpige (15 cm), ruwe bladeren met een gave bladrand.
Weetje:
na korte tijd inhaleren van de geur schijnt ons reukorgaan deze
laatste niet meer waar te nemen!
Standplaats:
Chimonanthus kan zich ten volle ontplooien tijdens zachte
winters en kan een temperatuur tot ongeveer -20°C aan! De plant
houdt van een beschermende en beschutte plaats en kan ook in pot
gekweekt worden, het groeien gaat dan wel langzamer dan bij
soortgenoten in de volle grond.
Een zonnige
tot halfschaduwachtige plek is een ideale standplaats. Zonnige
zomers hebben een gunstige invloed op de vorming van de
bloembotten die dan in de winter de nodige bloemen geven.
In de tuin:
in massieven, tegen een groenblijvende haag of tegen een
beschutte warme muur, vooral solitair komen de planten het best
tot hun recht. In stadstuintjes of kleine tuintjes is
deze plant een geurbom van zoetige, zwoele aroma’s.
De struik
vraagt een goede humusrijke, voedzame grond, alkalisch of
kalkrijk. Slecht waterafvoerende of samengeperste gronden
veroorzaken vergeling van de bladeren gedurende het
groeiseizoen.
Vermeerderingswijze:
De plant kan vermeerderd worden door struikdeling
en het afleggen van jonge takken. Ook scheuten die
voorkomen uit wortelopslag kunnen nieuwe planten geven.
Ook kan men
deze struik zaaien. De bruine glanzende zaden (5
tot 8) zitten verborgen in de urnvormige zaaddozen.
De zaden in de vruchten zullen na de bestuiving (vooral door
kevers
) nog een gans groeiseizoen op de plant vertoeven en zijn pas
rijp in april – mei van het volgende jaar. Dan worden ze
gezaaid, de opkomst is niet altijd voorspelbaar. Planten van 5 -
12 jaar geven vruchtbare zaden die tot nieuwe planten kunnen
uitgroeien.
Men kan ook
enten op zaailingen maar dit is voor de
Chimonanthus praecox niet nodig daar zaailingen even goede
planten geven. Zaailingen worden wel gebruikt om de Chimonanthus
praecox var. Grandiflorus op te enten.
Onderhoudszorgen:
De
Chimonanthus heeft weinig of geen last van parasieten. Snoeien
hoeft ook nauwelijks daar de plant enkel bloemen geeft op oudere
takken. Een verkeerd groeiende of naar binnen groeiende twijg
kan men eventueel wel weg snijden.
|